In Nederland is een persoon overleden aan de gevolgen van het westnijlvirus een ziekte die wordt overgedragen door muggen. Dit virus, dat al jaren in Europa circuleert, wordt steeds vaker waargenomen in verschillende regio’s, waaronder Nederland. De verspreiding van het virus is sterk gelinkt aan klimaatverandering, wat de situatie nog urgenter maakt.
Het westnijlvirus (WNV) is een van de opkomende muggenvirussen in Europa. Het wordt overgedragen door vogels en muggen, waarbij muggen het virus kunnen overdragen na het steken van een besmette vogel. Mensen die besmet raken, zijn epidemiologisch doodlopende gastheeren en dragen het virus niet verder. De verspreiding van het virus is vooral actief tijdens hoge temperaturen in de lente en zomer, droge periodes en warme winters.
De verspreiding van het westnijlvirus in Europa
Het westnijlvirus werd oorspronkelijk in Europa binnengebracht door trekvogels uit Afrika. Sinds de jaren 50 circuleert het virus in Europa, maar pas in 1996 werd een grote uitbraak ontdekt in Roemenië, waarbij 393 mensen besmet raakten. Momenteel worden er elke zomer gevallen gemeld in Zuid- en Centraal-Europa, terwijl de meeste menselijke besmettingen worden gerapporteerd in Canada en de Verenigde Staten.
In België was er in één officiële melding van een besmetting met het westnijlvirus. Hoewel het virus nog niet wijdverspreid is in België, is het mogelijk dat het al aanwezig is zonder dat het opgemerkt werd. Dit komt doordat veel mensen geen symptomen ontwikkelen of slechts griepachtige klachten hebben, die gemakkelijk verward kunnen worden met een gewone griep.
Het gevaar van het westnijlvirus voor de mens
Infecties bij de mens blijven vaak onopgemerkt, maar ongeveer 1 op de 4 besmette personen ontwikkelt klachten zoals hoofdpijn, spierpijn, koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren. De meeste mensen herstellen volledig, maar vermoeidheid kan soms weken of maanden aanhouden. In zeldzame gevallen (ongeveer 1 procent) ontwikkelen besmette personen ernstige aandoeningen zoals encefalitis (ontsteking van de hersenen) of meningitis (hersenvliesontsteking). Deze ernstige vorm komt vaker voor bij oudere mensen en kan dodelijk zijn.
Er is geen specifieke behandeling voor westnijlinfectie, en er bestaat geen vaccin. De symptomen worden behandeld met pijnstillers. Op de langere termijn is het belangrijk om de klimaatopwarming zoveel mogelijk af te remmen om de verspreiding van het virus in te dammen.
De rol van klimaatverandering
De verspreiding van het westnijlvirus in Europa is sterk gelinkt aan klimaatverandering. Onderzoekers aan de universiteiten VUB en ULB in Brussel hebben aangetoond dat klimaatverandering een grote rol speelt bij de opmars van het virus in het zuidoosten van Europa. Hoge temperaturen, droge periodes en warme winters creëren gunstige omstandigheden voor de verspreiding van het virus.
Wim Thiery, klimaatwetenschapper aan de VUB, benadrukt dat dit virus een duidelijk voorbeeld is van de gevolgen van klimaatverandering. Naast escalerende klimaatextremen is het opduiken van tropische ziektes in Europa een van de vele logische gevolgen van onze verslaving aan fossiele brandstoffen. Dit betekent dat we niet alleen moeten werken aan de bestrijding van het virus, maar ook aan het tegengaan van klimaatverandering.
Leen Delang, virologe aan KU Leuven, heeft aangetoond dat Belgische muggen, specifiek de Culex pipiens in staat zijn om het virus over te dragen. Haar onderzoeksgroep heeft voor het eerst aangetoond dat muggen, gevangen in het Leuvense, besmet kunnen worden met het virus en het kunnen overdragen in hun speeksel.
Met de verwachting dat het virus zich door de klimaatverandering verder zal verspreiden in Europa, is het belangrijk om alert te blijven en maatregelen te nemen om de verspreiding te beperken. Dit omvat zowel de bestrijding van muggen als het tegengaan van klimaatverandering.


