In een afscheidsinterview met AT5 op 15 mei 2026 sprak Rutger Groot Wassink openhartig over zijn vertrek na ruim twintig jaar werkzaam te zijn geweest in de gemeentelijke politiek van Amsterdam. Hij zegt dat hij de politiek voor nu loslaat om afstand te nemen, maar dat hij zichzelf niet definitief uitsluit van bestuurlijke taken op lokaal niveau. In het gesprek noemt hij zichzelf milder geworden en erkent hij de emotie die het afsluiten van een lange periode met zich meebrengt. Daarnaast benoemt hij dat de maatschappij veranderd is en het politieke landschap naar rechts is verschoven, een observatie die vaak terugkeert in zijn toelichting.
Groot Wassink begon zijn carrière als stadsdeelraadslid in Westerpark en later in West, waarna hij in 2014 doorstroomde naar de Stopera. Daar was hij aanvankelijk fractievoorzitter en vervulde hij gedurende de laatste acht jaar de rol van wethouder in het college. In 2018 leidde hij GroenLinks naar een klinkende overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Zijn bestuurlijke stijl werd vaak beschreven met uiteenlopende etiketten, maar hij benadrukt dat resultaatgerichtheid altijd leidend was in zijn aanpak.
Bestuurlijke profiel en politieke inslag
Gedurende zijn loopbaan werd Groot Wassink door critici soms weggezet als een ‘zolderkamercommunist’, een omschrijving die hij nadrukkelijk van zich wijst. Hij presenteert zichzelf liever als een praktische bestuurder die oog heeft voor uitvoerbare oplossingen en concrete resultaten. Tegelijkertijd formuleert hij harde kritiek op de landelijke beweging naar rechts: “Ik ben niet zo links, maar het land is rechtser geworden“, aldus zijn citaat. Binnen het college werkte hij nauw samen met collega’s van andere partijen; zijn samenwerking met Marjolein Moorman (PvdA) en Reinier van Dantzig (D66) bleef hem bij, niet in de laatste plaats door hun informeel contact, waaronder een appgroep die ze gekscherend ‘De Drie Musketiers’ noemden.
Controverses en lessen
Stek Oost en veiligheid
Een van de meest beladen dossiers tijdens zijn wethouderschap was het project Stek Oost, een gemengd wooninitiatief waar zowel starters als inwoners met een statushouder-status werden gehuisvest. Na meerdere ernstige geweldsincidenten nam de discussie over voortgang en verantwoordelijkheid hoog op. Groot Wassink verdedigde destijds dat de taakstellingen rond de opvang van statushouders geen argument mochten zijn om het project per se voort te zetten, een standpunt dat in de raadszaal veel reacties opriep. Achteraf gaf hij aan dat hij soms te stellig was geweest en dat de atmosfeer tijdens debatten, met veel adrenaline, tot felheid had geleid.
Omgang met de PVV en communicatie
Naast veiligheidsdossiers kwam ook de politieke houding tegenover de landelijke rechtsflank aan de orde. Groot Wassink weigerde om voorzitter te zijn van een VNG-commissie die zou onderhandelen met een kabinet waarin Marjolein Faber van de PVV verantwoordelijk zou zijn voor asielzaken. Zijn motivatie was principieel: hij noemde de PVV een partij waarvan hij vindt dat ze de democratische rechtsorde ondermijnt en daarom niet geschikt is voor zo’n positie. Daarnaast reflecteert hij op interne communicatiefouten, zoals de omgang met een rapport over lhbti-zaken; hij erkent dat hij het document beter en eerder had moeten verspreiden om onnodige ophef te voorkomen.
Toekomstverwachtingen en advies
Voorlopig kiest Groot Wassink voor afstand: hij gaat eerst op vakantie en sluit een overstap naar de nationale politiek in Den Haag expliciet uit. Tegelijkertijd laat hij de mogelijkheid open om in de toekomst voor een burgemeestersfunctie in aanmerking te komen: er zijn volgens hem gemeenten waar hij dat ambt wel zou overwegen. Over een mogelijke functie als directeur van Milieudefensie grapte hij met een nuchtere “zeg nooit nooit”. Aan zijn opvolgers geeft hij een persoonlijke raad mee: “Geniet er ook een beetje van“, een oproep om naast plichtsbesef ook voldoening te vinden in het publieke werk.