Het CBS rapporteerde op 22/04/2026 een scherpe daling van het consumentenvertrouwen in Nederland: de index ging van -30 in maart naar -44 in april. Deze beweging is historisch van omvang en vormt de op een na grootste daling sinds het begin van de metingen in april 1986; alleen april 2026 tijdens het begin van de coronapandemie was sterker. In deze inleiding schetsen we kort de cijfers en leggen we uit welke onderdelen van de index het meest verslechterden, zodat lezers snel zicht krijgen op de kernpunten.
De CBS-index staat duidelijk onder het langjarig gemiddelde: met -44 zit de indicator ver onder het twintigjarig gemiddelde van -11. Ter vergelijking: de hoogste stand ooit was 36 in januari 2000 en de laagste meetwaarden waren -59 in september en oktober 2026. Het consumentenconjunctuuronderzoek meet sinds april 1986 maandelijks de stemming. Belangrijk is de opbouw van de index: het is een gemiddelde van vijf deelvragen, waarbij het saldo van positieve en negatieve antwoorden per vraag wordt samengesteld; op die schaal staat +100 voor volledig positief en -100 voor volledig negatief.
Welke componenten maakten de daling
Het onderdeel economisch klimaat ging aanzienlijk achteruit: van -54 naar -72. Dat betekent dat consumenten zowel de afgelopen twaalf maanden als de komende twaalf maanden veel somberder inschatten. Een verslechtering in beide tijdshorizonten wijst erop dat men niet alleen terugkijkt op een slechtere periode, maar ook pessimistisch is over de nabije toekomst. Deze dubbele verslechtering is een centrale verklaring voor de scherpe daling van de totaalscore en toont hoe elkaar oordeel over verleden en toekomst elkaar kunnen versterken in de algemene stemming.
Ook de koopbereidheid nam flink af: van -15 in maart naar -26 in april. Alleen in april 2026 was de daling groter. Consumenten geven in enquêtes aan dat zowel hun oordeel over de eigen financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden als de verwachting voor de komende twaalf maanden verslechterd is. Daarnaast vinden zij de tijd voor het doen van grote aankopen duidelijk ongunstiger geworden, wat direct effect kan hebben op uitgaven in sectoren zoals auto, woninginrichting en duurzame goederen.
Gevolgen voor economie en beleid
Een daling van het consumentenvertrouwen van deze omvang kan reële consequenties hebben: minder koopbereidheid drukt de consumentenbestedingen, en aangezien huishoudelijke consumptie een grote rol speelt in de Nederlandse economie, kan dit de groei afremmen. Bedrijven kunnen hierdoor voorzichtiger worden in investeringen en personeel. Voor beleidsmakers is zo’n signaal reden om macro-economische ontwikkelingen nauwlettend te volgen; het kan aanleiding zijn voor aanpassingen in begrotingsbeleid of communicatie over inflatie en rente om het sentiment te stabiliseren.
Verdieping: methode en interpretatie
Methodiek van de meting
Het CBS gebruikt het Consumenten Conjunctuuronderzoek om maandelijks de stemming te peilen. De index bestaat uit vijf deelvragen waarvan het saldo van positieve en negatieve antwoorden wordt genomen en vervolgens gemiddeld. Deze methode maakt het mogelijk om veranderingen in zowel economisch klimaat als koopbereidheid te onderscheiden. Omdat de schaal loopt van -100 tot +100, zijn schuivingen van enkele tientallen punten historisch relevant en geven ze een duidelijke verandering in sentiment weer, zeker wanneer meerdere deelindicatoren tegelijk verslechteren.
Wat consumenten en bedrijven hieruit kunnen halen
Voor huishoudens betekent een verslechterd vertrouwen doorgaans dat men grote uitgaven uitstelt en voorzichtiger spaart. Bedrijven in consumptiegerichte sectoren doen er verstandig aan rekening te houden met lager toelopende vraag en hun voorraad- en investeringsplannen te toetsen. Voor beleggers en analisten biedt de index een signaal dat de binnenlandse consumptie kan afzwakken. Het blijft belangrijk om het consumentenvertrouwen de komende maanden te volgen, omdat een aanhoudend negatief sentiment de economische dynamiek verder kan beïnvloeden.