Op 28 september 2026 vonden zich honderden demonstranten op de Garvaghy Road in Portadown terwijl zij een door de Parade Commissie goedgekeurde Oranjemars probeerden te stoppen. De straat, die door de protestantse marchers als looproute werd aangemerkt, werd na een korte confrontatie door de betogers verlaten, maar een deel van de buurtbewoners hield de doorgang nog steeds vol.
De politie kwam in groten getale tewerk om de escalatie te beperken. Ondanks pogingen tot dialoog hielden de katholieke bewoners de weg geblokkeerd, zelfs in de stromende regen van de Noord-Ierse middag. De situatie leidde tot een impasse waarbij zowel de autoriteiten als de lokale politici onder druk kwamen te staan.
Historische achtergrond van de Oranjemars
De Oranjemars viert de overwinning van Willem III, toen nog zowel koning van Engeland, Schotland en Ierland, op de Slag bij de Boyne in 1690. In de jaren van The Troubles de gewelddadige periode tussen pro-Britse loyalisten en katholieke voorstanders van een verenigd Ierland, escaleerde de mars in Portadown regelmatig in vuurgevechten en rellen. Na de ondertekening van de Goede Vrijdagakkoorden in 1998, die een einde maakten aan decennialang conflict, werd de route door de katholieke wijk Garvaghy Road verboden, een maatregel die sindsdien standhield.
De verbodsbepaling was bedoeld om hernieuwd sectarisch geweld te voorkomen; tussen 1969 en 1998 vielen naar schatting 3.500 doden en ongeveer 47.000 gewonden. Sindsdien werden verzoeken tot doorgang routinematig afgewezen, totdat een procedure-fout in 2026 tot een onverwachte wending leidde.
Juridische wending en voorwaarden voor de mars van 2026
In de nacht van zaterdag op zondag vernietigde een rechter, nadat de Parade Commissie een administratieve fout had gemaakt, de laatste bezwaren tegen de route. Hierdoor mocht de mars – onder strikte condities – toch langs de Garvaghy Road. Slechts 35 leden van de Oranjeorde mochten deelnemen, er was geen fanfare toegestaan en de optocht mocht maximaal anderhalf uur duren. De starttijd werd naar 08.00 uur ’s ochtends gestuurd in de hoop de spanning te verminderen.
Deze beperkingen werden door de autoriteiten strikt gehandhaafd. De deelnemers moesten zich melden bij de start bij de Drumcree-kerk en zonder muziekinstrumenten of andere demonstratie-sieraden de route volgen. De strikte tijdslimiet en het beperkte aantal deelnemers waren bedoeld om de impact op de omringende gemeenschap te beperken en eventuele escalaties te vermijden.
Opkomst van de blokkade en politieke reacties
Ondanks de officiële goedkeuring versperden honderden katholieke bewoners van Garvaghy Road de opstapeling van de marcherende Oranjemannen. De bewoners organiseerden zich spontaan, met barricades en fysieke aanwezigheid, waardoor de politie de marcherende groep bij de Drumcree-kerk niet door liet komen. Later die middag stuurde de politiemacht onderhandelaars naar de blokkade om een doorbraak te bewerkstelligen, maar de impasse bleef bestaan.
Politieke leiders spraken zich fel uit. Michelle O’Neill premier van Noord-Ierland en prominente figuur binnen Sinn Féin, noemde de mars een “schande” en waarschuwde dat de ontwikkelingen de Goede Vrijdagakkoorden onder druk zetten. Aan de andere kant beschuldigde Gavin Robinson van de Democratic Unionist Party (DUP) Sinn Féin van het ondermijnen van de rechtsstaat. Zelfs de Britse premier Andy Burnham riep op tot kalmte, maar gaf toe dat het vanuit Londen “gemakkelijk praten” is. De centrale vraag bleef of de autoriteiten de mars definitief zouden verbieden of dat de bewoners zich uiteindelijk zouden terugtrekken.



