Naar inhoud
4 juni 2026

Minder nadruk op toetsuitslagen, meer aandacht voor de leerling in Nederland

De Onderwijsraad adviseert in een rapport om in Nederlandse basis- en middelbare scholen minder te vertrouwen op gestandaardiseerde toetsen en meer op brede leerlingontwikkeling en zorgvuldige feedback.

Minder nadruk op toetsuitslagen, meer aandacht voor de leerling in Nederland

In Nederland ligt er een oproep om de manier waarop scholen toetsen te herzien: niet minder aandacht voor kwaliteit, maar een andere verhouding tussen examens en leerlinggerichte beoordeling. Het advies van de Onderwijsraad benadrukt dat leerlingen, leraren en schoolbesturen minder moeten worden geketend aan cijfers van gestandaardiseerde toetsen en meer moeten werken met zinvolle feedback en professionaliteit.

Het rapport dat de raad opstelde voor de Tweede Kamer wijst erop dat toetsing nu te veel rollen tegelijk vervult. Terwijl toetsen oorspronkelijk bedoeld waren om ontwikkeling te volgen, zijn ze uitgegroeid tot instrumenten voor selectie, verantwoording en motivatie. Die dubbele of meervoudige functies hebben gevolgen voor het onderwijsklimaat en voor de kansen van leerlingen.

Waarom het huidige systeem onder druk staat

Volgens de raad ondergaan Nederlandse leerlingen gedurende hun schoolloopbaan een groot aantal toetsen; dit aantal wordt als problematisch ervaren omdat het de nadruk verlegt van leren naar scoren. De voorzitter van de raad wijst erop dat de cumulatie van toetsen tot een cultuur leidt waarin het behalen van hoge scores centraal staat, met minder ruimte voor formatieve feedback en brede ontwikkeling.

Daarnaast worden toetsen nu ingezet voor uiteenlopende doelen: ze moeten leerlingen motiveren, dienen als selectie-instrument, leveren cijfers voor schoolcomparaties en fungeren als indicatoren van onderwijskwaliteit. Die samenvoeging van functies creëert een dynamiek waarin scholen en leerkrachten geneigd zijn te concentreren op wat meetbaar is in plaats van op wat belangrijk is voor de leerling als geheel.

Gevolgen voor ongelijkheid en onderwijspraktijk

Een concreet knelpunt dat in het advies aan bod komt, zijn de leerlingvolgtoetsen in het basisonderwijs. Deze toetsen zouden primair ontwikkeling moeten volgen, maar worden in de praktijk vaak gebruikt bij de eindanalyse van groep 8, met impact op het schooladvies en dus op het vervolgtraject van kinderen.

Daarmee ontstaat het risico dat toetsresultaten bestaande ongelijkheden versterken: leerlingen die andere vaardigheden ontwikkelen die niet door de toetsen worden gemeten, lopen kans achterop te raken in adviesprocessen. De raad waarschuwt dat een stroperige focus op testresultaten kan leiden tot structurele ongelijkheid in schoolloopbanen.

De verleiding van teaching to the test

Het rapport benoemt ook het fenomeen teaching to the test: scholen passen hun onderwijs zodanig aan dat toetscores verbeteren, vaak ten koste van breed onderwijs en creatieve vaardigheden. Deze aanpak vergroot de kans dat lesinhoud wordt afgestemd op kortetermijnresultaten in plaats van op duurzame ontwikkeling van kennis en houdingen.

Wat de raad voorstelt: richting een andere toetscultuur

De kern van de aanbeveling is niet het afschaffen van toetsen, maar het verminderen van hun gewicht in beslissingen zoals schooladvies, diploma-uitgifte en overgang naar het volgende leerjaar. De raad pleit voor een cultuuromslag waarin toetsen voornamelijk dienen als instrument voor reflectie en verbetering van onderwijspraktijken.

Concreet betekent dit meer vertrouwen in de professionaliteit van leraren, gebruik van meerdere vormen van bewijs voor ontwikkeling en het waarborgen dat meetinstrumenten hun doel niet verliezen door overbelasting van functies. De raad pleit voor heldere regels over welk doel een toets dient en voor beperking van het aantal instrumenten dat beslissende gevolgen heeft voor leerlingen.

Invloed op de actuele curriculumherziening

De aanbeveling valt samen met een herziening van het nationale curriculum in het primair en voortgezet onderwijs, een proces dat voor het eerst in lange tijd grondig wordt aangepakt. In die context kan het advies fungeren als stimulans om toetsbeleid te verbinden aan doelstellingen van het nieuwe curriculum, met meer aandacht voor brede kerndoelen en minder nadruk op enkel meetbare prestaties.

Praktische overwegingen en de weg vooruit

Implementatie vergt volgens de raad tijd en een zorgvuldige aanpak: regels, toetsontwikkelaars, schoolbesturen en inspectieorganisaties moeten samenwerken om de rollen van toetsen te verduidelijken. Daarnaast is er behoefte aan professionalisering van docenten zodat formatieve assessment effectief wordt ingezet en toetsen niet de overhand krijgen in de onderwijspraktijk.

Uiteindelijk gaat het voorstel over het creëren van ruimte voor diversiteit in talenten en het vermijden van een onderwijscultuur die leerlingen reduceert tot toetsuitslagen. Het rapport roept beleidsmakers op om besluiten over toetsgebruik te heroverwegen en prioriteit te geven aan eerlijke kansen en betekenisvol leren.

Auteur

Staff