Zorg- en leerlingenvervoer in Amersfoort ligt weer onder vuur. Lokale fracties van GroenLinks, PvdA en de SP willen dat het college onderzoekt of het vervoer in eigen beheer kan via een regionaal vervoersbedrijf. De oproep volgt op herhaalde startproblemen na aanbestedingen, met directe gevolgen voor kwetsbare reizigers.
Duidelijker: bewoners melden uitvallende ritten, slechte communicatie en vaak te late aanrijtijden. Wie wisselende opdrachtnemers aanstuurt, verliest kennis en betrouwbaarheid, stellen de partijen. En wie betaalt de rekening? Ouderen, mensen met een beperking en schoolgaande kinderen die dagelijks afhankelijk zijn van dit vervoer.
Waarom de roep om eigen beheer groeit
Zeg het eerlijk: waarom groeit de roep om eigen beheer? Lokale partijen wijzen vooral naar het huidige systeem van herhaalde aanbestedingen. Elke nieuwe gunning doet volgens hen kennis en continuïteit verdampen. Dat vergroot de kans op fouten bij overdracht en leidt tot onduidelijkheid over routes en chauffeurs.
Voorstanders noemen het daardoor duurder, inefficiënter en stressvoller voor kwetsbare reizigers.
Effect op dagelijkse gebruikers
Voor veel reizigers staat voorspelbaarheid voorop. Bij het leerlingenvervoer betekent wisseling van chauffeurs en routes dat kinderen steeds opnieuw moeten wennen. Dat kan hun veiligheid en welzijn raken.
Ouderen en mensen met een beperking merken het meteen wanneer de Regiotaxi uitvalt of te laat komt. Minder ritten betekent voor hen direct minder sociale mobiliteit en meer onzekerheid over afspraken.
Een regionaal vervoersbedrijf als alternatief
Het voorstel is simpel: een regionaal vervoersbedrijf om continuïteit en kennis te borgen.
Wat levert dat op? Mogelijk stabielere contracten, betere routekennis en snellere bijsturing bij problemen. En wat zijn de risico’s? Denk aan hogere vaste kosten, politieke bemoeienis en minder concurrentie die innovatie afdwingt. De vraag blijft: wegen de baten op tegen de nadelen voor inwoners die dagelijks afhankelijk zijn van dit vervoer.
Laten we eerlijk zijn: wie profiteert er écht van een regionaal vervoersbedrijf? Voorstanders zeggen dat winstuitkeringen verdwijnen en dat elke euro terugvloeit naar dienstverlening. Kritische vragen blijven echter onbeantwoord.
Voordelen die worden genoemd
Voorstanders wijzen op meer grip op kwaliteit en een stabieler personeelsbestand. Ze noemen ook betere communicatie met reizigers en mantelzorgers. In sommige gemeenten leidde interne organisatie van vervoer tot minder kwetsbaarheid bij contractwisselingen. Maar levert dat de beloofde continuïteit op in alle regio’s?
Bezwaren en praktische overwegingen
Critici hameren op praktische problemen. Een publiek bedrijf betekent vaak een hogere overhead en complexere bestuurlijke verantwoording. Wie draagt de kosten voor transitie, zodat ritten niet tijdelijk wegvallen? En wat gebeurt er met bestaande personeelsovereenkomsten en pensioenregelingen?
Wettelijke kaders spelen mee. Aanbestedingsregels en Europese richtlijnen beperken soms de mogelijkheden om diensten uit de markt te halen. Bovendien kan schaalgrootte een bezwaar zijn: een te klein regionaal bedrijf mist de capaciteit voor onderhoud en storingsdienstverlening. Te groot betekent afstand tot lokale behoeften. Wat is de juiste schaal voor betrouwbaarheid?
Er is ook een financieel risico. Zonder strikte kostenanalyse kan het publieke bedrijf op lange termijn duurder uitvallen. Dat raakt direct reizigers via tarieven of gemeenten via hogere bijdragen. Wie garandeert dat besparingen niet ten koste gaan van service op afgelegen routes?
Een publiek vervoersbedrijf vereist duidelijke taken en scherpe afspraken tussen gemeenten, provincie en eventuele zorgpartners. Zonder heldere governance ontstaat wrijving en vertraging. Duidelijke rollen zijn cruciaal voor snelle besluitvorming bij uitval of onregelmatigheden.
