Tijdens de tweede dag van de Algemene Financiële Beschouwingen gaf minister van Financiën Heinen aan dat het minderheidskabinet bereid is de geplande aanpassing van de vermogensbelasting te herzien. Het kader is dat vanaf 2028 een nieuwe winstenbelasting op beleggingen in box 3 van kracht wordt, maar de vroege plannen zouden kleine spaarders en beleggers al bij een rendement van €1.000 per jaar belastbaar maken.
De oorspronkelijke gedachte was om de vrijstelling te laten dalen van bijna €60.000 naar ongeveer €31.000, waardoor een bredere groep belastingplichtigen geraakt zou worden. Deze aanpak stuitte op brede weerstand: zowel linkse als rechtse oppositie beschouwt het als een ongewenste druk op bescheiden spaarders. Zelfs coalitiepartijen lieten bedenkingen horen, waardoor het kabinet zich genoodzaakt ziet een alternatieve drempel te zoeken.
Herziening van de vrijstellingsgrens en aanvullende maatregelen
Minister Heinen benadrukte dat de keuze voor €1.000 als nieuwe ondergrens “een proefondervindelijk punt” was, bedoeld om huishoudens met circa €100.000 aan vermogen buiten de heffing te houden. Hij gaf echter toe dat veel mensen die momenteel geen box-3-belasting betalen, plotseling belast zouden worden. “Wij staan open voor een andere grens”, zei hij, en benadrukte dat elke wijziging grondig berekend moet worden omdat de “knoppen” om extra inkomsten te genereren beperkt zijn.
Naast de mogelijke aanpassing van de vrijstelling, presenteert het kabinet een serie aanvullende instrumenten. Zo wordt de belastingvrije rendement voor beleggers verlaagd van €1.800 naar €1.000. Ook krijgen eigenaren en directeuren van bv’s een vierjarig verlaagd tarief op uitkeringen uit de winst, een zet die de ondernemers stimuleert om winsten sneller te laten uitkeren. Tegelijkertijd wordt de maximale lening vanuit de eigen bv tot €100.000 beperkt, verlaagd van €500.000, waardoor de fiscale voordelen van grote interne leningen afnemen.
Politieke reacties en de rol van de sociale zekerheid
De verschillende partijen in de Tweede Kamer hebben al hun standpunten kenbaar gemaakt. JA21 noemt een deel van de box-3-wijziging “onacceptabel” omdat het kleine beleggers raakt. De partijen Pro en Volt steunen het sociale-zekerheidsbudget maar blijven kritisch over de rest van het fiscale pakket. ChristenUnie ziet toch een positieve beweging: de belastingslag wordt niet op de laagste inkomens gelegd, wat volgens hen een rechtvaardige stap is.
Een belangrijke wending is de definitieve afschaffing van de geplande bezuinigingen op de sociale zekerheid. De vakbonden FNV, CNV en VCP hebben al aangekondigd hun eerder aangekondigde acties en stakingen op te schorten. Volgens vakbondleider Hans Spekman is dit een “belangrijke overwinning voor iedereen die werkt en actie heeft genomen”. De verwachting is dat een eventueel sociaal akkoord tussen werkgevers en vakbonden extra inkomsten genereert, waardoor de noodzaak om te bezuinigen op uitkeringen – zoals WW en WIA – verdwijnt.
Mocht er geen akkoord ontstaan, heeft de minister van Onderwijs al een mogelijke besparing van €1,2 miljard in het vizier. Minister Letschert ontkent echter dat er een coalitie-afspraak bestaat om onderwijs te laten lijden onder de bezuinigingen; Heinen noemt dit “technisch ingeboekt” maar zonder uitvoering tenzij de sociale partners hun belofte niet nakomen.
Vooruitzichten voor het Belastingplan
Het Belastingplan wordt over twee weken in de Kamer behandeld. Dan moet duidelijk worden of de grens vanaf €1.000 gehandhaafd blijft of wordt aangepast. Ook zal er meer duidelijkheid komen over de precieze invulling van de winstenbelasting vanaf 2028 en hoe de verwachte ‘overschot’ van bijna €0,5 miljard wordt ingezet, vermoedelijk voor een verlaging van de inkomstenbelasting. De komende weken staan in het teken van intensieve onderhandelingen tussen de regering en de oppositie, waarbij zowel fiscale als sociale aspecten nauw met elkaar verweven blijven.



