In de Belgische huursector is het niet ongebruikelijk dat zowel de verhuurder als de huurder elk een eigen brandverzekering afsluiten. Het lijkt op het eerste gezicht dubbelop, maar de wetgeving maakt een duidelijke scheiding tussen de risico’s die het gebouw zelf betreffen en de risico’s die verband houden met de inboedel of het gebruik door de huurder. Deze twee polissen vullen elkaar aan en vermijden discussiepunten wanneer er uiteindelijk brand ontstaat. In dit artikel leggen we stap voor stap uit welke verplichtingen er bestaan, welke dekking elke partij krijgt, en hoe de afhandeling van schade in de praktijk werkt.
Wettelijke basis en verdeling van de verzekering
De wet op de huurovereenkomsten (art. 3:168 en 3:170 BW) bepaalt dat de verhuurder verplicht is een verzekering te houden die het gebouw, de constructie en de gemeenschappelijke delen dekt. Deze verplichting wordt vaak aangeduid als de verplichte gebouwen-brandverzekering. Voor de huurder bestaat er geen wettelijke plicht om een brandverzekering te nemen, maar de meeste huurovereenkomsten bevatten een clausule die de huurder vraagt een inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering te sluiten. Het verschil in focus is cruciaal: de verhuurder beschermt het vastgoed, de huurder beschermt persoonlijke eigendommen en eventuele schade aan derden.
Praktisch gezien betekent dit dat bij een brand de schade aan de structuur – muren, daken, fundering – onder de polis van de verhuurder valt, terwijl brand die de meubilair, elektronica of andere eigendommen van de huurder aantast, onder de persoonlijke polis van de huurder wordt afgehandeld. Deze scheiding voorkomt dat één partij volledig aansprakelijk wordt voor kosten die buiten hun directe controle liggen en zorgt voor een transparante verdeling van risico’s.
Verhuurder – de verplichte gebouwen-brandverzekering
De verhuurder moet een verzekering afsluiten die ten minste de opstal, de gemeenschappelijke installaties (zoals centrale verwarming, elektra) en alle vaste voorzieningen dekt. Deze polis wordt vaak afgesloten via een vastgoedverzekeraar en is onderdeel van de jaarlijkse exploitatiekosten van het pand. Naast brand bevat de dekking vaak ook risico’s als storm, inbraak, en waterschade, maar de focus op brand is wettelijk verplicht. De premie wordt meestal door de verhuurder betaald, maar hij mag de kosten doorberekenen in de servicekosten of de huurprijs, mits dit duidelijk wordt vermeld in de huurakte.
Wanneer een brand uitbreekt, neemt de verzekeringsmaatschappij van de verhuurder het herstel van de structurele schade op zich. Dit omvat onder meer sloop- en wederopbouwkosten, tijdelijke verhuurdersvergoeding (bijvoorbeeld nakomende huurverlies) en eventuele bijkomende kosten zoals asbestverwijdering. Het is echter van belang dat de huurder de brand niet veroorzaakt door nalatigheid – in dat geval kan de huurder aansprakelijk worden gesteld en kan de verzekeraar een deel van de uitkering weigeren of terugvorderen.
Huurder – de benodigde inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering
Voor de huurder is een inboedelverzekering niet wettelijk verplicht, maar wordt in de praktijk sterk aangeraden en vaak contractueel geëist. Deze polis dekt de persoonlijke eigendommen van de huurder tegen brand, diefstal, waterschade en andere risico’s. Daarnaast is een aansprakelijkheidsverzekering essentieel omdat de huurder verantwoordelijk is voor schade die hij of zij veroorzaakt aan derden of aan de eigendommen van de verhuurder. Een brand die door een defect apparaat van de huurder ontstaat, valt onder deze aansprakelijkheidsdekking.
Indien er bij een brand schade ontstaat aan zowel de inboedel van de huurder als aan de eigendommen van de verhuurder, zal de huurder zijn eigen inboedelverzekering inschakelen voor persoonlijke verliezen en tegelijk de verhuurder informeren zodat diens opstalverzekering de structurele schade kan afhandelen. Het is cruciaal dat de huurder tijdig melding maakt bij beide verzekeraars en documentatie (foto’s, inventarislijsten) bijhoudt om de claim soepel te laten verlopen. Een goede samenwerking tussen beide polissen voorkomt lange geschillen en versnelt de herstelprocessen.



