In Nederland, waar het gezondheidssysteem als een van de beste ter wereld wordt beschouwd, blijkt dat de sociaaleconomische status van patiënten een cruciale rol speelt in hun overlevingskansen op de intensive care (IC). Dit is de schokkende conclusie van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door Maastricht UMC+ en Amsterdam UMC dat gegevens van meer dan een half miljoen IC-opnamen tussen 2014 en 2026 analyseerde.
De studie, gepubliceerd in een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift, toont aan dat patiënten uit huishoudens met een lagere sociaaleconomische status (SES) 1,6 keer meer kans hebben om in het ziekenhuis te overlijden dan patiënten uit huishoudens met een hogere SES. Dit verschil blijft bestaan, zelfs nadat factoren zoals leeftijd, geslacht, chronische ziekten en de ernst van de ziekte bij opname zijn meegenomen.
De impact van sociaaleconomische status op de IC
De onderzoekers deelden de IC-patiënten in vijf groepen in, gebaseerd op hun sociaaleconomische status. Wat bleek? In de groep met de laagste status overleed 16,8 procent van de patiënten in het ziekenhuis, tegenover slechts 7,9 procent in de groep met de hoogste status. De gemiddelde sterfte onder alle IC-patiënten was 12,1 procent.
Bas van Bussel, intensivist bij Maastricht UMC+, benadrukt dat deze bevindingen niet alleen medische, maar ook maatschappelijke implicaties hebben. Artsen doen hun best zegt hij, maar we moeten als maatschappij ook naar de mens in het ziekenhuisbed kijken die misschien veel meer stress ervaart door geldzorgen, waardoor diegene minder gezond kon leven.
Regionale verschillen en ziekenhuistypen
Het onderzoek onthulde ook regionale verschillen. Zo behandelen IC’s in Zuidwest-Nederland en Limburg patiënten met gemiddeld de laagste SES, terwijl IC’s in Midden-Nederland gemiddeld patiënten met de hoogste SES behandelen. Dit heeft invloed op het aantal patiënten dat levend van een IC afkomt.
Daarnaast blijkt dat patiënten met een lagere SES vaker worden opgenomen in kleinere algemene ziekenhuizen, terwijl patiënten met een hogere SES relatief vaker in een academisch centrum of groter ziekenhuis worden behandeld. Ook verschilt de reden voor opname: IC-patiënten met een lage SES worden vaker opgenomen vanwege een acute, niet-operatieve aandoening, terwijl patiënten met een hoge SES vaker na een geplande operatie op de IC worden opgenomen.
Preventieve maatregelen en vroegtijdige ondersteuning
Van Bussel benadrukt dat preventieve maatregelen al veel eerder moeten beginnen, nog voordat iemand op de IC terechtkomt. Hoe eerder we ingrijpen, hoe groter het effect zal zijn, zelfs bij mensen die plotseling heel ernstig ziek worden zegt hij. In Limburg speelt werk mogelijk een grotere rol vanwege het mijnwerkersverleden, met problemen door stoflongen en werkloosheid als gevolg van de sluiting van de mijnen.
Danielle Koornneef, een van de onderzoekers van Amsterdam UMC, benadrukt dat de sociaaleconomische achtergrond van patiënten moet worden meegewogen bij het vergelijken van IC-zorg. Dit betekent niet dat de kwaliteit van de zorg tussen ziekenhuizen verschilt: alle Nederlandse IC’s voldoen aan hoge kwaliteitsnormen.
Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door de landelijke dekking van de nationale IC-registratie (NICE) en de SES-gegevens per huishouden van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De SES-score is gebaseerd op onder andere welvaart, opleiding en arbeidsverleden.



