In Nederland gebruiken veel huisartsenpraktijken en huisartsenposten een online vragenlijst om patiënten te helpen beslissen of ze naar de dokter moeten. De tool, bekend onder de naam MINDD of het webadres moetiknaardedokter.nl, geeft uiteenlopende adviezen: van afwachten en paracetamol tot direct contact met de huisarts of bellen van alarmnummer 112. Hoewel het doel is om de druk op de zorg te verminderen, rijzen er serieuze vragen over juridische toestemming en de transparantie van de onderliggende triagecriteria.
Onderzoeken van nieuwsredacties en toezichthouders tonen aan dat de applicatie jarenlang zonder de juiste papieren heeft geopereerd en dat niet duidelijk is waarop de algoritmes hun aanbevelingen baseren. Jaarlijks verwerkt de tool miljoenen ingevulde vragenlijsten en wordt zij door naar schatting ongeveer 2000 huisartsenwebsites gelinkt. De situatie zet huisartsen, patiënten en toezichthouders voor een lastige afweging tussen praktische bruikbaarheid en medische veiligheid.
Waarom de vergunningen en bronnen belangrijk zijn
Het verschil tussen het geven van algemene informatie en het verstrekken van medisch advies is juridisch en praktisch van groot belang. Als een hulpmiddel puur informatief is, gelden mildere regels; zodra het concrete aanbevelingen doet over of iemand direct zorg moet zoeken, vallen er strengere kwaliteits- en veiligheidsvereisten onder Europese en nationale regelgeving. In dit geval concludeerden toezichthouders dat MINDD als meer dan alleen informatieverstrekker fungeert en dat er structurele onduidelijkheid bestaat over welke medische standaarden en protocollen worden toegepast.
Waar schort het aan? bronvermeldingen en inconsistenties
De makers van de tool noemen op hun site meerdere instanties en onderzoeken als basis, waaronder onderdelen die zich bezighouden met triage en huisartsgeneeskunde. Die organisaties hebben echter verklaard niet op de hoogte te zijn van de samenwerking of om toestemming gevraagd te zijn om hun naam te verbinden aan de tool. Daarnaast is er een praktisch probleem: kleine variaties in ingevulde gegevens kunnen leiden tot drastisch verschillende adviezen. Een voorbeeld dat veel aandacht kreeg, toont aan dat een gebruiker met alarmerende klachten bij leeftijdsopgave 40 naar 112 wordt verwezen, terwijl dezelfde klachten met leeftijd 39 leiden tot aanvullende vragen en een advies om later die dag de huisarts te bellen.
Gevolgen van verkeerd ingevulde gegevens
Omdat de vragenlijst afhankelijk is van zelfrapportage, kan het weglaten van symptomen of het onjuist invullen van leeftijden en risicofactoren leiden tot gevaarlijke onderschatting van ernst. Huisartsenpraktijken en huisartsenposten die betalen voor het gebruik van de tool ontvangen per ingevulde vragenlijst geld van zorgverzekeraars, waardoor de toepassing verder is verspreid zonder dat daar altijd heldere kwaliteitscontroles tegenover staan.
Toezicht, reacties en de stand van zaken
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) plaatste de dienst onder toezicht en bevestigde dat de benodigde papieren ontbreken voor de periode van ongeveer vijf jaar. Het ministerie van Volksgezondheid kon in een beoordeling niet vaststellen dat de tool betrouwbaar is, mede door het gebrek aan transparantie over de gebruikte gegevensbronnen en protocollen. Op hun beurt hebben belangenorganisaties zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging aangegeven dat leveranciers sneller en duidelijker door beoordelingsprocedures moeten gaan, zodat huisartsen zeker weten of zij op een leverancier kunnen vertrouwen.
Reactie van de ontwikkelaars en verdere stappen
De ontwikkelaars geven aan dat regelgeving op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden en beloven de ontbrekende certificeringen te gaan regelen. Ondanks de geconstateerde onregelmatigheden kiest de IGJ er voorlopig voor om geen verder onderzoek te starten en vertrouwt de toezichthouder op de toezeggingen van het bedrijf. Kritische stemmen benadrukken dat toezeggingen alleen niet genoeg zijn: voor medische hulpmiddelen blijven duidelijke beoordelingsprocedures en publieke transparantie essentieel om risico’s voor patiënten te beperken.