Een KLM-stewardess uit Haarlem is na een voorzichtige opname in het Amsterdam UMC getest op het hantavirus en bleek negatief. De vrouw was na terugkeer uit Zuid-Afrika met milde klachten opgenomen en geplaatst in isolatie terwijl diagnostische tests werden uitgevoerd. De uitslag is bevestigd door de WHO, die aangeeft dat er geen infectie is vastgesteld bij deze medewerker.
De aanleiding voor de test was een contact tijdens een korte ontmoeting in Johannesburg met een 69-jarige Nederlandse passagier die op 25 april kort aan boord stapte van een vlucht van KLM. De bemanning besloot haar toen niet te laten meevliegen vanwege haar conditie; de vrouw overleed de volgende dag in een ziekenhuis in Zuid-Afrika na bevestiging van een hantavirus-infectie. Vanwege die gebeurtenis classificeerde de GGD meerdere reizigers en bemanningsleden als contacten die moesten worden opgevolgd.
Wat er op de vlucht en daarna gebeurde
Op de betreffende vlucht zaten in totaal 388 passagiers. De GGD maakte onderscheid tussen drie risicogroepen: een groep met intensief contact — vijf personen waaronder de stewardess —, passagiers op rijen direct rondom de zieke reiziger, en de overige inzittenden. De eerste groep wordt volgens de GGD intensief gemonitord tot 1 juni, aangezien de incubatieperiode van het hantavirus ongeveer zes weken kan bedragen. Personen uit de twee rijen voor en achter de zieke passagier kregen het advies zelf symptomen te letten en bij klachten contact op te nemen met de lokale GGD.
Testen, monitoring en uitslagen
Na terugkeer naar Nederland meldde de stewardess zich met milde klachten bij het ziekenhuis en werd zij getest. Uit privacyoverwegingen gaf het Amsterdam UMC geen details over haar toestand, maar de WHO bevestigde later dat de test negatief was. Het RIVM meldde dat in totaal drie personen van de vlucht klachten hadden ontwikkeld; ook deze twee andere personen zijn getest en bleken niet besmet te zijn. De uitkomsten verminderen de kans op verder verspreiding binnen de passagiersgroep, maar de GGD behoudt het beleid van zichtbare opvolging voor contacten met verhoogd risico.
Hoe contactonderzoek verloopt
Het contactonderzoek is volgens de gezondheidsdiensten gestructureerd: eerst worden mensen met werkelijk intensief contact dagelijks benaderd om eventuele klachten door te nemen en om snel te handelen bij verslechtering. De redenen voor deze aanpak zijn praktisch en epidemiologisch: vroegtijdige herkenning van symptomen maakt behandeltrajecten en isolatiemaatregelen efficënter. Reizigers buiten de directe rijen ontvangen informatie en instructies over wanneer zij contact moeten opnemen met de juiste instanties, zoals de GGD en het RIVM.
Wat betekent de negatieve test voor de betrokkenen?
De bevestiging van een negatieve test door de WHO betekent dat de stewardess zelf niet met het hantavirus is gediagnosticeerd. Of dit direct betekent dat zij uit isolatie mag of wanneer dat kan, is door de betrokken gezondheidsdienst vanwege privacy niet publiekelijk toegelicht. Voor de overige vijf intensief gevolgde contacten blijft het advies om tot 1 juni alert te blijven op klachten. Voor de bredere passagiersgroep geldt dat zij geen verhoogd risico lopen als zij niet in de twee aangrenzende rijen zaten.
Praktische adviezen voor passagiers
Passagiers die in dezelfde rij of in de twee rijen ervoor of erna zaten krijgen het verzoek om tot 1 juni zelf op klachten te letten en bij klachten contact op te nemen met de lokale GGD. Dit is afgestemd op de geschatte incubatieperiode van het virus. Reizigers wordt aangeraden medische hulp te zoeken bij koorts, ademhalingsklachten of andere zorgwekkende symptomen, en dan te melden dat er contact was met een bevestigd geval van hantavirus op een vlucht.
Slotbeschouwing
Samengevat laat de situatie zien hoe internationale reizen en snelle opvolging door medische instanties samenkomen: dankzij directe isolatie, testen en contactonderzoek heeft de WHO kunnen bevestigen dat de betreffende KLM-medewerker niet besmet is. De GGD en het RIVM blijven voor de nauwkeurig aangewezen contacten waakzaam tot 1 juni, terwijl de meerderheid van de passagiers geen aanvullend risico wordt toegeschreven. Dergelijke protocollen zijn bedoeld om zowel individuele zorg als publieke gezondheidsveiligheid te waarborgen.