Wat nu?
So far, pleit de discussie voor een zorgvuldige aanpak. De logische volgende stap is een onafhankelijke haalbaarheidstoets met concrete scenario’s. Die toets moet de juridische, financiële en operationele consequenties in kaart brengen. Daarnaast is een kleinschalig proefproject nodig om aannames te toetsen in de praktijk.
Wie moet dat uitvoeren? Een onafhankelijke adviescommissie met vertegenwoordigers van gemeenten, reizigersorganisaties en vakbonden. Betrek ook jongeren en mantelzorgers bij de evaluatie. Zij weten welke knelpunten dagelijks spelen.
De vraag blijft: wegen de baten op tegen de nadelen voor inwoners die dagelijks afhankelijk zijn van dit vervoer. De discussie is voorbij beleidsideologie; het gaat nu om een realistische kosten-batenanalyse en een proef die het bewijs levert.
Diciamoci la verità: niet elke gemeente ziet meteen winst in een eigen vervoersbedrijf. Het grootste bezwaar blijft dat zo’n organisatie aanzienlijke financiële en organisatorische verantwoordelijkheden vergt. Besturen moeten rekening houden met opstartkosten, arbeidsvoorwaarden en risico’s die voorheen bij private partijen lagen. Sommige raden concludeerden daarom dat een publieke vervoersmaatschappij op korte termijn te complex of te duur is.
Il re è nudo, e ve lo dico io: schaalgrootte speelt een doorslaggevende rol. Een lokaal initiatief werkt vaker beter wanneer het regionaal wordt opgezet, zodat routes, capaciteit en kennis elkaar versterken. Werken gemeenten samen, dan daalt de druk op de begroting en stijgt de kans op betaalbare proefprojecten. Welke samenwerkingsvorm past het beste bij uw regio blijft de vraag.
Wat staat er nu op de agenda?
Het college van Amersfoort zegt nu de opties te willen verkennen. Die eerste verkenning kijkt naar haalbaarheid, wenselijkheid en mogelijke regionale samenwerkingsvormen. Het is geen direct voornemen tot privatiseren of nationaliseren. De bedoeling is helder te krijgen welke opties realistisch zijn en welke gevolgen die hebben voor reizigers, personeel en gemeentefinanciën.
Weging tussen continuïteit en lasten
Diciamoci la verità: welke samenwerkingsvorm past het beste bij uw regio blijft de vraag. De afweging draait om continuïteit versus initiële lasten. Voorstanders wijzen op het menselijke element: openbaar vervoer is niet louter een marktproduct, maar een voorwaarde voor dagelijkse deelname aan werk en studie.
So what? Tegenstanders waarschuwen voor risico’s en extra kosten bij verandering. Welke verbeteringen wegen op tegen de mogelijke hogere uitgaven en organisatorische effecten voor personeel? Die vragen krijgt de komende verkenningsfase prioriteit.
De verkenning moet ook praktisch zijn. Denk aan reisschema’s die niet vaker wijzigen, betaalbaarheid voor studenten en scholieren en de inzetbaarheid van chauffeurs. Hoe houd je de dienstregeling betrouwbaar zonder financieel onhoudbare garanties?
Laten we eerlijk zijn: de echte keuze gebeurt niet op papier maar in de raadszaal. De politieke discussie in Amersfoort bepaalt of de gemeente vervolgstappen zet richting eigen beheer en welke randvoorwaarden gelden.
De verkenning moet feiten losmaken van aannames. Ze onderzoekt of een regionaal vervoersbedrijf daadwerkelijk meer stabiliteit biedt zonder onaanvaardbare lasten voor inwoners en begroting. Hoe houd je een betrouwbare dienstregeling zonder financiële garanties die de gemeente te veel belasten?
Terwijl anderen debatteren over ideale modellen, moet de verkenning harde cijfers en scenario’s opleveren. Verwacht inzicht in kosten, bestuurlijke verantwoordelijkheden en samenwerking met omliggende gemeenten. De politieke afweging volgt daarna; de raad neemt daarover in de komende maanden een beslissing.