De Raad voor Cultuur heeft een advies uitgebracht over de impact van kunstmatige intelligentie (AI) op de cultuursector. Een van de belangrijkste aanbevelingen is dat kunstenaars gecompenseerd moeten worden als hun werk wordt gebruikt om AI-modellen te trainen. Dit advies komt op een moment dat generatieve AI-modellen steeds vaker worden ingezet om afbeeldingen, muziek en video’s te genereren in de stijl van menselijke kunstenaars.
Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur, benadrukt dat AI zowel kansen als risico’s biedt voor de culturele sector. Terwijl de technologie nieuwe mogelijkheden creëert, brengt het ook uitdagingen met zich mee, vooral op het gebied van auteursrechten en compensatie voor kunstenaars.
De rol van contentheffing bij compensatie
Generatieve AI-modellen worden getrained met openbare data, zoals foto’s op sociale media of afbeeldingen van kunstwerken op websites van kunstenaars. Huidigelijk worden makers hiervoor niet gecompenseerd. De Raad voor Cultuur pleit voor een contentheffing om dit te veranderen. Een overheidmonitor zou kunnen bijhouden welke data in trainingssets van AI-modellen voorkomt, waardoor bepaald kan worden welke kunstenaars compensatie verdienen.
Jurist Charlotte Meindersma, gespecialiseerd in AI en auteursrecht, bevestigt dat het juridisch mogelijk is om bedrijven te verplichten te betalen voor data die ze gebruiken voor het trainen van AI-modellen. Ze wijst echter op de uitdaging om het bedrag te bepalen. ‘Hoe bepaal je de waarde van creatieve data voor een AI-model?’ vraagt ze. Dit is een complexe vraag die nog niet volledig is opgelost.
Verschillende standpunten binnen de kunstwereld
De discussie over compensatie voor kunstenaars is niet eenduidig. Constant Brinkman, oprichter van de AI-galerij Dead End Gallery, ziet de contentheffing niet als de enige oplossing. Volgens hem zouden kunstenaars hun werk bewust kunnen aanbieden aan AI-bedrijven als een nieuw verdienmodel. ‘Kunstenaars kunnen hun werk laten gebruiken door AI-modellen en daarvoor betaald worden,’ stelt hij.
De Raad voor Cultuur wil ook dat de culturele sector beschermd wordt tegen concurrentie van AI-modellen, die veel sneller en goedkoper plaatjes kunnen maken die lijken op kunst. ‘De samenleving zou moeten investeren in de culturele sector en de inzet van menselijke creativiteit stimuleren,’ zegt Baele. Brinkman is van mening dat AI geen bedreigende concurrent vormt voor de kunstwereld. ‘Het gaat om een techniek die naast de bestaande kunst kan bestaan,’ aldus hij.
Ervaringen van kunstenaars
Een enquête eind vorig jaar toonde aan dat één op de vijf kunstenaars inkomen en opdrachten verliest aan AI. Illustrator Merel Corduwener merkt nog geen teruggang in aanvragen. ‘De bedrijven waar ik mee samenwerk hechten juist veel belang aan menselijke makers,’ zegt ze. Ze gebruikt zelf ook af en toe AI voor haar werk, bijvoorbeeld om iets specifieks na te tekenen.
Maruga Koops, eveneens illustrator, kijkt gespannen toe hoe AI-gegenereerde plaatjes steeds beter worden. ‘Hoewel ik in mijn werk nog weinig effecten zie van de opkomst van AI, ben ik soms weleens bang dat mijn werk wordt overgenomen,’ zegt ze. Koops ziet liever dat haar werk helemaal niet meer gebruikt wordt door AI-bedrijven.
De discussie over compensatie en de impact van AI op de kunstwereld is complex en veelzijdig. Terwijl sommige kunstenaars de technologie omarmen als een hulpmiddel, zijn anderen bezorgd over de mogelijke gevolgen voor hun inkomen en creativiteit. De Raad voor Cultuur hoopt met haar advies een evenwicht te vinden tussen innovatie en bescherming van de culturele sector.


