De Nederlandse industrie staat in 2026 voor een dubbele uitdaging: dalende investeringen en de dringende behoefte aan industriële automatisering om de concurrentiepositie te behouden. Een recent onderzoek van het CBS toont aan dat industriële producenten in 2026 ongeveer 3 procent minder zullen investeren in gebouwen, machines, vervoermiddelen en computers ten opzichte van 2026.
Tegelijkertijd waarschuwt TNO dat de Nederlandse maakindustrie binnen tien jaar grotendeels kan verdwijnen als bedrijven niet snel inzetten op automatisering. De sector staat op een kantelpunt, waar loonkosten en arbeidstekorten de urgentie vergroten.
Dalende investeringen in verschillende sectoren
De investeringsplannen verschillen sterk per sector. De basismetaalproductenindustrie verwacht in 2026 19 procent minder te investeren dan in 2026, mede vanwege grote investeringen in het voorgaande jaar. Ook producenten van hout en ondernemers in de elektronische en machine-industrie verwachten ongeveer 10 procent minder te investeren.
Daarentegen verwachten de meubelindustrieraffinaderijende chemische industrie en producenten van bouwmaterialen meer te gaan investeren. De meubelindustrie zou in 2026 zelfs tot 33 procent meer kunnen investeren.
Automatisering als economisch instrument
Industriële automatisering is niet alleen een technologische kwestie, maar ook een economisch instrument. Bedrijven die hun productielijnen automatiseren, kunnen meer output produceren met minder personeel en leveren een constante kwaliteit. TNO schat dat de productiviteit met minstens vijftig procent moet toenemen om internationaal mee te kunnen doen.
Geautomatiseerde productie verlaagt bovendien de kostprijs, waardoor Nederlandse fabrikanten kunnen concurreren met lagelonenlanden zonder hun fabrieken te verplaatsen. Ruim een derde van de bedrijven, zo’n 37 procent, wil binnen twee jaar investeren in cobotsrobots die samenwerken met operators. Daarnaast automatiseert zestig procent al routinetaken en wil 35 procent extra software inzetten.
Uitdagingen bij de omschakeling naar automatisering
De omschakeling naar automatisering gaat niet vanzelf. Het personeelstekort dat automatisering aanjaagt, remt diezelfde beweging af. Er is een tekort aan technici die de robots kunnen programmeren, onderhouden en bijsturen. Bovendien heeft 83 procent van de bedrijven onvoldoende zicht op welke processen zich lenen voor automatisering.
Voor het midden- en kleinbedrijf weegt de financiële drempel zwaar. De aanloopkosten blijven hoog en de terugverdientijd is lang, terwijl de marges in veel sectoren onder druk staan. Grote concerns kunnen een misser beter opvangen dan kleine toeleveranciers, wat leidt tot een tweedeling in de sector.
De oplossing ligt niet in blind investeren, maar in gericht kiezen. Bedrijven die eerst hun processen in kaart brengen, halen het meeste rendement uit industriële automatisering. Begin klein, meet het resultaat en schaal op wat werkt.
De Nederlandse industrie staat voor een complexe toekomst, waar dalende investeringen en de noodzaak tot automatisering elkaar overlappen. Het succes zal afhangen van hoe bedrijven omgaan met deze uitdagingen en hoe ze hun processen aanpassen aan de veranderende marktomstandigheden.



