Naar inhoud
4 juni 2026

Iedere agent moet cyberaanvallen en oplichting bestrijden, zegt politie

De politie wil dat alle agenten meehelpen bij online criminaliteit; Stan Duijf van de Nationale Politie motiveert de stap en schetst praktische gevolgen

Iedere agent moet cyberaanvallen en oplichting bestrijden, zegt politie

De Nationale Politie stelt dat meer dan de helft van alle misdrijven tegenwoordig een digitale component heeft, en trekt de conclusie dat de respons daarop breder moet worden. Volgens Stan Duijf, hoofd van de cybercrime-eenheid, is het noodzakelijk dat alle 60.000 agenten zich actief bezighouden met cybercrime. Deze aanpak moet gewone meldingen zoals phishing, oplichting en digitale afpersing sneller bij de politie brengen en voorkomen dat zaken onnodig complex worden gemaakt door niet-specialistische afhandeling.

De boodschap van de korpsleiding is duidelijk: online criminaliteit behoort tot het kernwerk van de politie, niet alleen tot gespecialiseerde teams. Door basiskennis en standaardprocedures op alle afdelingen in te bedden, wil de politie slachtoffers beter en sneller helpen. Dit standpunt werd openbaar gemaakt in een persverklaring, gepubliceerd: 02/05/2026 01:00, waarin werd onderstreept dat de aard van misdaad verandert en dat de organisatie daarop moet reageren.

De omvang van digitale delicten

Het spectrum van cybercrime is breed: van eenvoudige oplichting via social engineering tot meer geavanceerde vormen van digitale diefstal en afpersing. De politie benadrukt dat het onderscheid tussen online en offline delicten vervaagt wanneer gegevens en geld via internetstromen bewegen. Met meer dan de helft van alle incidenten die een online component hebben, onderschrijft de korpsleiding dat traditionele prioriteiten en inzet moeten worden aangepast. In dit licht is het essentieel dat basiskennis over digitale opsporing en meldingsprocedures beschikbaar is voor alle agenten, zodat slachtoffers niet tussen wal en schip raken.

Van beleid naar praktijk: alle agenten in actie

In praktische zin betekent de beleidswijziging dat werkprocessen en taken verschuiven. Basisonderzoek naar online criminaliteit moet bij de eerste aangifte al op gang komen, ook als een zaak later naar een gespecialiseerd team gaat. De politie verwacht dat agenten eenvoudige technische signalen herkennen en standaardmaatregelen kunnen nemen, zoals het veiligstellen van accounts of het verzamelen van digitale aanwijzingen. De bedoeling is niet dat iedere agent gespecialiseerd forensisch onderzoek uitvoert, maar wel dat er een breed draagvlak komt voor snelle, consequente respons op digitale meldingen.

Operationele gevolgen

Operationeel vergt dit veranderingen in meldkamers, aangifteprocedures en de samenwerking tussen afdelingen. Meer gevallen zullen direct elektronisch worden geregistreerd en in eerste instantie door de lokale teams worden opgepakt, waarna complexere zaken worden doorverwezen. Dit vraagt aandacht voor interoperabiliteit van systemen en heldere escalatiepaden. Daarnaast is er meer noodzaak voor landelijke coördinatie bij grensoverschrijdende misdrijven en samenwerking met buitenlandse opsporingsdiensten. Door uniformere aanpak verwacht de politie sneller zicht te krijgen op patronen en repeat offenders.

Opleiding en middelen

Om dit te realiseren is inzet op opleiding cruciaal: van basismodules voor herkenning van phishing en accountovername tot richtlijnen voor veilig bewijsbeheer. Naast scholing zijn technische hulpmiddelen nodig, zoals standaard checklists en eenvoudige analysetools voor lokaler gebruik. De korpsleiding onderzoekt ook mogelijkheden voor extra stafcapaciteit en partnership met het bedrijfsleven om toegang te krijgen tot tools en expertise. Belangrijk onderdeel is het geven van duidelijke instructies over privacy en proportionaliteit bij digitale onderzoeken.

Reacties en volgende stappen

De aankondiging roept uiteenlopende reacties op: slachtoffers en slachtofferorganisaties zien kansen op snellere hulp, terwijl privacywaakhonden vragen om zorgvuldig toezicht op amateuronderzoek door niet-specialisten. De politie houdt vast aan het uitgangspunt dat online criminaliteit geen apart fenomeen is, maar onderdeel van regulier politiewerk. De vervolgstappen bevatten het opschalen van trainingen, het aanpassen van werkprocessen en het monitoren van de effecten op verwerkingstijden en kwaliteit van dossiers. De intentie is duidelijk: een breed inzetbare politie die zowel op straat als online effectiever bescherming biedt.

Auteur

Emanuele Tassinari

Emanuele Tassinari, restaurateur uit Turijn, maakte van de restauratie van een achttiende-eeuwse deur een gepubliceerd casestudy: op de redactie leidt hij de rubrieken over restauratie en traditionele technieken. Hij houdt een technisch dagboek bij met aantekeningen over historische afwerkingen dat als referentie bij elk artikel dient.