Het Cornelius Haga Lyceum in amsterdam staat in het middelpunt van de aandacht na een schokkend rapport van de Onderwijsinspectie. Het bestuur van deze islamitische school wordt ervan beschuldigd jarenlang te hebben gefaald in het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De situatie is zo ernstig dat de inspectie staansecretaris Judith Tielen (VVD) heeft gevraagd om in te grijpen.
De inspectie concludeert dat het bestuur, ondergebracht bij de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) al sinds 2026 onvoldoende heeft gedaan om de aanhoudend slechte onderwijskwaliteit te verbeteren. Leerlingen worden volgens de inspectie nodeloos en voortdurend blootgesteld aan onderwijs van onvoldoende kwaliteit.
Ernstige tekortkomingen in bestuur en onderwijskwaliteit
Het rapport van de inspectie onthult een alarmerend beeld. Het bestuur heeft geen effectief systeem om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en te verbeteren. Bovendien voldoet het niet aan de wettelijke eisen voor goed bestuur en intern toezicht. Verantwoordelijkheden binnen de organisatie zijn onduidelijk verdeeld, en er ontbreekt een wettelijk verplicht professioneel statuut voor leraren. Ook functioneert de medezeggenschap niet zoals de wet voorschrijft.
Een ander zorgwekkend punt is dat het bestuur onvoldoende inzicht heeft in de eigen organisatie. Zo was het bestuur niet op de hoogte van een intern onderzoek dat aantoonde dat een deel van het personeel zich niet altijd veilig voelt en dat zorgen binnen de school onvoldoende serieus worden genomen.
Slechte onderwijsresultaten
De onderwijsresultaten van het Cornelius Haga Lyceum zijn een grote bron van zorgen. Vooral op de mavo blijven de examenresultaten en slagingspercentages al jaren ver achter bij het landelijk gemiddelde. Zo slaagde de afgelopen drie schooljaren telkens ongeveer 35 procent van de mavoleerlingen, tegenover ruim 91 procent landelijk.
Herstelopdrachten en juridische stappen
De inspectie heeft het bestuur opnieuw meerdere herstelopdrachten gegeven, maar heeft er weinig vertrouwen dat deze worden opgevolgd. Eerdere verbetertrajecten zijn nauwelijks uitgevoerd, en er is na jaren nog altijd geen werkend stelsel van kwaliteitszorg. In de herstelopdrachten staat onder meer dat de bestuursstructuur moet worden aangepast met een duidelijke scheiding tussen bestuur en intern toezicht, en dat de medezeggenschap volgens de wettelijke regels moet worden ingericht.
Ook moet het onderwijs worden verbeterd en moeten meer lessen door bevoegde docenten worden gegeven. De inspectie geeft het schoolbestuur een jaar de tijd om de tekortkomingen te herstellen. Daarna beoordeelt de inspectie of de herstelopdrachten zijn uitgevoerd.
Het bestuur van de SIO erkent dat de kwaliteit van het onderwijs op onderdelen moet verbeteren, maar verwerpt de conclusie van wanbeheer. Volgens het bestuur is de conclusie onvoldoende feitelijk en juridisch onderbouwd en baseert de inspectie zich te veel op interpretaties, mondelinge verklaringen en ontbrekende documentatie. De stichting sluit juridische stappen niet uit als de conclusie in stand blijft.
De situatie bij het Cornelius Haga Lyceum is nu zo ernstig dat de school in fase E is geplaatst, de zwaarste en meest urgente fase. Dit betekent dat het vervolg niet langer door de inspectie wordt bepaald, maar door het ministerie. Dit kan leiden tot stevige maatregelen, waaronder het stopzetten van de bekostiging. Staatssecretaris Tielen laat weten de zorgen van de inspectie te delen en te bekijken welke stappen nodig zijn, met de belangen van de leerlingen als uitgangspunt.



