Naar inhoud
25 september 2026

Parlement sceptisch over Van Weel’s uitleg van onbehandelde zaken

Justitieminister Van Weel wordt door meerdere fracties geconfronteerd met een motie van wantrouwen nadat hij volgens de Algemene Rekenkamer onjuiste cijfers gaf over onbehandelde misdaadzaken.

Parlement sceptisch over Van Weel's uitleg van onbehandelde zaken

Op donderdagavond leidde een spoeddebat van meer dan zes uur tot een emotioneel moment: Justitieminister David van Weel (VVD) bood nog na middernacht zijn excuses aan een duidelijk geïrriteerde Tweede Kamer. Hij erkende dat hij de indruk wekte dat zijn verontschuldigingen niet oprecht waren en dat hij de Kamer op het verkeerde been had gezet.

Het debat draaide om een verslag van de Algemene Rekenkamer gepubliceerd in juni, waarin werd geconcludeerd dat in 2024 ruim tienduizend aangiften van ernstige misdrijven – variërend van gewelds- tot zedenmisdrijven – niet werden opgepakt. Drie­duizend zaken zouden zijn blijven liggen door capaciteitsproblemen bij zowel de politie als het Openbaar Ministerie (OM). Daarnaast zou de Rekenkamer stellen dat zeven­duizend zaken vooraf waren afgewezen.

Interpretatieverschil over cijfers

Minister Van Weel had in de Kamer hun conclusie getemperd door te stellen dat meer dan de helft van de genoemde gevallen slechts “meldingen zonder aanslagpunt” betrof, en dat de politie daarom geen recherche-inzet zou hebben. De Rekenkamer weerlegde dit en liet in een beleidsanalyse zien dat slechts tien procent van de tienduizend zaken daadwerkelijk als meldingen werden geclassificeerd; de overige negentig procent betrof volwaardige aangiften. Volgens de Rekenkamer had Van Weel de Kamer dus een verkeerd beeld geschonken.

Van Weel verdedigde zich door te wijzen op een fundamenteel “verschil van inzicht” tussen het ministerie en de Rekenkamer. Hij stelde dat zijn opmerkingen niet de ernst van het rapport bagatelliseerden, maar dat hij simpelweg een andere interpretatie van de cijfers had. Hij benadrukte dat hij de cijfers zelf niet kon verifiëren omdat de systemen van de politie en de Rekenkamer niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn.

Politieke repercussies en motie van wantrouwen

Na de uiteindelijke excuses leek de meeste oppositiepartijen hun twijfels te matigen, maar de PVV hield vast aan een motie van wantrouwen, die slechts door de FVD werd gesteund. Voor het eerst sinds de aantredende kabinet-Jetten staat een minister onder direct parlementair vuur, een situatie die de fragiele samenwerking tussen de minderheidsregering en de oppositie verder onder druk zet.

Verschillende fractieleiders uitten hun ongenoegen over de “proces-excuus” van Van Weel. Jan Struijs (50 Plus) noemde het een “net-niet-show”, terwijl Songül Mutluer (PvdA) het gevoel kreeg dat de excuses “van de hak en teen” kwamen. Caroline van der Plas (BBB) klaagde over het ontbreken van “echte zelfreflectie” in de zes pagina’s lange kamervraag die Van Weel eerder op de ochtend had ingediend.

De coalitie-partijen CDA en VVD argumenteerden dat het debat vermeden had kunnen worden als de minister beter inzicht had gehad in de wijze waarop de politie aangiften classificeert. Ze verwezen naar de zogenaamde “Crime Harm Index”, een methode van de Rekenkamer die de ernst van een misdrijf meet aan de hand van de gemiddelde gevangenisstraf. Deze index, zo legden ze uit, weegt zwaarder dan de incidentcodes die de politie hanteert.

Oppositieleden uit JA21 en SP zagen een patroon van onduidelijke communicatie van Van Weel, waarbij eerdere incidenten, zoals de controverse rond de dossier­behandeling van de moord op tiener Lisa, werden aangehaald. Ingrid Coenradie (JA21) vroeg zich hardop af waarom de minister steeds opnieuw moet uitleggen of corrigeren wat hij eerder heeft gezegd.

De discussie eindigde zonder een definitief oordeel over het al dan niet intrekken van de motie van wantrouwen, maar de spanning binnen het parlement is duidelijk toegenomen. Voor de coalitie blijft het cruciaal om de informatie-huishouding van de politie te verduidelijken, terwijl de oppositie blijft aandringen op meer transparantie en verantwoordelijkheid van de minister.

Bram Smit
Auteur

Bram Smit

Bram Smit volgt politiek Den Haag sinds twee verkiezingen. Schrijft over wetstrajecten, coalitiebesprekingen en EU-dossiers met technische precisie.