Op verzoek van koning Willem-Alexander heeft een zelfstandige commissie een omvangrijk onderzoek afgerond naar de betrokkenheid van het Huis Oranje-Nassau bij de Nederlandse koloniale geschiedenis. Het resultaat bestaat uit vijf boeken die gezamenlijk meer dan 2000 bladzijdes beslaan en een periode bestrijken van de late 16de eeuw tot aan het postkoloniale heden. De publicatie vond plaats in het Academiegebouw te Leiden waarna de koning de werken in ontvangst nam.
De opzet van het koninklijke onderzoek
In december 2022 vroeg Willem-Alexander historiër Gert Oostindie van het Instituut voor Geschiedenis aan de Universiteit Leiden om onafhankelijk onderzoek te doen naar de rol van zijn familie. Naast Oostindie maakten ook historicus Esther Captain voormalig politicus Kathleen Ferrier en hoogleraar Henk te Velde deel uit van de commissie, waarbij meer dan zestig onderzoekers toegang kregen tot zowel de koninklijke als de private archieven van de familie. De onderzoeksgroep had volledige vrijheid en mocht alleen aan het einde hun bevindingen presenteren, zonder tussentijdse inmenging.
Belangrijkste bevindingen uit de vijfdelige publicatie
Hoofdonderzoeker Oostindie omschreef de conclusie als “om eeuwenlange actieve en onscrupuleuze steun aan het kolonialisme, met inbegrip van de slavernij zolang die bestond”. Een centrale uitspraak luidt: “Alle stadhouders, koningen en koninginnen, althans tot en met Wilhelmina, waren overtuigd van de legitimiteit van het kolonialisme en het belang ervan voor Nederland”. Het onderzoek maakt duidelijk dat de Oranjes geen beperkte symbolische functie vervulden; ze leverden een actieve bijdrage aan het koloniale project, zowel ideologisch als economisch.
Financieel kwam het grootste deel van de winst voort uit de VOC en later Nederlands-Indië. Volgens de cijfers hebben de Oranjes in de 19e eeuw een half miljard euro aan koloniale belangen verdiend. In tegenstelling tot de trans-Atlantische slavenhandel en Caribische slavernij leverden die ondernemingen weinig directe inkomsten op voor de familie, niet door een gebrek aan wil, maar door structurele beperkingen.
Symbolische legitimisatie en prestige
De onderzoekers benadrukken dat, hoewel “zonder de Oranjes was Nederland ook wel een koloniale mogendheid geworden”, de monarchie een cruciale rol speelde in de symbolische legitimering van het koloniale geweld, zowel in de koloniën als in het moederland. De koninklijke vlaggen, ceremoniële bezoeken en de persoonlijke netwerken van de Oranjes versterken de aantrekkingskracht van koloniale ondernemingen en vergrootten de maatschappelijke draagkracht.
Repercussies, excuses en de weg naar verzoening
Op 1 juli 2023 bood koning Willem-Alexander een excuus aan voor het feit dat “zijn voorouders hadden nagelaten zich te verzetten tegen die slavernij”. Hij beschouwde de uitspraak als “krachtige en correcte”. Deze verontschuldiging werd onderstreept door een emotioneel moment in Paramaribo waar inheemse groepen en nazaten van tot slaaf gemaakten vergiffenis schonken. De koning stelde na afloop dat “de pijn doorwerkt” en dat hij zich “verantwoordelijk” voelde.
De publicatie wordt door de koning gepresenteerd als een onderdeel van een “helingsproces” en een poging om geschiedenis die “niet uit de weg wil gaan, ook niet de pijnlijke” onder ogen te zien. Met de bevindingen hoop hij een volledig beeld te verkrijgen voordat hij een definitieve reactie formuleert op de impact van het koloniale verleden op de hedendaagse Nederlandse samenleving.



