In de loop van de laatste weken werden twee Ecuadoriaanse vissersboten – de Conquista 2 en de María Candelaria – door de Verenigde Staten in de Stille Oceaan onderschept en vervolgens gebombardeerd. De aanvallen vonden plaats tussen 28 augustus en 16 september, een periode waarin Amerikaanse troepen, in samenwerking met de Ecuadoriaanse overheid, tientallen schepen aanvielen die verdacht werden van drugssmokkel. De twee boten maakten deel uit van een fleet van acht, waarvan de bemanningen in totaal dertig-twee getallen verzamelden.
Feiten rond de aanvallen op de vissersboten
Volgens het Southern Command (SOUTHCOM) functioneerden de getroffen schepen als drijvende tankstations voor speedboten die cocaïne naar Noord-Amerika vervoeren. De overheid van de VS stelde dat er een directe link bestond met Los Choneros de oudste criminele organisatie van het Andesland, die op haar beurt verwant zou zijn aan het Mexicaanse Sinaloa-kartel. Deze groep behoort tot de vier Ecuadoriaanse bendes die Washington als terroristisch heeft bestempeld. Ondanks de harde uitspraken werden er nooit concrete bewijsmaterialen overhandigd die de betrokkenheid van de bemanningsleden aantoonde.
Juridisch oordeel van de rechtbank in Quito
Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Ecuador een uitspraak gedaan waarin 32 zeelieden – acht van de Conquista 2 en vierentwintig van de María Candelaria – werden vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie. Het Openbaar Ministerie had eerder bewijs aangeleverd, maar de rechter concludeerde dat er geen enkele strafbare handeling kon worden bewezen. De advocaat van de verdachten benadrukte: “Er was geen sprake van een misdrijf”. Het vonnis maakt duidelijk dat de beschuldigingen tegen de matrozen niet kunnen worden onderbouwd met de beschikbare feiten.
Reacties en bredere context
De uitspraak valt samen met een golf van kritiek op de methoden van de VS. In de afgelopen maanden zouden tientallen vermeende drugsschepen op wateren ten zuiden van de Verenigde Staten zijn neergeschoten, vaak zonder publiekelijk bewijs. Het aantal dodelijke slachtoffers wordt geschat op meer dan tweehonderd, en mensenrechtenorganisaties hebben de acties omschreven als buitengerechtelijke executies. De Ecuadoriaanse rechterlijke uitspraak biedt nu een juridisch tegenwicht en onderstreept het belang van een onafhankelijke beoordeling, los van politieke of militaire druk. De zaak laat zien hoe complexe internationale veiligheidssituaties botsen met fundamentele principes van bewijsvoering en een eerlijk proces.



