De recente sprong in brandstofprijzen, gecombineerd met signalen van een mogelijk dieseltekort, zet de olie raffinaderijen in Rotterdam en Vlissingen onder ongekende druk. Terwijl de Europese Commissie zich voorbereidt op een “strategische dialoog” over de toekomst van de petrochemische sector, staan zowel beleidsmakers als industriële giganten voor de moeilijke taak om de levering van benzine, diesel en kerosine veilig te stellen én tegelijkertijd de CO₂-uitstoot te reduceren.
Europese brandstofafhankelijkheid en strategische dialoog
Momenteel importeert Europa een aanzienlijk deel van zijn diesel en kerosine uit landen buiten de EU. Door de conflict-situatie in het Midden-Oosten lopen consumenten en bedrijven nu recordprijzen, een ontwikkeling die de Europese Commissie niet wil laten voortduren. Voorzitter Ursula von der Leyen heeft recent een “strategische dialoog” aangekondigd, waarin de nadruk ligt op het verlagen van productiekosten en het opbouwen van voldoende voorraden – ook voor defensieve doeleinden. De dialoog moet ervoor zorgen dat de industriële capaciteit niet sneller krimpt dan de vraag naar brandstoffen, een evenwicht dat nu fragiel is.
Nederlandse raffinaderijen onder druk
De Shell-, BP- en ExxonMobil-installaties in Rotterdam, samen met de Zeeland Refinery in Vlissingen, leveren tientallen miljarden liters brandstof aan de Europese markt. Deze zomer steeg de productie van kerosine om luchtvaarttekorten op te vangen; nu draait men weer meer diesel. De productiekosten zijn in Europa hoger dan in andere continenten, mede door de prix van CO₂-rechten die bedrijven moeten aankopen om hun emissies te legaliseren, en door de relatief dure stroomtarieven in Nederland. Het kabinet staat voor de uitdaging om deze raffinaderijen – die op termijn moeten afgebouwd worden – op korte termijn optimaal te laten presteren, zonder de ambitie van verdere CO₂-reductie uit het oog te verliezen.
Duurzame transitie: groene waterstof en synthetische brandstoffen
Naast het behouden van de huidige productie, wordt de ontwikkeling van groene waterstof en biobrandstoffen steeds urgenter. Shell investeerde een half-miljard euro in een bio-refinaderij voor duurzame diesel en kerosine, maar liet het project een jaar geleden weer vallen vanwege stevige concurrentie uit Azië en een ontoereikende Europese verplichting tot het mengen van biobrandstoffen. Toch blijft de richting duidelijk: groene waterstof wordt via elektrolyse geproduceerd en dient als grondstof voor synthetische kerosine, een brandstof die al in een KLM-vlucht naar Madrid werd getest. Op de Tweede Maasvlakte produceert het Finse Neste biobrandstoffen en heeft de capaciteit recent naar 2,7 miljoen ton per jaar verdubbeld. Power2X werkt aan een synthetische kerosine-fabriek precies tussen de Shell- en Exxon-installaties, wat de logistieke efficiëntie moet verhogen.
Biobrandstoffen en de mislukte bio-refinaderij
De afgelaste bio-refinaderij van Shell illustreert de huidige marktdruk. De gestegen kosten van CO₂-rechten en de lage verplichting tot het toevoegen van bio-diesel en bio-kerosine maakten het project economisch onaantrekkelijk. Toch blijven bedrijven experimenteren: de eerste synthetische kerosine werd vijf jaar geleden in een laboratorium geproduceerd, maar de markt wordt nog als te klein beschouwd voor grootschalige productie.
CO₂-afvang, kosten en toekomstperspectief
Om de ecologische voetafdruk te verkleinen, nemen zowel Shell als ExxonMobil deel aan CO₂-afvang en -opslag (CCS). De opgevangen koolstof wordt opgeslagen in een leeg gasveld onder de Noordzee. Hoewel dit technologische stap een belangrijke bijdrage levert aan emissiereductie, zorgen de bijkomende kosten ervoor dat de raffinageprijs verder stijgt. Nieuwe olieraffinaderijen zijn niet langer aantrekkelijk; Shell heeft haar wereldwijde raffinaderij-aantal al meer dan gehalveerd en de Gunvor-installatie in Rotterdam werd vorig jaar gesloten. Europese landen kijken nu naar Nederland als cruciale bron van brandstof, maar eisen wel dat de kosten niet teveel afwijken van die op andere continenten.
De spanningen tussen economische winst – de oliemaatschappijen behalen momenteel miljardenwinsten per kwartaal – en de eisen van de milieubeweging, die elke steun aan de productie van diesel en kerosine kritisch bekijkt, maken de beleidsdiscussie complex. De komende weken zal klimaatminister Stientje van Veldhoven concrete plannen presenteren, waarbij de balans tussen energiezekerheid, defensieve behoeften en klimaatdoelstellingen centraal staat.



