De Nederlandse landbouwsector worstelt met de stikstofcrisis, maar niet alle veehouders dragen even veel bij aan de oplossing. Een recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer onthult dat rundveehouders het minst actief zijn bij het verminderen van stikstofuitstoot, ondanks beschikbare subsidies en regelingen.
Tussen 2019 en 2026 stond er 4,2 miljard euro beschikbaar voor het beëindigen van veebedrijven, maar slechts 62 procent van dit bedrag is daadwerkelijk gebruikt. Dit betekent dat 1,6 miljard euro onbenut is gebleven, wat de structurele onderbesteding in de sector benadrukt.
Rundveehouders traag in actie
Van alle veehouders hebben slechts 2 procent van de rundveehouders deelgenomen aan stoppersregelingen, vergelijkbaar met 5 procent van de kippenhouders en 8 procent van de varkenshouders. Dit is opmerkelijk, omdat rundveebedrijven verantwoordelijk zijn voor 57 procent van de landelijke stikstofemissies en 69 procent van de emissies binnen een kilometer van Natura 2000-gebieden.
Barbara Joziasse, lid van het college van de Rekenkamer, benadrukt het belang van deelname van rundveehouders: “Onze boodschap aan het kabinet is: reken je niet rijk. Voor maximaal resultaat van dergelijke regelingen is deelname door rundveehouders heel belangrijk.”
Oorzaken van de trage reactie
De Rekenkamer identificeert meerdere redenen waarom rundveehouders minder snel stoppen dan andere veehouders. “Zij identificeren zich met hun bedrijf, hun land, hun dieren en de levensstijl die erbij hoort,” aldus het onderzoek. Veel rundveehouders zijn al generaties lang in het bedrijf actief, wat de beslissing om te stoppen extra moeilijk maakt.
Daarnaast lijken kippen- en varkensboeren zakelijker te kijken naar de aangeboden regelingen. “De manier van produceren speelt hierbij een rol,” zegt Joziasse. “Rundveehouders hebben vaak een sterkere emotionele binding met hun bedrijf, wat de transitie naar andere activiteiten bemoeilijkt.”
Toekomstige uitdagingen
Het kabinet streeft ernaar dat in 2035 van alle 162 Natura 2000-gebieden in 74 procent de kritische depositiewaarde niet wordt overschreden. Helaas lijkt dit doel niet haalbaar, met een verwachte reductie van slechts 33 tot 39 procent. Ook het streven om de emissie van ammoniak in 2035 met 42 tot 46 procent te hebben teruggebracht vergeleken met 2019, lijkt onbereikbaar.
Het instellen van zones rondom natuurgebieden levert slechts een beperkte bijdrage aan het behalen van de stikstofemissiedoelen. “Er is in de rest van Nederland ook nog veel stikstofuitstoot. Het kabinet zal aan meerdere knoppen moeten draaien,” concludeert Joziasse.
Veehouders veroorzaken iets minder dan de helft van de totale stikstofuitstoot, de rest komt voornamelijk van industrie en verkeer. De schade van te veel stikstof aan natuur, milieu en Volksgezondheid is eerder, door andere instituten, berekend op 12 tot 15 miljard euro per jaar.



