Het westnijlvirus heeft dit jaar opnieuw voor opschudding gezorgd. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) registreerde zeszestien nieuwe meldingen bij mensen, waarmee het totaal op 44 bevestigde infecties komt. Daarnaast werden er 48 paarden en 71 vogels positief getest. De laatste week eindigde met het verlies van een vijfde patiënt, hoewel duidelijk is dat de dood niet per se rechtstreeks door het virus wordt veroorzaakt.
Menselijke infecties: cijfers en geografische spreiding
Alle recente gevallen bij mensen werden ontdekt nadat patiënten met koorts en andere griepachtige klachten in het ziekenhuis werden opgenomen. De provincie Zuid-Holland heeft met 23 bevestigde testen het grootste aandeel, gevolgd door Utrecht (10), Noord-Holland (4), Noord-Brabant (4), Gelderland (2) en Overijssel (1). De meeste besmettingen ontstaan na een beet van een zich met het virus dragende mug, een route die door het RIVM als enige overdraging tussen mensen wordt bevestigd.
Volgens de RIVM-schattingen ontwikkelt ongeveer één op de vijf gedetecteerde infecties zich tot klinische klachten, meestal milde koorts, hoofdpijn en spierpijn. In circa een procent van de gevallen kan een ernstige vorm optreden, waaronder encefalitis of meningitis, wat de mortaliteit kan verhogen.
Paarden en vogels: een parallelle uitbarsting
Bij de dierenpopulatie loopt het virus harder. Tot nu toe zijn er 136 paarden positief bevonden, waarvan 48 in de afgelopen week. Paarden vertonen vaak neurologische symptomen: hangende lippen, spierkrampen en lossere coördinatie, soms zo ernstig dat de brandweer een paard moet tlakken. Dierenarts Vivianne van Leeuwen beschrijft de toestand als “een paard dat voelt alsof er mieren in de neus kruipen”.
De virale cyclus draait rondom vogel-mug-interacties. Vrije vogels – vooral trekvogels – vormen de reservoirpopulatie; muggen (Aedes-soorten) nemen een geïnfecteerd exemplaar bij en verspreiden het virus vervolgens naar mens en paard. Recentelijk werden vier muggen-pools positief getest: twee in Zuid-Holland, één in Gelderland en één in Noord-Brabant.
Preventieve maatregelen: bloedbank, vaccinatie en klimaat
De bloedbank Sanquin heeft sinds vorige week alle bloeddonaties in negen provincies getest op het westnijlvirus. Deze extra controle is ingevoerd nadat eerder een donor onbewust besmet bloed had geleverd, wat mogelijk heeft bijgedragen aan een van de sterfgevallen. Naast bloedonderzoek wordt er onder paarden actief gevaccineerd. Drie vaccinsoorten zijn beschikbaar; de richtlijn voorschrijft twee inentingen voor een basisimmuniteit, gevolgd door een jaarlijkse booster. Momenteel is slechts een fractie van de geschatte vierhonderdduizend Nederlandse paarden gevaccineerd, maar de vraag naar vaccins is deze zomer meer dan tienvoudig gestegen.
Klimaatverandering speelt eveneens een rol: warmere zomers creëren gunstige omstandigheden voor muggenpopulaties, waardoor de kans op noordwaartse uitbreiding van het virus toeneemt. Een interdisciplinaire werkgroep, opgezet in 2018, blijft de verspreiding monitoren en waarschuwt voor een mogelijk permanentere vestiging van het virus in Nederland.
Terwijl de menselijke sterftecijfers laag blijven, benadrukken gezondheidsautoriteiten dat preventie – vooral bescherming tegen muggenbeten en tijdige vaccinatie van paarden – cruciaal is om een verdere escalatie te voorkomen.



