Het Israëlische leger heeft een belangrijk besluit genomen met betrekking tot de oorlog in Gaza. Voor het eerst sinds het begin van de conflict heeft het leger besloten om strafrechtelijke onderzoeken in te stellen naar specifieke incidenten. Deze onderzoeken richten zich op de dood van de 5-jarige Hind Rajab en haar familie, evenals vijftien Palestijnse medische hulpverleners. Beide zaken hebben internationale aandacht getrokken.
Tegelijkertijd heeft het leger besloten om geen strafrechtelijke onderzoeken in te stellen naar drie andere aanvallen waarbij hulpverleners van World Central Kitchen en Artsen zonder Grenzen werden gedood. Het leger verklaarde dat het 150 incidenten heeft onderzocht en in vijf zaken een besluit heeft genomen.
Internationaal recht en verplichtingen
Het Israëlische leger heeft een rapport uitgebracht over mogelijke oorlogsmisdaden door Israëlische militairen. De onderzoeken naar de twee dodelijke aanvallen volgen op de bevindingen uit dit rapport. Het leger benadrukt dat het verplicht is om uitzonderlijke oorlogsincidenten te evalueren, vanwege het internationaal en Israëlisch recht.
Het geval Hind Rajab
De 5-jarige Hind Rajab werd in januari 2026 gedood, samen met zes van haar familieleden en twee medische hulpverleners. De familie zat in Gaza-Stad in een auto die werd beschoten door een tank. Hind overleefde een eerste beschieting en had urenlang telefonisch contact met hulpverleners. Deze hulpverleners werden bij een reddingspoging ook gedood. Later werden al hun lichamen gevonden.
Onafhankelijke deskundigen van de Verenigde Naties hebben gezegd dat de aanval op Rajab mogelijk een oorlogsmisdaad vormt. Mensenrechtenorganisaties hebben melding gemaakt van oorlogsmisdaden bij het Internationaal Strafhof in Den Haag en verzoeken ingediend om soldaten die betrokken waren bij de aanval te vervolgen.
Het incident bij Rafah
Het andere incident dat het Israëlische leger nu zegt strafrechtelijk te gaan onderzoeken dateert uit maart 2026. Vijftien Palestijnse reddingswerkers werden toen bij Rafah gedood door het Israëlische leger, terwijl zij in een konvooi reden van ambulances en andere hulpvoertuigen. Hun lichamen werden acht dagen later teruggevonden in een massagraf, samen met hun ambulances.
Niet-strafrechtelijk onderzocht
Bij drie andere dodelijke aanvallen is volgens het leger geen redelijke verdenking van strafbaar wangedrag gebleken. Het gaat daarbij om een aanval op een groep van zeven hulpverleners van de hulporganisatie World Central Kitchen (april 2026), een aanval op een gebouw van de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen in Khan Younis (februari 2026) en de dood van twee andere Artsen zonder Grenzen-medewerkers, die in een konvooi in Gaza-Stad werden beschoten door Israëlische troepen (november 2026).
Het Israëlische leger heeft deze beslissingen bekendgemaakt in een verklaring, waarbij het benadrukt dat het verantwoordelijk is voor het evalueren van alle incidenten tijdens gevechten. De internationale gemeenschap blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen.



