Tijdens de recente brand in het natuurgebied Boschhuizerbergen bij Venray werd een onverwachte held opgeroepen om zijn expertise in te zetten. Anne Beuving, een gepensioneerde politieman van 84 jaar, werd door de hulpdiensten gevraagd om zijn kennis over explosieven te delen. Zijn ervaring met oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog bleek cruciaal te zijn tijdens deze gevaarlijke situatie.
Een onverwachte oproep
Op een gewone dinsdagavond kreeg Anne Beuving bezoek van twee agenten. ‘Niet schrikken’, zeiden ze. ‘We komen u ophalen.’ Beuving werd meegenomen naar het Hotel Astaria in Venray, dat diende als centraal logistiek punt voor de hulpdiensten. De brand in het bos had verschillende explosieven tot ontploffing gebracht, en Beuving kon vertellen wat er onder de grond lag.
Beuving, die bijna een kwart eeuw bij de politie in Venray heeft gewerkt, groeide uit tot een explosievenexpert. In het Noord-Limburgse dorp en de omgeving liggen nog steeds veel oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. In het najaar van 1944 en in de eerste maanden van 1945 voerden de Duitsers harde gevechten tegen de geallieerden, waarbij veel explosieven werden afgevuurd.
Een leven vol ervaring
Beuvings ervaring met bommen begon ruim zestig jaar geleden. ‘Mijn uniform paste me nog maar net, toen ik bij mijn eerste ongeluk met explosieven werd geroepen,’ vertelt Beuving. Het was begin december 1964, een maand nadat hij was begonnen als wachtmeester bij de rijkspolitie in Venray. Een loonwerker was over een explosief gereden en op slag dood. Vanaf dat moment kwam er vrijwel wekelijks iets met explosieven op zijn pad.
Collega’s vonden het smerig en gevaarlijk werk, maar Beuving leerde veel van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD). Hij mocht zelfs een eigen verzameling onschadelijk gemaakte explosieven aanleggen om te leren de soorten te onderscheiden. ‘Toentertijd had de EOD een reeks van zes boeken, nu hebben ze een app om explosieven te herkennen,’ vertelt hij.
Gefahren in de agrarische sector
Agrarische activiteit veroorzaakte de meeste ongelukken. ‘Intensiever boeren leverde ook meer risico op,’ verklaart Beuving. Vroeger ploegden boeren met een paard, maar met een tractor gaan ze een stuk dieper. Als een weiland verandert in een aspergeveld, kunnen ook explosieven boven komen.
Een boer in Castenray vroeg Beuving ooit te komen helpen met een raket. De boer had de raket provisorisch op de ploeg achter zijn tractor gebonden en was naar huis gereden. ‘Dat had met zeventig kilo aan springstof heel anders kunnen aflopen,’ zegt Beuving. De boer was geschrokken toen hij besefte hoe gevaarlijk zijn actie was.
Ongelukken onder niet-boeren
Ook niet-boeren werden slachtoffer van oorlogsresten. Beuving vertelt over een detectorhobbyist die aanvankelijk elke vondst meldde op het bureau. Later begon hij een eigen verzameling, maar een ongeluk met een Engelse schokbuis maakte hem blind aan beide ogen. ‘Nog geen kubieke centimeter springstof maakte hem blind,’ zegt Beuving. Desondanks werd de hobbyist later een succesvolle pianostemmer.
Een levenslange betrokkenheid
Beuvings betrokkenheid bij de explosieve oorlogsresten werd gewaardeerd. Na prins Bernhard werd hij het eerste niet bij de dienst betrokken EOD-erelid. ‘Daar maak ik nog steeds misbruik van. Ik heb me alweer aangemeld voor de EOD-reünie van dit najaar,’ vertelt hij.
In 2002 ging Beuving met pensioen, maar hij dient nog geregeld als vraagbaak voor professionals. Zijn kennis, verhalen en foto’s verzamelde hij ook in een boek, Explosieven in en rondom de Peel. Hij is tot op de dag van vandaag vrijwilliger in het Oorlogsmuseum Overloon waar hij als een soort jukebox fungeert. ‘Wijs een foto van een explosief aan en ik heb er een verhaal bij,’ zegt hij.
De brand in de Boschhuizerbergen was een gevaarlijke situatie, maar dankzij de expertise van Anne Beuving konden de hulpdiensten effectief optreden. Zijn levenslange betrokkenheid bij explosieven en zijn kennis van oorlogsresten bleken onmisbaar te zijn tijdens deze crisis.



