In oktober 1939 kwamen in Rotterdam machtige mannen bijeen om te bespreken hoe ze de Koenigs-collectie een van Nederland’s meest waardevolle kunstverzamelingen, konden behouden. Deze collectie, bestaande uit ongeveer 2.600 tekeningen en tientallen schilderijen van beroemde kunstenaars zoals Jheronimus Bosch en Peter Paul Rubens, was een culturele schat die niet verloren mocht gaan.
De verzameling, die nu deel uitmaakt van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen heeft een complexe geschiedenis die teruggaat tot de jaren 1920. De strijd om de collectie is niet alleen een verhaal over kunst, maar ook over macht, oorlog en de zoektocht naar rechtvaardigheid.
De oorsprong van de Koenigs-collectie
De collectie werd samengesteld door Franz Wilhelm Koenigs een Duitse verzamelaar die in 1929 een lening van 1,5 miljoen gulden (nu ongeveer 17,5 miljoen euro) aannam bij de bank Lisser & Rosenkranz om zijn kunstschatten te financieren. De bank, opgericht in 1928 in Amsterdam door de Joodse bankiers Siegfried Kramarsky en Salomon Flörsheim gebruikte de collectie als onderpand voor de lening.
In 1935 werd de collectie in bruikleen gegeven aan het toenmalige Museum Boymans in Rotterdam. De directeur van het museum, Dirk Hannema speelde een cruciale rol in de onderhandelingen over de collectie. Hannema had een nauwe relatie met Koenigs en zette zich in om de collectie voor het museum te verwerven.
De oorlogsjaren en de verkoop aan Van Beuningen
Met de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland en de dreigende oorlog, besloten de aandeelhouders van Lisser & Rosenkranz om de bank te liquideren. In april 1940, kort voor de Duitse inval in Nederland, werd de collectie verkocht aan de Rotterdamse havenbaron Daniël George van Beuningen voor 1 miljoen gulden. Deze verkoop vond plaats onder druk van de omstandigheden en de dreiging van de nazi’s.
Van Beuningen, die zelf een belangrijke kunstverzamelaar was, verkocht een deel van de collectie aan de nazi’s voor 1,4 miljoen gulden. De rest van de collectie schonk hij aan Museum Boymans, waarna het museum de naam Museum Boijmans Van Beuningen aannam. Deze transacties vonden plaats in een periode van grote onzekerheid en morele twijfel, wat de complexiteit van de eigendomsgeschiedenis van de collectie verder versterkt.
De strijd om de collectie in de 21e eeuw
Sinds de jaren 1990 is er een langdurige strijd gaande om de rechtmatige eigendom van de Koenigs-collectie. Christine Koenigs een kleindochter van Franz Koenigs, claimt dat de collectie rechtmatig aan haar familie toekomt. Haar claims zijn echter steeds afgewezen door de Restitutiecommissie die beoordeelt of kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onteigend, moeten worden teruggegeven.
Recenter heeft de bank Lisser & Rosenkranz vertegenwoordigd door een groep van onderzoekers en advocaten, een claim ingediend op de collectie. Zij stellen dat de bank de rechtmatige eigenaar is, omdat Koenigs de collectie als onderpand gebruikte voor de lening. Deze claim wordt echter door Museum Boijmans Van Beuningen betwist, wat leidt tot een complexe juridische en morele discussie.
De strijd om de Koenigs-collectie is nog lang niet voorbij. De collectie blijft een symbool van de complexe geschiedenis van kunst, macht en rechtvaardigheid in Nederland. Of de collectie ooit aan haar rechtmatige eigenaar zal worden teruggegeven, blijft een open vraag.



