De financiële regeling rond AOW en vakantiegeld verandert per 1 januari 2026 door aanpassingen gekoppeld aan het minimumloon. In dit artikel leggen we helder uit wat de bedragen zijn, wanneer de SVB uitbetaalt en welke regels voor u van belang zijn. We gebruiken begrippen zoals AOW-leeftijd en loonheffingskorting kort en duidelijk, zodat u snel weet wat dit voor uw portemonnee betekent.
Allereerst: de stijging van de AOW is geen los besluit maar volgt op de verhoging van het wettelijk minimumloon. Per 1 januari 2026 is het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder vastgesteld op € 14,71 bruto per uur, waardoor ook de AOW automatisch omhooggaat. Daarnaast past de SVB standaard de loonheffingskorting toe op de AOW-uitkering, wat gevolgen kan hebben als u meerdere inkomens heeft.
Welke bedragen gelden er vanaf 1 januari 2026?
De SVB publiceert voor 2026 de bruto- en nettobedragen voor zowel alleenstaanden als mensen die getrouwd zijn of samenwonen. Voor iemand die alleen woont geldt een bruto AOW van € 1.637,57 per maand. Het nettobedrag met loonheffingskorting is € 1.558,15 per maand; zonder die korting is het netto € 1.266,65. De bijdrage voor de Zvw bedraagt 4,85%, oftewel ongeveer € 79,42 per maand, en de opbouw van vakantiegeld is € 106,55 bruto per maand, met uitbetaling in mei.
Bedragen voor gehuwden of samenwonenden
Als u getrouwd bent of samenwoont, wordt de AOW per persoon vastgesteld. Vanaf 1 januari 2026 is het bruto maandbedrag € 1.122,12 per persoon. Netto met loonheffingskorting ontvangt u € 1.067,70, zonder die korting is het € 867,70. De Zvw-bijdrage is in dat geval € 54,42 per maand en het opgebouwde vakantiegeld bedraagt € 76,10 bruto per maand, eveneens uitbetaald in mei.
Wanneer betaalt de SVB uit en wat zijn praktische aandachtspunten?
De SVB maakt de AOW-uitkeringen in 2026 doorgaans rond de 23e van de maand over. De concrete uitbetalingsdata die de SVB hanteert zijn: 22 januari, 23 februari, 23 maart, 23 april, 21 mei (met vakantiegeld), 23 juni, 23 juli, 24 augustus, 23 september, 22 oktober, 23 november en 21 december. Het exacte tijdstip waarop het geld op uw rekening staat, hangt af van uw bank.
Belangrijke regels en koopkracht
Let op dat een stijging van de AOW niet altijd betekent dat uw koopkracht in gelijke mate verbetert. Kosten zoals aanvullende pensioenheffing, belastingen, zorgpremies en woonlasten beïnvloeden uw nettoresultaat. Volgens prognoses in 2026 is de koopkracht voor veel huishoudens naar verwachting verbeterd door indexatie van het minimumloon en uitkeringen, maar uw persoonlijke situatie bepaalt het uiteindelijke effect.
AOW-leeftijd, aanvragen en veelgestelde vragen
De AOW-leeftijd in 2026 is 67 jaar. Volgens de SVB geldt die leeftijd voor mensen die zijn geboren van 1 maart 1957 tot en met 31 december 1960. Daarmee bereiken mensen geboren tussen 1 januari 1959 en 31 december 1959 in 2026 hun AOW-leeftijd. Woont u in Nederland, dan ontvangt u ongeveer vier maanden voor uw AOW-leeftijd een brief van de SVB met informatie over het aanvragen. U kunt uw AOW dan aanvragen via Mijn SVB met uw DigiD; de SVB vult veel gegevens al voor u in.
Woont u buiten Nederland, dan moet u doorgaans al zes maanden vóór uw AOW-leeftijd aanvragen; procedures kunnen per land verschillen. Houd er rekening mee dat u de loonheffingskorting maar op één inkomen tegelijk mag toepassen: gebruikt u die op zowel AOW als pensioen of loon, dan kan later naheffing volgen.
Tot slot: voor de meeste mensen geldt dat voor elk jaar dat u verzekerd was voor de AOW 2% wordt opgebouwd, tot maximaal 100% bij 50 jaren. Als u langere tijd in het buitenland verbleef zonder verzekering, kan dat invloed hebben op uw uiteindelijke AOW-uitkering.