Het gerechtshof in Amsterdam heeft Ali B in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar voor twee gevallen van verkrachting. De uitspraak, die werd behandeld in een zaak die uitgebreid in de media aan bod kwam, kwam tot stand na een beschouwing van meerdere tenlasteleggingen en ondersteunend bewijs. Het hof stelde vast dat in twee zaken sprake was van bewezen verkrachting, terwijl andere beschuldigingen werden verworpen wegens onvoldoende steunbewijs. Deze veroordeling ligt boven de eis van het openbaar ministerie van 2,5 jaar en is tevens zwaarder dan de eerdere uitspraak van twee jaar door de rechtbank in juli 2026.
Wat het hof motiveerde
Volgens de voorzitter heeft de verdachte de seksuele grenzen van de slachtoffers ernstig overschreden, en het feit dat Ali B blijvend ontkende, woog mee in de strafoplegging. Het hof zei expliciet dat de publieke functie van de verdachte geen reden is voor strafvermindering: zijn status als bekende artiest maakte zijn handelen volgens het oordeel des te ernstiger omdat hij daarmee een machtspositie zou hebben misbruikt. Het gerechtshof benadrukte dat de veroordeelde in het proces geen blijk gaf van inzicht in het gedrag, wat de keuze voor een zwaardere straf verklaart.
Details van de bewezen feiten
Heiloo: korte, heftig ervaren aanval
In één geval beoordeelde het hof dat een vrouw die Ali B ontmoette op een schrijverskamp in Heiloo werd verkracht. De voorzitter beschreef dit als een kort maar heftig moment waarbij de verdachte zonder toestemming contact maakte; volgens de motivering bracht hij onder andere zijn vingers ongevraagd naar binnen terwijl het slachtoffer in de slaapkamer orale seks had met Ronnie Flex. Hoewel sommige details in verklaringen niet volledig consistent waren, vond het hof dat de kern van het verhaal betrouwbaar genoeg was om tot veroordeling te komen.
Ellen ten Damme: langere aanval in Marokko
De tweede bewezen zaak betrof de zangeres Ellen ten Damme, waarbij het hof sprak van een langduriger aanval in een hotel in Marokko, tijdens de voorbereiding voor tv-opnames voor AVROTROS. De voorzitter stelde dat daar duidelijk sprake was van hevig verzet van het slachtoffer, en dat de verklaringen gesteund werden door bijkomende aanwijzingen, onder meer uitspraken van een voormalige partner. Het hof concludeerde dat het niet ging om een poging maar om een voltooide verkrachting.
Vrijspraken en bewijsbeoordeling
Niet alle aanklachten