Houthalen-Helchteren staat voor een van de grootste infrastructuurprojecten in de geschiedenis van Limburg. De Noord-Zuidwerken zullen de dorpskern ingrijpend veranderen met twee tunnels, negen nieuwe bruggen en 17 kilometer nieuwe fietsinfrastructuur. Dit project, dat de komende jaren zal worden uitgevoerd, heeft al geleid tot de sloop van 150 gebouwen en de onteigening van 27 percelen waar nog geen overeenkomst is bereikt.
De Werkvennootschap, verantwoordelijk voor de uitvoering van het project, heeft al acht panden gesloopt in 2025. De meeste eigenaars zijn tot een minnelijke overeenkomst gekomen, maar voor 27 percelen is dit nog niet gelukt. De Vlaamse overheid moet nu de wettelijke procedure volgen voor onteigening, wat een complexe en gedetailleerde evaluatie vereist.
De Noord-Zuidwerken: een overzicht van de plannen
De Noord-Zuidwerken omvatten niet alleen de aanleg van twee tunnels onder de centra van Houthalen en Helchteren, maar ook de bouw van negen nieuwe bruggen en een uitgebreid netwerk van fietsinfrastructuur. Een van de belangrijkste aspecten van het project is de focus op duurzaamheid, met de aanleg van een ecoduct om de natuurlijke verbindingen te behouden.
De plannen zijn ontworpen om het verkeer vlotter te laten verlopen en meer ruimte te bieden aan inwoners, fietsers en voetgangers. Dit project is een voorbeeld van hoe moderne infrastructuur kan bijdragen aan een betere levenskwaliteit en een duurzamere toekomst. De Werkvennootschap heeft al aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar de uitdagingen blijven groot, vooral met betrekking tot de onteigening van de overblijvende percelen.
Ontwikkelingen rondom de onteigeningsprocedure
De onteigeningsprocedure is een complexe zaak die wordt geregeld door het Vlaams Onteigeningsdecreet. De overheid mag alleen goederen of zakelijke rechten onteigenen als dit noodzakelijk is voor de realisatie van een overheidsdoelstelling en er sprake is van algemeen belang. Voordat een onteigening kan plaatsvinden, moet de overheid eerst proberen om tot een minnelijke verwerving te komen.
Als de onderhandelingen mislukken, kan de procedure verdergaan met een openbaar onderzoek dat 30 dagen duurt. Eigenaars kunnen opmerkingen of bezwaren indienen. Vervolgens kan een definitief onteigeningsbesluit volgen. Als er ook daarna geen akkoord wordt bereikt, kan de overheid naar de vrederechter stappen. De vrederechter beoordeelt dan de wettigheid van de onteigening en stelt de definitieve vergoeding vast.
Hoe wordt de vergoeding berekend?
De vergoeding voor onteigening wordt gebaseerd op de huidige marktwaarde, ook wel de venale waarde genoemd. Deze waarde wordt bepaald door vergelijkbare recente verkopen in de omgeving, de toestand van het gebouw, de oppervlakte en eventuele renovaties. Bovenop deze waarde komt een wederbeleggingsvergoeding, die varieert tussen 13,5 en 24,5 procent van de venale waarde, afhankelijk van de situatie.
Naast de basisvergoeding kunnen ook verhuiskosten en andere schadeposten in aanmerking komen. De Vlaamse overheid benadrukt dat de vergoeding rechtstreeks gerelateerd is aan de schade die door de onteigening wordt veroorzaakt. Elke eigenaar heeft recht op een billijke schadeloosstelling, maar de concrete situatie bepaalt welke schadeposten van toepassing zijn. Dit betekent dat de vergoeding per dossier kan verschillen, afhankelijk van de aard van het onteigende goed en de specifieke omstandigheden van de eigenaar.
Voor de overblijvende eigenaars langs de Noord-Zuidverbinding blijft een minnelijke overeenkomst mogelijk. De eerste stap van de onteigeningsprocedure bestaat opnieuw uit onderhandelen. Pas wanneer ook dit geen resultaat oplevert, kan de zaak voor de rechtbank komen. De verdere ontwikkelingen zullen aantonen hoe de Vlaamse overheid en De Werkvennootschap omgaan met deze complexe situatie en hoe zij de transformatie van Houthalen-Helchteren succesvol zullen afronden.



