Onderzoekers van het Radboudumc hebben in een kleinschalige pilot onderzocht of bestaande middelen uit de verloskunde — de zogenaamde weeënremmers — kunnen helpen bij pijnklachten door endometriose. De behandeling bestond uit een infuus op de dag dat de pijn het hevigst is en leverde volgens de betrokken gynaecologen en deelnemers direct merkbare verlichting op.
Het onderzoek is nog in een vroeg stadium en bedoeld om te bepalen of er überhaupt een effect is. Desondanks trekken de eerste resultaten aandacht omdat ze een mogelijke nieuwe richting voor pijnbestrijding bij endometriose-gerelateerde pijn aangeven, mits grotere studies de uitkomsten bevestigen.
Wat is er getest en hoe werkt het
In de pilot kregen vrouwen met endometriose tijdens de meest pijnvolle dag van hun cyclus gedurende ongeveer zes uur een infuus met een weeënremmer — een medicijngroep die doorgaans wordt gebruikt om te vroeggeboorte te voorkomen.
Het idee is dat deze middelen de samentrekkingen van de baarmoeder en daarmee gerelateerde krampen verminderen, wat kan leiden tot minder zgn. mechanische pijnprikkels.
Mechanisme en hypothese
De hypothese achter de aanpak is dat het remmen van uteriene contracties en het verminderen van spierspasmen invloed heeft op pijnsignalen die ontstaan door abnormaal weefsel buiten de baarmoeder.
In medische termen betekent dit dat het behandelen van de spieractiviteit een indirecte maar potentieel sterke route naar pijnvermindering kan zijn. De studie ging dus niet over genezing van het weefsel zelf, maar over symptoomcontrole tijdens acute pijnfasen.
Belangrijkste uitkomsten uit de pilot
Volgens de onderzoekers en diverse deelnemers trad er al op de behandel dag een duidelijke daling van pijn op, soms zonder extra pijnstillers. De respons was niet alleen beperkt tot die ene dag: meerdere deelnemers meldden ook een gereduceerde pijnbeleving gedurende de rest van hun menstruatiecyclus. Dit zijn bemoedigende signalen, maar houd er rekening mee dat het om beperkte aantallen gaat en dat individuele ervaringen kunnen verschillen.
Ervaringen van deelnemers
Deelnemers gaven aan dat de hevigheid van krampen afnam en dat symptomen zoals duizeligheid en misselijkheid minder voorkwamen. Een van de vrouwen die deelnam, vertelde dat ze dankzij de behandeling een dag van hevige pijn relatief draaglijk doorkwam en dat dit haar kwaliteit van leven verbeterde. Zulke anekdotische gegevens zijn waardevol om hypotheses te vormen, maar vormen op zichzelf geen sluitend bewijs.
Beperkingen en vervolgstappen
De onderzoekers benadrukken dat deze pilot vooral bedoeld was om te toetsen of er überhaupt een effect zichtbaar is. Belangrijke beperkingen zijn het kleine aantal deelnemers, het ontbreken van een controlegroep en de logistieke last van een infuusbehandeling. Daardoor zijn resultaten voorlopig en niet direct toepasbaar in de dagelijkse klinische praktijk.
Om te bepalen of weeënremmers veilig en effectief als behandeloptie kunnen worden ingevoerd, zijn grootschalige, gerandomiseerde onderzoeken noodzakelijk. Zulke vervolgstudies moeten onder meer kijken naar langetermijneffecten, optimale dosering, bijwerkingen en haalbaarheid buiten een ziekenhuisopzet.
Reacties uit de medische wereld en advies voor patiënten
De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) reageert terughoudend positief: de pilot biedt een basis voor verder onderzoek, maar er is meer bewijs nodig voordat richtlijnen wijzigen. Binnen het Radboudumc wordt erkend dat er veel expertise bestaat op het gebied van endometriose en dat deze bevindingen een aanvulling kunnen vormen op bestaande behandelopties, mits bevestigd.
Voor mensen die vermoeden dat zij endometriose hebben blijft het advies hetzelfde: bespreek klachten met de huisarts en laat u desgewenst doorverwijzen naar een specialist. Innovatieve behandelingen zoals deze pilot kunnen hoop bieden, maar moeten eerst grondig worden onderzocht voordat ze routinematig beschikbaar zijn.
De medische gemeenschap wacht op grotere studies om te bepalen of deze aanpak veilig, effectief en praktisch toepasbaar is voor bredere patiëntengroepen.