In de afgelopen week zijn er twaalf nieuwe bevestigde Westnijlvirus-infecties gemeld in Nederland. Vier van deze patiënten zijn overleden, waardoor het totaal aantal dodelijke slachtoffers in 2026 nu op negen staat. Het RIVM gaf aan dat de uitbraak “over zijn piek heen” lijkt te gaan, omdat het aantal nieuwe besmettingen de afgelopen weken gestaag daalt.
De eerste gevallen van deze uitbraak werden geregistreerd in augustus, en tot nu toe zijn er in totaal 56 Nederlanders bekend met een infectie, al dan niet met symptomen. Een groot deel van de bevestigde gevallen werd pas ontdekt nadat de betrokken personen met klachten in het ziekenhuis werden opgenomen; de meerderheid blijft echter zonder merkbare klachten.
Actuele cijfers en geografische verspreiding
De recente meldingen betreffen verschillende provincies: Zuid-Holland heeft de hoogste aantallen met 32 patiënten, gevolgd door Utrecht (12), Noord-Holland (5), Noord-Brabant (4), Gelderland (2) en Overijssel (1). Deze verdeling onderstreept dat het virus zich niet meer beperkt tot één regio, maar landelijk aanwezig is.
Dierlijke observaties
Naast de menselijke gevallen is het virus bij diverse diergroepen aangetroffen. Vorige week werden 178 vogels positief getest, en het NVWA meldt dat het aantal besmette paarden dit jaar op 150 is gestegen. Ook zijn vier groepen muggen onderzocht en als drager van het virus geïdentificeerd. Deze resultaten bevestigen de klassieke cyclus: muggen worden eerst besmet door het zuigen van een geïnfecteerde vogel, waarna zij het virus via een volgende beet kunnen overdragen op mens of dier.
Ziektebeeld bij mens en potentiële complicaties
Voor de meeste mensen verloopt een Westnijlvirus-infectie zonder merkbare symptomen. Het RIVM schat dat ongeveer één op de vijf besmettingen leidt tot milde klachten zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn – een verschijningsvorm die sterk lijkt op griep. In circa één procent van de gevallen kunnen echter ernstige neurologische complicaties optreden, waaronder hersenontsteking (encefalitis) en hersenvliesontsteking (meningitis), die intensieve medische zorg vereisen.
Alle recent geregistreerde patiënten kregen het virus via “een beet van een besmette mug”, zoals het RIVM duidelijk stelde. Het virus is niet van mens op mens overdraagbaar, waardoor preventieve maatregelen zich richten op muggenbestrijding en bescherming tegen muggenbeten.
Reacties van deskundigen en verwachte ontwikkeling
Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat de situatie niet onderschat mag worden. Hij benadrukt: “Het begint met één persoon en bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan.” Knols voegt eraan toe dat “het potentieel heel groot kan worden” en pleit voor een dedicated Outbreak Management Team om de verspreiding nauwgezet in kaart te brengen.
De autoriteiten blijven alert. Artsen, dierartsen, virologen, epidemiologen en ecologen werken nauw samen om de dynamiek van het virus te monitoren en tijdig ingrijpende maatregelen te treffen. Hoewel de piek voorbij lijkt, benadrukt het RIVM dat een voortdurende waakzaamheid noodzakelijk blijft om een eventuele nieuwe opflakkering te voorkomen.



