Het recente jaarverslag van de AIVD schetst een uitzonderlijk complex veiligheidsbeeld: volgens directeur-generaal Simone Smit is de nationale veiligheid al zo lang niet meer door zoveel verschillende factoren en zo langdurig onder druk gezet. De dienst waarschuwt dat staten met offensieve cyberprogramma’s in 2026 actiever en effectiever waren dan aanvankelijk ingeschat, en dat de houding van Rusland richting Europa steeds confronterender is geworden. De tekst van het rapport benadrukt dat dit geen tijdelijk piekmoment is, maar een periode van aanhoudende spanningen die meerdere sectoren raakt.
Naast buitenlandse staatsdreigingen richt het verslag ruime aandacht op binnenlandse trends: van radicalisering onder jongeren tot georganiseerde criminele hulp aan buitenlandse spionage-inspanningen. De AIVD signaleert dat buitenlandse actoren steeds vaker gebruikmaken van legale én illegale netwerken binnen Nederland, en dat kennisdiefstal door China een blijvende bedreiging vormt voor innovatie en economische zelfstandigheid. In combinatie met de militaire inzichten van de MIVD ontstaat een veelomvattend beeld van geopolitieke en interne risico’s.
Rusland en de groeiende cyberdreiging
De AIVD stelt dat Rusland zich in 2026 nadrukkelijker profileerde als een provocerende actor die Europese steun aan Oekraïne als vijandig ervaart. Dat vertaalde zich onder meer in gesignaleerde cyberaanvallen gericht op communicatiekanalen; voorbeelden zijn campagnes die toeslaan op Signal en WhatsApp-accounts van ambtenaren en militair personeel. Daarnaast noemt het rapport een hackerscollectief dat de AIVD etiketteerde als Laundry Bear, verantwoordelijk gehouden voor spionageacties en indringingen waarbij contactgegevens van politiepersoneel werden buitgemaakt. Deze voorbeelden illustreren dat digitale operaties niet langer beperkt blijven tot theoretische risico’s maar concrete schade veroorzaken.
Gebruik van criminele netwerken
Een zorgwekkende ontwikkeling is dat statelijke actoren volgens de AIVD steeds vaker samengaan met criminele netwerken en individuele tussenpersonen om spionage en sabotage te maskeren. De dienst meldde dat sommige van deze netwerken structureel actief zijn in Nederland, waardoor opsporing en weerbaarheid complexer worden. Door zulke verborgen samenwerkingen groeit het risico dat gevoelige informatie via ogenschijnlijk ongebonden tussenstations weglekt. Het rapport waarschuwt dat dit model van werken het traditionele onderscheid tussen staats- en niet-staatsdreigingen vervaagt.
China: kennisdiefstal en strategische intenties
De AIVD besteedt veel aandacht aan China, dat volgens het jaarverslag al jaren heimelijk werkt aan het verwerven van knowhow van westerse bedrijven en kennisinstellingen. Deze activiteiten vormen een bedreiging voor de economische autonomie en het innovatieve vermogen van Nederlandse ondernemingen. Concreet noemt de dienst dat telecomproviders doelwit waren van een cyberspionagecampagne toegeschreven aan Salt Typhoon, een groep die volgens externe analyses banden heeft met de Chinese staat. De AIVD verbindt deze praktijken met bredere beleidsdoelen van China om internationale verhoudingen te vormen naar eigen autocratische uitgangspunten.
Militaire lessen en samenwerking
Parallel aan de civiele spionage signaleert de MIVD dat zowel Rusland als China snel leren van de oorlog in Oekraïne. De militaire inlichtingendienst constateert dat de samenwerking tussen beide landen het afgelopen jaar is versterkt en dat China actief lessen trekt om zich voor te bereiden op mogelijke gewapende conflicten. Deze observatie zet de civiele en militaire aspecten van nationale veiligheid tegenover elkaar: technologische overname en kennisdiefstal versterken de strategische capaciteiten die ook op het slagveld relevant zijn.
Terrorisme, extremisme en anti-institutionele bewegingen
Op terreurniveau blijft het jihadisme volgens de AIVD de grootste dreiging voor de nationale veiligheid, met een aanhoudende terroristische dreiging die grotendeels aan Islamitische Staat wordt toegeschreven. De dienst signaleerde in 2026 een groei van sympathisanten onder jongeren tot 24 jaar; zes van de elf personen die dat jaar werden gearresteerd in verband met jihadistisch geweld waren jonger dan 24. Online radicalisering speelt daarbij een cruciale rol: jongeren raken in toenemende mate via digitale kanalen betrokken bij extremistische propaganda.
Daarnaast onderscheidt de AIVD twee stromingen binnen het rechts-extremisme: een bredere, niet-gewelddadige beweging en een kleinere maar gewelddadige kern. Links-extremistische activiteiten blijven volgens de dienst vooral actueel rond de oorlog in Gaza en vormen een beperkte dreiging. Ook noemt het verslag dreigende ontwikkelingen bij anti-institutionele groepen, de zogeheten soevereinen, die geloven in een kwaadaardige elite en massamigratie als instrument van controle zien. Journalisten en rechters zijn herhaaldelijk doelwitten van intimidatie; bij invallen trof de politie vuurwapens, munitie, zwaar vuurwerk en castorbonen aan — een stof die gebruikt kan worden bij de productie van ricine.
Wat dit betekent voor beleid en burgers
Het samengestelde beeld in de jaarlijkse rapporten van AIVD en MIVD vereist een geïntegreerde aanpak: technologische weerbaarheid, striktere beveiliging van kennisinstellingen en betere vroegsignalering bij radicalisering. Burgers en organisaties doen er verstandig aan zich bewust te zijn van zowel digitale als fysieke risico’s en constructieve waakzaamheid te betrachten. De meldingen uit 2026 benadrukken dat het tempo en de diversiteit van dreigingen hoger zijn dan eerder gedacht, en dat de nationale veiligheid daardoor langdurig onder spanning staat.