Nederland staat onder druk van de Europese Commissie vanwege mogelijke overtredingen van internationale regels rond spoorwegcapaciteit. De Commissie heeft een formele waarschuwingsbrief gestuurd naar het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De zaak draait om de voorrangspositie die de Nederlandse Spoorwegen (NS) krijgt wanneer de capaciteit van het spoorwegnet onvoldoende is.
De Commissie stelt dat Nederland door deze praktijk ongelijke toegang creëert op het spoorwegnet tussen de NS en andere internationale vervoerders. Dit zou de dominante positie van de NS kunnen versterken, wat in strijd is met EU-mededingingsregels. De Commissie heeft Nederland de gelegenheid gegeven om bewijs aan te leveren dat het niet in overtreding is.
De rol van de nieuwe Europese verordening
Nederland werkt momenteel aan de implementatie van de nieuwe Europese verordening voor spoorweginfrastructuurcapaciteit, die in 2031 van kracht moet worden. Deze verordening moderniseert de manier waarop spoorwegcapaciteit in Europa wordt verdeeld. Er komen meer uniforme voorrangsregels wanneer de capaciteit schaars is. Volgens woordvoerder Jacco Neleman kan de verordening ervoor zorgen dat aan alle concessievervoer niet zonder meer voorrang wordt gegeven per 2031.
De nieuwe regels zullen een grotere uniformiteit brengen in de toewijzing van spoorwegcapaciteit in Europa. Dit betekent dat landen zoals Nederland hun huidige praktijken moeten aanpassen om te voldoen aan de Europese normen. De verordening is bedoeld om de concurrentie op het spoor te bevorderen en een eerlijk speelveld te creëren voor alle vervoerders.
Andere juridische procedures tegen Nederland
Naast de zaak over spoorwegcapaciteit loopt er nog een andere procedure tussen de Europese Commissie en Nederland. De Commissie heeft Nederland voor het EU-hof gedaagd vanwege de gunning van het belangrijkste binnenlandse treinverkeer voor de komende jaren aan de NS. Volgens de Commissie levert dit de NS een monopoliepositie op.
Via de rechter kunnen er boetes of dwangsommen worden opgelegd. Het is nog onduidelijk wanneer deze zaak wordt behandeld, maar het lijkt erop dat dit niet meer in 2026 zal gebeuren. De vragen van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bij het EU-hof hebben ook betrekking op de lopende infractieprocedure over de HRN-concessie.
Het Nederlandse kabinet verwacht begin 2027 een besluit te nemen over de marktordening op het spoor na 2033. Staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat heeft al aangegeven dat er opties worden overwogen die meer ruimte bieden aan verschillende vervoerders op het hoofdrailnet. Omdat het Nederlandse spoornetwerk zeer intensief wordt gebruikt, is het cruciaal dat het netwerk optimaal wordt benut.
De beleidssturing en de capaciteitsverdelingsregels spelen een belangrijke rol in het garanderen van een efficiënte en eerlijke toewijzing van spoorwegcapaciteit. Het kabinet werkt hard om de zaken zo te regelen dat wordt voldaan aan de Europese regels. De uitdaging ligt erin om een balans te vinden tussen de behoefte aan capaciteit en de noodzaak om een eerlijk speelveld te creëren voor alle vervoerders.



