De aangekondigde regeling die het mogelijk zou maken om een deel van het pensioen in één keer op te nemen is opnieuw uitgesteld. Uit de lente-brief van het kabinet blijkt dat de maatregel pas in 2029 ingevoerd zal worden. Met deze maatregel zou het pensioenvermogen gedeeltelijk beschikbaar worden gemaakt zodat deelnemers bij pensionering direct over een deel van het kapitaal kunnen beschikken.
Het concept staat al meer dan een jaar stil in de Eerste Kamer en was eerder verplaatst naar juli 2026. Ministeriële vragen over de fiscale gevolgen en de administratieve lasten hebben geleid tot aanvullende vertragingen. Belanghebbenden, zoals het Nibud en de Pensioenfederatie, waarschuwen dat de praktijk ingewikkelder is dan de maatregel op het eerste gezicht lijkt.
Wat houdt de maatregel precies in?
In essentie zou de regeling deelnemers de mogelijkheid geven om maximaal 10% van hun opgebouwd pensioenvermogen in één keer op te nemen. Het doel van de regeling is om ruimte te bieden voor grote uitgaven bij pensionering: een camper, verbouwing of bijdragen aan onderwijs voor kleinkinderen zijn vaak genoemde voorbeelden. Als iemand bijvoorbeeld €250.000 heeft opgebouwd, zou diegene direct €25.000 kunnen opnemen. Deze eenmalige contante opname verlaagt echter automatisch de toekomstige periodieke uitkering, omdat het resterende kapitaal kleiner wordt.
Definitie en werking
De term eenmalige opname verwijst naar de keuze om een deel van het pensioenvermogen direct bij pensionering te laten uitkeren in plaats van het volledig in periodieke betalingen om te zetten. Dat betekent dat het uitkeringsprofiel verandert: een hoger startbedrag, maar een lager maandbedrag gedurende de rest van de levensduur. Belangrijke technische aspecten zoals berekeningsmethoden en timing van de opname vereisen nadere uitwerking in regelgeving, wat mede de vertraging verklaart.
Fiscale en sociale consequenties
Een doorslaggevend aandachtspunt zijn de mogelijke effecten op toeslagen en belastingpositionering. Het Nibud waarschuwt dat een plotselinge stijging van het beschikbare inkomen kan leiden tot het (gedeeltelijk) verliezen van rechten op toeslagen zoals zorgtoeslag en huurtoeslag. Deze middelen worden vaak inkomensafhankelijk beoordeeld; een eenmalige opname kan dus tijdelijk tot een hoger belastbaar inkomen leiden, met onbedoelde financiële nadelen.
Administratieve lasten en politieke vragen
De organisatorische impact is een andere reden voor terughoudendheid. Pensioenfondsen geven aan dat de invoering bijkomende administratieve lasten met zich meebrengt, bijvoorbeeld voor klantcommunicatie, berekening van verlaagde periodieke uitkeringen en aanpassing van IT-systemen. De Pensioenfederatie heeft om deze redenen pleidooien gericht aan beleidsmakers om het invoeringsmoment opnieuw te heroverwegen.
Wat kunnen deelnemers nu doen?
Totdat de wetgeving definitief is, verandert er formeel weinig voor pensioendeelnemers. Het is wel verstandig om voornemens en verwachtingen te herijken: houd rekening met het risico dat een eenmalige opname een negatieve invloed kan hebben op maandelijkse uitkeringen en toeslagen. Voor wie overweegt in de toekomst te kiezen, is het raadzaam om nu al een gesprek te plannen met het pensioenfonds of een onafhankelijk financieel adviseur, zodat persoonlijke gevolgen en alternatieven in kaart gebracht kunnen worden.
Samenvattend: de maatregel om tot 10% van het pensioenvermogen ineens op te nemen wordt uitgesteld tot ten minste 2029. De discussie draait niet alleen om de praktische voordelen voor deelnemers, maar ook om fiscale consequenties en uitvoerbaarheid voor fondsen. Wie zekerheid wil over de financiële impact doet er goed aan zich tijdig te laten informeren en rekening te houden met mogelijke effecten op toeslagen en toekomstige inkomsten.