Naar inhoud
26 oktober 2026

Europees Hof betwijfelt legitieme eenzame opsluiting van Taghi

Het Europese Hof heeft Nederland uitgedaagd om de juridische grondslag van Taghi’s eenzame opsluiting in de EBI te onderbouwen en zijn contactrechten te herzien.

Europees Hof betwijfelt legitieme eenzame opsluiting van Taghi

Op maandag 26 oktober heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een tussenbeslissing gepubliceerd waarin Nederland wordt geconfronteerd met een reeks vragen over de eenzame opsluiting van crimineel Ridouan Taghi. Het Hof onderzoekt of de langdurige isolatie in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarnaast wordt gevraagd of Taghi voldoende gelegenheid krijgt om contact te onderhouden met medegevangenen en zijn familie, een punt dat in eerdere jurisprudentie van het Hof al aan bod kwam.

Juridische context en procedurele mogelijkheden

Taghi, veroordeeld tot een levenslange straf in 2024 voor het opdrachtgeven van vijf liquidaties, bevindt zich sinds december 2019 in de EBI. De plaatsing moet jaarlijks door de minister worden heroverwogen. Een gedetineerde kan bezwaar maken tegen een dergelijke plaatsing bij de Commissie van Toezicht van de gevangenis; tegen die beslissing kan vervolgens beroep worden aangetekend bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Indien ook de RSJ uitspraak doet die als onvoldoende wordt ervaren, kan de zaak worden voorgelegd aan het EHRM, dat de uiteindelijke toetsing doet aan het EVRM.

De advocaat van Taghi, Sjoerd van Berge Henegouwen, interpreteert de tussenbeslissing als een teken van onzekerheid bij het Hof over de juridische onderbouwing van de Nederlandse maatregelen. Hij stelt: “Als het Europese Hof na bestudering van die 21 klachten nog zoveel vragen heeft, moet je concluderen dat er sterke twijfel bestaat over de juridische onderbouwing van de beslissingen die eerder door de overheid zijn genomen.” Van Berge Henegouwen ziet de vragen als een laatste poging om beide partijen tot een onderlinge schikking te bewegen voordat een definitieve uitspraak volgt.

Strengere contactregels na onderzoek naar Youssef Taghi

Een intern onderzoek van de Nederlandse justitie in 2021 onthulde dat Taghi via zijn neef Youssef Taghi en via zijn advocaat berichten uit de EBI smokkelde. Youssef kreeg in 2023 een straf van 5,5 jaar voor medeplichtigheid. De bevindingen leidden tot een verscherping van het isolatieregime: telefoongesprekken met familieleden mogen nu alleen via een politiebureau in Nederland worden gevoerd en worden streng gemonitord. Internationale gesprekken zijn volledig verboden; poststukken worden eveneens beperkt.

De regels voor juridisch contact zijn eveneens aangescherpt. Sinds kort mogen advocaten een bezoek alleen in tweetallen doen, en worden de gesprekken onafhankelijk via camera’s gemonitord. Elk gesprek dat onderbroken moet worden, bijvoorbeeld als een cliënt met de hand over de mond spreekt, wordt onmiddellijk beëindigd. Daarnaast is het nu niet meer mogelijk om andere advocaten dan de twee aangewezen te ontvangen, waardoor specialisten op het gebied van detentiewetgeving minder vaak toegang hebben tot Taghi.

Relevante precedenten en internationale kritiek

Het EHRM refereert in haar vragen aan eerdere uitspraken over langdurige afzondering van personen als de terrorist Carlos en de Koerdische leider Abdullah Öcalan. In zowel die zaken stelde het Hof dat uitzonderlijke veiligheidsrisico’s een eenzijdige verlenging van isolatie niet automatisch rechtvaardigen; de proportionaliteit en de beschikbaarheid van minder ingrijpende alternatieven moeten aantoonbaar aanwezig zijn. Het Hof heeft Nederland reeds in 2003 veroordeeld voor een vergelijkbaar EBI-regime, waarin de combinatie van systematische bezoeken en zware veiligheidsmaatregelen een schending van artikel 3 opleverde.

Een recent rapport van het European Committee for the Prevention of Torture (CPT) uit 2023 beschreef een gedetineerde in de EBI – hoogstwaarschijnlijk Taghi – die tijdens een inspectie al meer dan acht maanden apart zat en gedurende twee maanden onder toezicht van bewakers met bivakmutsen stond, zonder mondeling contact. Het Comité waarschuwde voor de psychische schade die langdurige eenzame opsluiting kan veroorzaken.

Gevolgen voor de lopende strafzaak

De tussenbeslissing heeft geen directe invloed op de strafzaak tegen Taghi, die nog in hoger beroep verkeert. De eerdere veroordeling van zijn voormalige advocaat Inez Weski voor lidmaatschap van diens criminele organisatie en de arrestatie van Vito Shukrula onder vergelijkbare verdenkingen illustreren de blijvende veiligheidssensitiviteit rondom de zaak. Mocht het EHRM uiteindelijk oordelen dat Nederland de mensenrechten heeft geschonden, dan kan de staat worden veroordeeld tot een boete en moet zij toekomstige besluitvorming over Taghi’s detentie aanpassen, ook wat betreft familiebesprekingen.

Van Berge Henegouwen benadrukt dat, los van eventuele financiële sancties, het belangrijkste is dat elke nieuwe verlenging van de EBI-detentie rekening moet houden met de EHRM-uitspraken. De advocaat concludeert: “Belangrijker is dat bij nieuwe beslissingen over de verlenging van de detentie van Taghi rekening moet worden gehouden met de uitspraak van het Europese Hof.”

Bram Smit
Auteur

Bram Smit

Bram Smit volgt politiek Den Haag sinds twee verkiezingen. Schrijft over wetstrajecten, coalitiebesprekingen en EU-dossiers met technische precisie.