Het ministerie van Asiel en Migratie brengt binnenkort een duidelijk signaal: gemeenten die niet voldoen aan de taakstelling uit de spreidingswet worden uitgenodigd om hun situatie toe te lichten. Spreidingswet verwijst naar de landelijke regeling die bepaalt hoeveel asielzoekers per gemeente moeten worden opgevangen om de druk op grote aanmeldlocaties te verlichten. Volgens de nieuwste overzichten halen momenteel 250 van de 342 gemeenten die doelstelling nog niet, waardoor het kabinet wil weten welke concrete redenen en plannen er zijn om achterstanden weg te werken.
De oproep van het ministerie komt in een periode van sterke maatschappelijke aandacht: de opening van nieuwe opvanglocaties leidde op meerdere plekken tot protesten en in enkele gevallen tot ongeregeldheden. Het ministerie benadrukt dat alleen permanente locaties meetellen: tijdelijke voorzieningen en opvang van vluchtelingen uit Oekraïne worden niet gezien als structurele capaciteit. Concreet gaat het om plekken die ook na 1 januari 2027 beschikbaar blijven; alleen die plaatsen tellen mee voor de wettelijke taakstelling.
Hoe groot is het tekort?
De cijfers zijn ongelijk verdeeld: slechts 92 gemeenten voldoen al aan hun verplichtingen, terwijl veel andere gemeenten onder de norm blijven. In sommige gemeentes is het verschil enorm: de gemeente Westerwolde zou volgens de wet 124 plaatsen moeten aanbieden, maar beschikt momenteel over 2.279 bedden rond de aanmeldlocatie Ter Apel. Ook Stadskanaal heeft momenteel veel meer capaciteit dan de wettelijk vereiste 127 plekken: er zijn al 472 plaatsen beschikbaar. Aan de andere kant zijn er gemeenten zoals Groningen, die 898 plekken zouden moeten realiseren maar nu slechts ongeveer de helft behalen, en Tilburg die nog circa 728 plekken moet vinden.
Wat gaat het ministerie vragen?
Vanaf volgende week worden burgemeester en wethouders uitgenodigd op het ministerie om tekst en uitleg te geven over hun planning en mogelijkheden. De gemeente moet aangeven waarom permanente opvangplekken ontbreken en welke stappen worden gezet om die te realiseren. In uitzonderlijke gevallen kan het ministerie afwijking toestaan na onderhandelingen; dat is bedoeld voor structurele belemmeringen die aantoonbaar niet snel op te lossen zijn. Toch waarschuwt het kabinet dat zulke uitzonderingen niet vrijblijvend zijn en dat het doel blijft om landelijke permanente capaciteit te creëren.
Lokale voorbeelden en reacties
Er zijn ook gemeenten die juist ruim boven hun fooi vangen: grote steden als Amsterdam en Rotterdam doen meer dan wettelijk nodig is, en plaatsen zoals Wassenaar en Dronten hebben capaciteit die ver boven de taakstelling uitkomt. Lokale besturen drukken vaak uit dat ze zowel noodopvang als tijdelijke oplossingen inzetten in afwachting van structurele huisvesting. Burgemeesters benadrukken dat noodopvang snel kan helpen bij pieken, maar het ministerie wijst erop dat alleen duurzame, permanente plekken de oplossing bieden voor de aanhoudende druk op registratie- en aanmeldlocaties.
Gevolgen en vervolgstappen
Nationaal is de opgave omvangrijk: gemeenten moeten gezamenlijk nog ruim 40.000 permanente opvangplaatsen realiseren voor de deadline die de wet voor ogen heeft. Concreet betekent dit dat lokale overheden nu plannen moeten verscherpen, locaties moeten zoeken en structurele investeringen moeten doen. De ministeriële uitnodiging werkt als een politieke en administratieve drukmiddel: wie niet kan aantonen dat serieus wordt gewerkt aan permanente capaciteit, loopt het risico op strengere sturing of intensievere beleidsbegeleiding vanuit het rijk.
Slotbeschouwing
De aankomende gesprekken vormen een moment van helderheid: gemeenten krijgen de kans hun keuzes te verantwoorden, maar het doel van het kabinet blijft ongewijzigd: een evenwichtige verdeling van opvangplekken over het land en het beëindigen van ondermaatse noodopvang. Of dat lukt hangt af van lokale inzet, beschikbare gebouwen en samenwerking tussen rijk en gemeenten. Voor nu is duidelijk dat het ministerie de vinger aan de pols houdt en dat gemeenten concrete, duurzame oplossingen moeten presenteren om de wettelijke taakstelling te halen.
