Naar inhoud
13 september 2026

Nederland onder hitte en droogte: waarom premier Jetten niet reageert op klimaatcrisis

De zomer van 2026 was de heetste ooit in Nederland, maar kabinet-Jetten reageert niet op de klimaatcrisis. Ontdek de vier redenen waarom het kabinet stil blijft.

Nederland onder hitte en droogte: waarom premier Jetten niet reageert op klimaatcrisis

De zomer van 2026 was een zomer van records. Met een gemiddelde temperatuur van 19,3 graden in juni, juli en augustus en temperaturen die bijna 40 graden bereikten, was het de heetste zomer ooit in Nederland. De extreme hitte werd gevolgd door historische droogte, waarbij de Rijn sinds 1947 niet zo laag heeft gestaan. Ondanks deze extreme weersomstandigheden bleef premier Rob Jetten en klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66) relatief stil over het klimaatbeleid.

Milieuorganisaties en de linkse oppositie hebben kritiek geuit op het gebrek aan actie. De Partij voor de Dieren stuurde bijvoorbeeld een brandbrief aan het kabinet met de oproep om hun eigen oude goede klimaatplannen uit te voeren. In de inleiding van de klimaatbegroting, die op Prinsjesdag openbaar wordt, schrijft Van Veldhoven namens het kabinet dat de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden en dat niets doen geen optie is. Maar waarom reageert het kabinet niet op de huidige crisis?

1. Afspraken en deadlines

Het kabinet koopt tijd door te wachten op de jaarlijkse klimaatdoorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die op maandag wordt gepubliceerd. Al enkele jaren op rij krijgen kabinetten van het PBL een onvoldoende voor hun klimaatplannen. Als Nederland niet op koers ligt om de klimaatdoelen van 2040 te halen (90 procent minder uitstoot dan in 1990), heeft de coalitie afgesproken om in het voorjaar van 2027 extra maatregelen te nemen.

Daarnaast speelt de uitspraak in de Bonaire-klimaatzaak van Greenpeace een rol. Deze zaak verplicht Nederland om de inwoners beter te beschermen tegen klimaatverandering. Hoewel het hoger beroep nog loopt, moet de staat het vonnis uitvoeren. Ook hiervoor loopt de deadline komende lente af.

De blik is dus gericht op het voorjaar. Na een zomer van interne onenigheid over de begroting komen die extra maanden het kabinet en de coalitie wel goed uit. Ook voor het klimaatbeleid geldt dat het uitmaakt met welke partijen in de oppositie het kabinet-Jetten gaat samenwerken.

2. Pragmatisme boven idealisme

Premier Jetten lijkt zich bewust van de gepolariseerde discussie over klimaat. Op een persconferentie in augustus zei Jetten dat het ideologische debat in de Kamer over klimaat en migratie verder uit elkaar ligt dan de discussies over de begroting. Toen Jetten brandweerlieden bezocht bij de grote natuurbrand in Venray, vermied hij het woord klimaatverandering volledig.

Als klimaatminister in het kabinet-Rutte IV (2022-2024) stond Jetten bekend als een klimaatdoener eerder dan een drammer. Deze houding is ook zichtbaar bij zijn eerste kabinet: klimaat wordt minder als een politiek-ideologisch dossier gezien, maar vooral als een uitvoeringskwestie. Netcongestie, energiekosten voor bedrijven en nieuwe windparken krijgen prioriteit.

In het coalitieakkoord was de toon ambitieuzer dan onder het vorige kabinet. De overheid moest de regie in handen nemen nu de verduurzaming stokt. Het kabinet wilde het klimaatdoel van 2030 vasthouden, ook al werd dat lastig. De groenere ambities van het kabinet-Jetten zijn nu nog vooral te zien bij het in juni gepresenteerde stikstofpakket.

3. Europese aanpak

De partijleiders van deze coalitie kennen elkaar uit de tijd van het kabinet-Rutte IV, toen de Nederlandse klimaatambities werden aangescherpt. D66-leider Jetten, VVD-leider Dilan Yesilgöz en CDA-leider Henri Bontenbal vonden elkaar in het idee dat Nederland een Europese koploper op het gebied van klimaat kon worden.

Nu waait er een andere wind in Europa en Nederland. Het klimaatoptimisme van vijf jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor wat partijen zelf graag realisme noemen. Zorgen over het internationale concurrentievermogen van bedrijven en de industrie overheersen, vaak ten koste van groene ambities. In de coalitie wordt nu gezegd dat ambitieus klimaatbeleid eerder uit Brussel dan uit Den Haag moet komen, zodat Nederland zichzelf niet uit de markt prijst.

Minister Van Veldhoven schreef eerder in een Kamerbrief dat de Nederlandse klimaatkoers vooral zonder onnodige nationale koppen moest worden uitgestippeld. Oftewel, geen strengere groene regels dan in de landen om ons heen. Het kabinet-Jetten probeert wel een belangrijk Europees klimaatplan overeind te houden, maar de vraag is of ambitieuze klimaatplannen uit Brussel te verwachten zijn.

4. Financiële beperkingen

Al sinds het kabinet-Rutte IV verschillen de drie coalitiepartijen van mening over hoe ambitieuze groene doelstellingen behaald moeten worden. D66 ziet vaak meer in regels, de VVD en CDA geven liever subsidies om groen gedrag te bevorderen. Strengere CO2-belastingen voor bedrijven, minder vliegen of meer elektrische auto’s: bij zulke verplichtingen gingen bij CDA en VVD eerder de hakken in het zand.

Dit soort politieke verschillen zijn normaliter te lijmen met geld. Subsidies voor bijvoorbeeld elektrisch rijden of het verduurzamen van je huis zijn minder controversieel dan verplichtingen. Alleen het benodigde geld voor dat soort plannen ontbreekt vooralsnog in deze coalitie. Zonder extra geld van haar collega Eelco Heinen (Financiën, VVD) is de beweegruimte voor klimaatminister Van Veldhoven uiterst beperkt. Ook straks in het voorjaar.

Bram Smit
Auteur

Bram Smit

Bram Smit volgt politiek Den Haag sinds twee verkiezingen. Schrijft over wetstrajecten, coalitiebesprekingen en EU-dossiers met technische precisie.