Naar inhoud
7 augustus 2026

Onderzoek naar Israëlische aanval op Libanese journalisten als oorlogsmisdaad

Op 22 april 2026 vielen Israëlische drones het dorp Al-Tiri in Zuid-Libanon aan, waarbij journalisten Amal Khalil en Zeinab Faraj geraakt werden. Mensenrechtenorganisaties beschouwen de aanval als een mogelijke oorlogsmisdaad.

Onderzoek naar Israëlische aanval op Libanese journalisten als oorlogsmisdaad

Op 22 vond een tragische gebeurtenis plaats in het Zuid-Libanese dorp Al-Tiri. De Libanese journalisten Amal Khalil en Zeinab Faraj werden het doelwit van Israëlische luchtaanvallen, waarbij Khalil om het leven kwam en Faraj ernstig gewond raakte. Deze aanval, die plaatsvond in een door Israël afgebakende forward defence-zone, heeft wereldwijde verontwaardiging opgeroepen.

Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty InternationalHuman Rights Watch (HRW) en Legal Agenda hebben de aanval onderzocht en beschouwen deze als een mogelijke oorlogsmisdaad. Ze baseren zich op getuigenissen, audiovisueel materiaal en satellietbeelden om hun conclusies te trekken.

De gebeurtenissen in Al-Tiri

Op die fatale dag reden Khalil en Faraj naar Al-Tiri om te verifiëren dat het Israëlische leger zich uit het dorp had teruggetrokken. Ze volgden een auto met daarin de burgemeester van Bint Jbeil, Ali Nabil Bazzi en een ontheemde inwoner van Al-Tiri, Mohammed Hourani. Bij de eerste aanval werd de voorste auto geraakt door een drone, waarbij Bazzi en Hourani omkwamen.

Khalil en Faraj vluchtten naar een nabijgelegen gebouw, maar de aanvallen hielden aan. Een tweede aanval trof hun auto, waarbij beide vrouwen gewond raakten. Een derde aanval verwoestte het gebouw waar ze dekking hadden gezocht. Amal Khalil overleed later aan haar verwondingen. Het Rode Kruis, dat via de VN-missie UNIFIL een verzoek had gedaan om de journalisten te evacueren, kreeg geen reactie van het Israëlische leger.

Internationaal humanitair recht en de status van journalisten

Volgens het internationaal humanitair recht zijn journalisten burgers en moeten zij worden beschermd. Een bewuste aanval op hen wordt beschouwd als een oorlogsmisdaad. De organisaties benadrukken dat de aanwezigheid van de journalisten in de forward defence-zone hen niet tot rechtmatige doelwitten maakt. Israël heeft de verplichting om onderscheid te maken tussen burgers en militaire doelen.

Heba Morayef van Amnesty International stelt: “Met twee drones die laag boven het gebied vlogen, wist het Israëlische leger – of had het moeten weten – dat er twee burgers in dat gebouw zaten. Desondanks gingen ze door met wat wij op redelijke gronden beschouwen als een directe aanval op burgers.”

Reacties en oproepen tot actie

Het Israëlische leger heeft in een verklaring gezegd dat de twee mannen in de voorste auto het doelwit waren en dat ze “elk leed dat journalisten is berokkend” betreuren. Ze hebben een voorlopig onderzoek ingesteld en beweren relevante lessen te hebben getrokken.

Mensenrechtenorganisaties roepen echter op tot strengere maatregelen. HRW vraagt aan Israëls bondgenoten, zoals de Verenigde Staten en EU-landen, om de levering van wapens en militaire steun te stopzetten. Ze eisen ook sancties tegen Israëlische functionarissen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.

Amnesty International heeft een breder patroon van onwettige Israëlische luchtaanvallen in Libanon gedocumenteerd, waaronder aanvallen op burgers, journalisten en medisch personeel. Ze roepen op tot een alomvattend wapenembargo tegen Israël en dringen er bij de Libanese regering op aan om de jurisdictie van het Internationaal Strafhof te aanvaarden voor misdaden die sinds oktober 2026 op Libanees grondgebied zijn gepleegd.

Femke Boer
Auteur

Femke Boer

Femke Boer werkt al tien jaar als nieuwsredacteur, voornamelijk over politiek en sociale onderwerpen in Nederland en de EU.