In de werkkamer van Martijn van Nieuwenhuyzen, de tentoonstellingsmaker en directeur van De Pont Museum in Tilburg, ligt een verzameling zwart-witfoto’s op de vergadertafel. Deze foto’s, genomen door Van Nieuwenhuyzen zelf, tonen kunstenaars zoals Jeff Koons, Beatriz González, Marlene Dumas en Erik van Lieshout in hun werkplek of tijdens het opbouwen van tentoonstellingen.
Na ruim veertig jaar in de kunst- en museumwereld gaat Van Nieuwenhuyzen met pensioen. Hij begon zijn carrière als kunstjournalist en assistent bij de galerie van Riekje Swart in Amsterdam. Later werkte hij als tentoonstellingsmaker bij het Stedelijk Museum in Amsterdam voordat hij in directeur werd van De Pont Museum.
Een archief van kunstenaars in actie
Van Nieuwenhuyzen begon met fotograferen in het begin van de jaren negentig toen hij werd aangenomen als persvoorlichter en redacteur bij het Stedelijk Museum. Zijn foto’s zijn geen rommelige selfies, maar stijlvolle zwart-witportretten van kunstenaars die aan het werk zijn. Ik heb nooit geprobeerd kunstenaars te fotograferen zoals zij gezien willen worden zegt Van Nieuwenhuyzen. Ik was altijd op zoek naar iets veel vluchtigers: het moment waarop iemand vergeet dat hij wordt bekeken.
Deze foto’s zijn niet eerder geëxposeerd of opgenomen in een fotoboek, maar Van Nieuwenhuyzen deelt ze al jaren op zijn Instagram-account @acuratorscamera. Hij ziet de foto’s niet als illustratie van zijn loopbaan, maar eerder als een zelfstandig archief. Ze tonen voor mij vooral hoe kunstenaars denken, werken, twijfelen en samen met anderen een tentoonstelling laten ontstaan.
De rol van een tentoonstellingsmaker
Van Nieuwenhuyzen heeft een unieke visie op het werk van een tentoonstellingsmaker. Ik heb de rol altijd meer dienend opgevat: samen met de kunstenaar zoeken naar de omstandigheden waarin een nieuw werk zich zo volledig mogelijk kan articuleren zegt hij. Hij beschouwt zichzelf als een soort eerste kijker iemand die meekijkt met een werk dat nog aan het ontstaan is.
Hij benadrukt het belang van een langdurige relatie met kunstenaars. Je hebt curatoren die zelf een heel sterk theoretisch kader meenemen, maar ik probeer dat niet te doen: ik probeer veel meer met de kunstenaar mee te redeneren. Hij noemt voorbeelden zoals Tino Sehgal en Melvin Moti, met wie hij jarenlang heeft samengewerkt.
Veranderingen in de kunstwereld
Terugkijkend op de afgelopen 35 jaar ziet Van Nieuwenhuyzen verschillende periodes in de kunstwereld. Toen ik in de jaren tachtig begon had je een sterke commerciële groei in de kunstwereld zegt hij. Eind jaren tachtig kwam er een crisis, en barstte een deel van die bubbel, en dat was eigenlijk heel heilzaam.
Hij merkt ook op dat de kunstwereld internationaler is geworden, met een toename van internationale biënnales en kunstbeurzen. Dat is iets heel positiefs want daardoor is de blik veel breder geworden. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor de machtige rol van mega-galeries en de invloed van sociale media.
Van Nieuwenhuyzen hoopt dat musea ruimte blijven bieden aan wat de kunstenaar belangrijk vindt. Misschien is de grootste uitdaging voor musea vandaag wel om ruimte te blijven bieden aan wat de kunstenaar belangrijk vindt, aan aandacht en langzaam kijken.



