In een complex en emotioneel geladen geval heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad geadviseerd om de veroordeling van Thijs Hermans tot 22 jaar cel en tbs te handhaven. Hermans werd in 2026 veroordeeld voor de moord op drie wandelaars in 2019. Zijn verdediging stelde dat hij tijdens de daden volledig ontoerekeningsvatbaar was vanwege een psychose.
De advocaat-generaal concludeerde dat er geen sprake was van een vereist novum een nieuw feit dat tot een andere uitspraak had geleid als het tijdens het strafproces al bekend was geweest. Dit advies is van cruciaal belang voor de toekomst van de zaak Hermans.
De feiten van het geval
Op 4 mei 2019 pleegde Thijs Hermans een moord in de Scheveningse Bosjes en drie dagen later twee moorden op de Brunssummerheide. Een half jaar eerder had hij een suïcidepoging overleefd tijdens een psychose. Na deze poging kwam hij in behandeling bij de ggz-instelling Mondriaan in Zuid-Limburg. De behandelaars stelden vast dat Hermans ADHD had en voorschreven hem dexamfetamine, een medicijn dat psychoses kan aanjagen.
Forensisch psychiatrisch onderzoek
Na de moorden onderzocht het Pieter Baan Centrum (PBC) Hermans gedurende zeven weken. Het PBC concludeerde dat Hermans geen ADHD had en dat al zijn handelen verklaard moest worden vanuit een psychose. Een tweede forensisch psychiatrisch onderzoek bevestigde deze conclusie. Beide rapporten adviseerden om Hermans volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren.
Het arrest van het gerechtshof
Het gerechtshof in Den Bosch ging in 2026 niet akkoord met de adviezen van de forensische psychiaters. Het hof stelde wel vast dat Hermans psychische problemen had, maar twijfelde aan de aanwezigheid van een psychose tijdens de daden. Het hof concludeerde dat Hermans door zijn rationele en planmatige keuzes, zoals het uitzetten van zijn telefoon en de bewuste keuze van weerloze slachtoffers, op zijn minst deels toerekeningsvatbaar was en handelde met voorbedachten rade. Daarom verklaarde het hof Hermans slechts verminderd toerekeningsvatbaar en legde hem naast de tbs een lange gevangenisstraf op.
Kritiek op het derde deskundigenrapport
Een cruciaal element in het arrest van het hof was een derde deskundigenrapport, waarin de auteurs geen aanwijzingen zagen voor een psychose tijdens de steekpartijen. Dit rapport kwam later onder vuur te liggen bij forensisch deskundigen en juristen na een reconstructie van de zaak. In 2026 diende Hermans een tuchtklacht in tegen de rapporteurs die aan zijn psychose twijfelden. Zowel het regionaal medisch tuchtcollege in Den Bosch als het centraal medisch tuchtcollege gaven Hermans gelijk en velden een vernietigend De rapporteurs werden berispt.
De herzieningsprocedure
Hermans’ advocaat Bénédicte Ficq zag in de veroordeling door het tuchtcollege een novum om de strafzaak te herzien. De advocaat-generaal concludeerde echter dat het weliswaar om een nieuw feit ging, maar dat het niet vaststaat dat het hof met die kennis tot een ander oordeel zou zijn gekomen. De advocaat-generaal was van oordeel dat uit het resultaat van de tuchtrechtelijke procedure niet de conclusie kon worden getrokken dat de enige juiste vaststelling van de stoornis en mate van toerekeningsvatbaarheid lag besloten in de eerste twee rapporten.
Civiele rechtszaak tegen Mondriaan
Naast de herzieningsprocedure loopt momenteel ook al jaren een civiele rechtszaak van Thijs Hermans tegen de ggz-instelling Mondriaan. In deze zaak moet de rechtbank in Maastricht een oordeel vellen of Mondriaan vanwege de misdiagnose en het voorschrijven van het mogelijk psychose-aanjagend medicijn verantwoordelijk gehouden kan worden voor de psychose van Hermans of zelfs voor zijn daden.
De Hoge Raad doet op 15 december uitspraak in deze zaak. Het advies van de advocaat-generaal is een belangrijk stap in het proces, maar de uitkomst blijft nog onzeker.



