Op dinsdag heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu een gerechtelijke procedure geïnitieerd tegen een groep van vier mediabedrijven en zes journalisten. De aanklacht, die onder de smaadwet valt, draait om berichten die suggereren dat Netanyahu kort voor de Hamas-inval op 7 oktober 2023 persoonlijk waarschuwingen heeft ontvangen van de Verenigde Arabische Emiraten en van Egypte.
De startschot van de controverse kwam van een boek dat twee verslaggevers van een gerenommeerde Israëlische krant publiceerden. Daarin werd gesteld dat de president van de VAE, sjeik Mohamed bin Zayed, en de toenmalige Egyptische inlichtingenchef Abbas Kamel de Israëlische leider tijdig hadden geïnformeerd over een grootschalige operatie van Hamas. Later namen andere nieuwsplatformen dit rapport over.
Achtergrond van de rechtszaak
Netanyahu ontkent categorisch dat hij dergelijke waarschuwingen heeft gekregen. In de formele klacht beschrijft hij de berichtgeving als een “volstrekte, flagrante leugen” en stelt hij dat de media de beweringen hebben verspreid ondanks zijn expliciete ontkenning. Hij eist een schadevergoeding van in totaal 2,6 miljoen sjekel (bijna 748.000 euro) van de gedaagden.
De premier had eerst geprobeerd de informatie via een brief te laten intrekken. Hij vroeg de betrokken krant om een rectificatie, een publieke verontschuldiging en een financiële compensatie van één miljoen sjekel. De redactie weigerde, met het argument dat hun verslag gebaseerd was op grondig journalistiek onderzoek en diverse bronnen.
De beweringen over de waarschuwingen
Volgens de gepubliceerde berichten zou sjeik Mohamed bin Zayed eind september 2023 een persoonlijk gesprek met Netanyahu hebben gehad, waarin hij waarschuwde dat Hamas-leider Yahya Sinwar een grootschalige aanval voorbereidde. Evenzo zou Abbas Kamel, de Egyptische inlichtingenscheidsrechter, kort voor 7 oktober een officiële waarschuwing hebben gestuurd aan Israëlische veiligheidsdiensten.
In beide gevallen werd in de media verwezen naar anonieme bronnen. De krant die als eerste de story naar buiten bracht, hield vast aan haar onderzoek en weigerde zich te laten intimideren door de rechtsdreiging. Andere nieuwsmedia, waaronder een grote dagblad en een televisiezender, hebben de informatie vervolgens overgenomen of uitgebreid.
Rechtsgang en mogelijke gevolgen
Onder de Israëlische wetgeving kunnen de beschuldigde mediabedrijven zich verdedigen met het argument dat de berichtgeving feitelijk correct was en gerelateerd aan een onderwerp van algemeen belang. Daarnaast kunnen zij aanvoeren dat het artikel te goeder trouw is gepubliceerd na zorgvuldig onderzoek. De gedaagden hebben 60 dagen om hun verweerschrift in te dienen.
De uitkomst van de procedure kan invloed hebben op de manier waarop gevoelige veiligheidsinformatie in de Israëlische pers wordt behandeld. Een mogelijk precedent zou zowel de vrijheid van de pers als de verantwoordelijkheid van overheidsfunctionarissen tegenover journalistiek onderzoek kunnen herdefiniëren.



