De Vlaamse belangenvereniging voor jagen, beter bekend als Vebeke heeft onlangs een formeel verzoek ingediend bij de overheid. Het doel: een wettelijke toestemming om everzwijnen met pijl en boog te bejagen. Het voorstel komt voort uit een groeiende bezorgdheid over de toenemende conflicten tussen wilde zwijnen en bewoners van dichtbevolkte gebieden.
Everzwijnen, oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Europa, hebben zich de afgelopen jaren razendsnel gepositioneerd in de Vlaamse landschappen. Ze vormen niet alleen een schade-risico voor akkers en tuinen, maar veroorzaken ook angst bij inwoners wanneer ze zich dicht bij huizen begeven. Traditionele methoden, zoals de jacht met jachtgeweer, worden door Vebeke als riskant bestempeld, omdat het geluidsniveau en de afstand een potentieel gevaar voor voorbijgangers inhouden.
Het formele verzoek van Vebeke
In hun aanvraag benadrukt Vebeke dat de boogjacht een significant minder luid alternatief biedt. Een boogschutter kan op korte afstand acteren, waardoor schoten minder snel door woningstraten gaan. Bovendien vereist het gebruik van een boog minder kunstschiettechniek, waardoor de kans op ongelukken afneemt. De vereniging stelt dat deze methode niet alleen effectiever is, maar ook beter aansluit bij de wensen van de lokale gemeenschappen.
Volgens Vebeke moet de vergunning gepaard gaan met strikte voorwaarden: alleen getrainde boogschutters mogen deelnemen, er moet een maximale afstand tot bewoonde panden worden gerespecteerd, en elk schot moet vooraf worden gemeld bij de gemeentelijke autoriteiten. Deze maatregelen, aldus de organisatie, zullen een gecontroleerde en verantwoorde aanpak garanderen.
Waarom een boog in plaats van een geweer?
Er zijn meerdere argumenten die Vebeke naar voren brengt om de voorkeur voor boogjacht te rechtvaardigen. Ten eerste produceert een boog geen geluid dat de omgeving kan verstoren. In woonwijken, waar stilte vaak wordt gewaardeerd, is dit een cruciaal voordeel. Ten tweede biedt een boog een grotere precisie op korte afstand, waardoor het risico op ongewenste neveneffecten, zoals het raken van voorbijgangers, sterk wordt verminderd.
Ten slotte wijst Vebeke op de ecologische dimensie. Het gebruik van een boog vermindert de kans op het afdrijven van kogels, wat juist schadelijk kan zijn voor zowel mens als dier. Ook is er minder need for high-calibre munitie, wat een positieve impact heeft op de milieu-voetafdruk van de jachtpraktijk.
Mogelijke gevolgen voor de buurt en de jachtpraktijk
Mocht de vergunning worden toegekend, verwacht Vebeke een aantoonbare daling van incidenten waarbij everzwijnen woningen of tuinen binnenstromen. Een veiliger jachtsysteem zou bewoners meer vertrouwen geven in de lokale autoriteiten en in de jachtgemeenschap zelf. Bovendien kan de boogjacht de samenwerking tussen jachtverenigingen en gemeenten versterken, doordat er meer transparantie ontstaat over waar en hoe de jacht wordt uitgevoerd.
Critici blijven echter sceptisch. Ze vrezen dat een te strikte regulering de effectiviteit van de jacht kan ondermijnen, of dat de benodigde training voor boogschutters niet breed genoeg beschikbaar is. Vebeke reageert hierop met het voorstel om een opleidingsprogramma op te zetten, gefinancierd door de federale overheid, zodat elke deelnemer voldoet aan de gestelde veiligheidsnormen. Als deze voorwaarden worden nageleefd, gelooft de vereniging dat de boon van een veiligere en stillere jacht op everzwijnen duidelijk zal opwegen tegen eventuele bezwaren.



