Een gezamenlijk rapport van het Clingendael Instituut en de Erasmus Universiteit uitgevoerd voor het ministerie van Landbouw, wijst erop dat de huidige richtlijn – drie dagen voedsel in huis – niet langer toereikend is. Het onderzoek toont aan dat huishoudens een voorraad moeten hebben die acht dagen meegaat, zodat ze bij plotselinge onderbrekingen van de bevoorrading geen acute tekorten ondervinden.
Redenen voor een langere noodbuffer
Supermarkten en hun leveranciers opereren tegenwoordig met extreem lage voorraden om kosten te drukken. Een gebeurtenis als een cyberaanval op de logistieke systemen of hevige regenval die een regio tijdelijk afsluit, kan al binnen twee à drie dagen lege schappen veroorzaken. “Nu gaan we ervan uit dat na een paar dagen de supermarkten wel weer kunnen worden voorzien van voedsel,” legt onderzoeker Pieter Zwaan uit, “maar bij zware regenval kan een gebied langer afgesloten blijven, waardoor de herstelperiode langer duurt.”
Naast digitale dreigingen en extreem weer benadrukt het rapport de kwetsbaarheid van de toeleveringsketen bij langdurige crises, zoals oorlog of ernstige stroomstoringen. Zonder een minimale noodhoeveelheid in de bestaande magazijnen kan de schaarste zich snel uitbreiden, met als gevolg stijgende prijzen en maatschappelijke onrust.
Praktische invulling van de buffer
De onderzoekers pleiten voor een dynamische noodvoorraad die meebeweegt met de normale verkoop. In plaats van stockpiles van graan die kunnen bederven, zouden supermarkten een buffer van lang houdbare, calorierijke producten – denk aan blikken bonen, rijst of pasta – moeten aanhouden. Deze aanpak maakt het mogelijk om de voorraad continu te laten draaien, zodat er geen bederf optreedt en de kosten beperkt blijven.
De Nederlandse landbouw exporteert veel, maar blijft voor essentiële grondstoffen zoals soja, kunstmest en brandstof afhankelijk van import. Een langdurige verstoring kan de veehouderij hard raken, zeker voor pluimveesector en varkenshouderij. Hoewel “er niet meteen sprake is van hongersnood”, waarschuwt het rapport voor een acute schaarste aan specifieke producten, flinke prijsstijgingen en een mogelijke sociale spanning.
Regeringsreactie en kijk op de kosten
Staatssecretaris Erkens van Voedselzekerheid heeft aangegeven de komende maanden gesprekken te voeren met supermarkten en leveranciers om de exacte omvang van de buffer en de financieringsvraag te bepalen. Hij geeft nog geen concrete cijfers over de mogelijke kosten voor de overheid.
Ter illustratie horen we van consumenten in Nijmegen uiteenlopende ervaringen: een man met een volle karretje zegt dat hij voor anderhalve week kan overleven, terwijl een vrouw aangeeft een voorraad van een maand te hebben opgebouwd na een medische noodsituatie. Een derde respondent meldt echter dat ze “helemaal niets” in huis heeft, wat het belang van een landelijk gecoördineerde aanpak onderstreept.



