De Nederlandse regering stelt voor om delen van de Wet betaalbare huur aan te passen nadat die wet in juli 2026 werd ingevoerd. Volgens het kabinet leidde de striktere regeling ertoe dat veel particuliere verhuurders hun woningen te koop zetten, met een krimpend aanbod van huurwoningen als gevolg. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) heeft in een brief aan de Kamer een pakket maatregelen beschreven dat zij ‘snel’ wil invoeren om die beweging te keren en eigenaren en kleine investeerders weer te stimuleren om te verhuren.
De aangekondigde ingrepen zijn zowel juridisch-technisch als fiscaal van aard. Naast aanpassingen aan de manier waarop maximale huren worden berekend, meldt het kabinet ook belastingmaatregelen die gericht zijn op investeringen in de huursector. Concreet spreekt het bestuursplan over een verlaging van de overdrachtsbelasting voor private verhuurders van 8 naar 7 procent en een gerichte verlaging van de vennootschapsbelasting voor woningcorporaties ter waarde van 325 miljoen euro. Deze combinatie van regels en fiscale prikkels moet volgens het kabinet binnen afzienbare tijd effect sorteren.
Voornaamste wijzigingen
WOZ-opslag en huurberekening
Een van de kernvoorstellen is het verhogen van de invloed van de WOZ-waarde in de huurberekening. Momenteel mag de WOZ-waarde maximaal voor een derde meetellen bij het vaststellen van de maximale huur. Door een gerichte WOZ-opslag voor woningen die nu onder die regel vallen, verwacht het kabinet dat de maximale huur per woning met enkele tientallen euro’s kan stijgen. Volgens de ministers moet dit de opbrengst voor verhuurders verbeteren zonder het hele systeem van huurbescherming te laten vallen.
Minpunten en uitzonderingen
Een tweede maatregel betreft het schrappen van negatieve scores voor woningen zonder buitenruimte in het puntensysteem dat de maximale huur bepaalt. Door die minpunten te elimineren mogen woningen zonder balkon of tuin een hogere puntentoekenning krijgen en dus een hogere huurprijs. Daarnaast komt er ruimte voor hogere huren bij kleine rijksmonumenten en wordt voorgesteld dat alle studenten weer een tijdelijk huurcontract kunnen afsluiten, omdat de huidige situatie met beperkte uitzonderingen onduidelijkheid zou veroorzaken.
Het bredere debat en internationale inzichten
De discussie over huurregulering is niet nieuw en bevat veel tegengestelde argumenten. De belangen van de vastgoedsector botsen met die van huurdersorganisaties. Een vergelijkend onderzoek van de Zweedse huurdersorganisatie Hyresgästföreningen onderstreept dat veel veronderstellingen over negatieve effecten van regulering niet eenduidig worden bevestigd in Europa. Het rapport onderscheidt verschillende typen regulering — eerste generatie (strakke bevriezing), tweede generatie (beperkte indexatie) en derde generatie (regulering tijdens lopende contracten) — en nuanceert daarmee veel van de publieke claims.
Dat onderzoek weerlegt naar voren gebrachte mythes: er is geen simpele, universele relatie tussen huurprijsregulering en uittocht van investeerders, krimp van de huursector of het stilvallen van nieuwbouw. Rendementen hangen samen met waardegroei, fiscale regels en financieringskosten, en krimp kan ook worden verklaard door bredere fiscale ingrepen en prijsontwikkelingen. Die nuance staat haaks op het beeld van sommige lobbygroepen die regulering als hoofdschuldige aanwijzen.
Wat kunnen we verwachten?
De voorstellen bieden verhuurders directe verlichting op een aantal fronten, maar het kabinet kondigt ook een uitgebreider plan aan om het aanbod van betaalbare huurwoningen te stimuleren. Welke effecten daadwerkelijk optreden is onzeker: sommige huizenbezitters die al verkoopplannen hadden, kunnen alsnog afhaken van de verkoop; anderen blijven mogelijk terughoudend door fiscale of markttechnische redenen. Duidelijk is dat de aangekondigde maatregelen bedoeld zijn om de beweging richting verkoop te vertragen en het aantal beschikbare huurwoningen te stabiliseren.
Voor wie de ontwikkelingen volgt: verwacht aanvullende voorstellen en nadere uitwerking in de komende maanden. De discussie raakt aan fundamentele keuzes over balans tussen bescherming van huurders en het aantrekkelijk houden van huren voor investeerders. Politieke besluitvorming en reacties van marktpartijen zullen uiteindelijk bepalen of de beoogde effecten zich materialiseren.