Europa staat voor een cruciale keuze: hoe kan het zijn militaire autonomie versterken terwijl het te maken heeft met strenge bezuinigingen? Deze vraag is centraal in de huidige discussies over de toekomst van de Europese defensie. Europese leiders hebben formeel erkend dat zij meer verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid moeten nemen, een verschuiving die tijdens de NAVO-top in juli in Ankara is benadrukt.
Hoewel er algemene consensus bestaat dat de Verenigde Staten niet langer de hoofdlast van de Europese defensie moeten dragen, blijft het een grote uitdaging om deze politieke overeenkomst om te zetten in daadwerkelijke financiering. De kern van de zaak is nu van fiscale aard, waardoor lidstaten – met name die welke zich richten op bezuinigingen – opnieuw moeten definiëren wat zij als strategisch essentieel beschouwen.
De hoge kosten van militaire autonomie
De financiële vereisten voor het versterken van de Europese defensie zijn enorm. Schattingen van het International Institute for Strategic Studies suggereren dat het vervangen van Amerikaanse militaire capaciteiten ongeveer 900 miljard euro zou kunnen kosten. Bovendien geeft de doelstelling van de NAVO om 5 procent van het bbp aan defensie te besteden aan dat veiligheidsuitgaven niet langer een tijdelijke reactie op een crisis zijn, maar een permanente begrotingsverplichting.
Hoewel de EU sinds de invasie van Oekraïne in 2022 gebruik heeft gemaakt van noodfondsen en leningregelingen zoals SAFE en het Europees Defensiefonds, zijn dit tijdelijke maatregelen. De echte uitdaging ligt in het integreren van defensie in het reguliere langetermijnuitgavenplan van de EU. Dit conflict draait om het Meerjarig Financieel Kader (MFK), de zevenjarige begroting van de EU.
Begrotingsconflicten binnen de EU
Het voorstel van de Europese Commissie voor 2028–2034 benadrukt deze nieuwe prioriteit door 131 miljard euro toe te wijzen aan ruimtevaart en defensie, een vervijfvoudiging ten opzichte van eerdere niveaus. Deze voorstellen stuiten echter vaak op hevig verzet. Zo is in eerdere ontwerpversies voorgesteld om de traditionele uitgaven voor landbouw en regionale cohesie te beschermen ten koste van veiligheid.
Dit leidt tot een conflict tussen de ‘Vrienden van de Cohesie’ – waaronder Polen, Italië en Spanje – en zuinige landen als Zweden, Nederland en Duitsland, die zich verzetten tegen een verhoging van de totale begroting. Duitsland is een voorbeeld van deze interne spanning. De regering staat voor de paradoxale taak om de COVID-19-herstelkredieten (NextGenerationEU) terug te betalen en een stabiele begrotingsomvang te handhaven, terwijl tegelijkertijd de defensie en het concurrentievermogen moeten worden versterkt.
Gezamenlijke kredietopname als oplossing
Omdat het MFK onmogelijk het totale kapitaalvolume kan verschaffen dat nodig is voor een volledige militaire transformatie, is gezamenlijke kredietopname door de EU voorgesteld. Het gebruik van het NextGenerationEU-model – waarbij de Commissie schulden aangaat die worden gedekt door garanties van de lidstaten – zou de benodigde schaalgrootte kunnen bieden.
Hoewel sommige crediteurlanden gezamenlijke schulden beschouwen als een eenmalige uitzondering in noodsituaties, wijst het huidige geopolitieke klimaat erop dat veiligheid nu een existentiële kwestie is. Gespecialiseerde obligaties voor defensietechnologie zijn wellicht de enige haalbare manier om de kloof tussen strategische doelstellingen en beschikbare middelen te overbruggen.
Uiteindelijk zullen de komende begrotingsonderhandelingen uitwijzen of de financiële prioriteiten van Europa zich hebben ontwikkeld in lijn met zijn veiligheidsbeloften. Nu de NAVO overgaat naar een model van gedeelde Europese lastenverdeling, kan de EU niet blijven functioneren met een begroting die is ontworpen voor een vervlogen tijdperk van vrede.



