Wie heeft voordeel als de groothandelsprijs van frietaardappelen zakt van ruim €30 naar minder dan €4 per 100 kilo? Met schuren die vol liggen en consumenten die nauwelijks verschil in hun portemonnee voelen, is dat de harde vraag van het moment.
Een simpel beeld: een uitzonderlijk grote oogst zorgde voor een overschot van zo’n 100 miljoen kilo. Dat drukt de groothandelsprijs stevig omlaag. Maar waarom merken shoppers daar zo weinig van bij het schap?
Waarom de daling niet meteen in de winkel verschijnt
De weg van akker naar frituurpan bestaat uit meerdere schakels die elk hun kosten en vertragingen meebrengen.
Verwerkers, opslag, transport en personeelskosten slikken een groot deel van het voordeel op. Daarnaast zijn veel prijzen vastgelegd in langlopende contracten; nieuwe, lagere tarieven sijpelen hierdoor langzaam door. Grote retailers en verwerkers hebben bovendien vaak meer macht in onderhandelingen, waardoor prijsverlagingen niet gelijkmatig over de keten worden verdeeld.
Wat boeren merken
Voor telers is de situatie pijnlijk concreet. Wie geen vaste afnemer of contract heeft, krijgt vaak de laagste prijs en staat zwakker tijdens onderhandelingen. Boeren die investeerden in opslag of verwerking kunnen tijdelijk schuiven met voorraad en timing; anderen zien hun cashflow krimpen en moeten productiebeslissingen en personeelsbeleid heroverwegen.
Kort gezegd: de buffer van het bedrijf bepaalt in hoge mate wie het bestendigst door deze periode komt.
Wat er de komende weken kan gebeuren
De ontwikkeling hangt vooral af van de uitkomst van onderhandelingen tussen telers, verwerkers en retailers.
Een deel van de oogst kan worden opgeslagen of verwerkt tot houdbare producten om de markt te stabiliseren. Tegelijkertijd gaat er een politieke discussie lopen over steunmaatregelen of regelgeving om boeren te beschermen tegen zulke prijsschommelingen.
Wanneer consumenten wél voordeel hebben
Voordeel voor de consument verschijnt doorgaans pas later en alleen onder bepaalde omstandigheden: als contracten worden heronderhandeld, verwerkings- en structurele kosten dalen, of retailers besluiten besparingen door te geven. Partijen met ruime voorraden of eigen verwerkingscapaciteit kunnen sneller profiteren; voor de winkelprijs is geduld nodig.
Strategische keuzes voor telers
Het huidige marktsignaal dwingt boeren tot scherpe keuzes. Sommigen verkleinen hun areaal of snijden kosten; anderen schakelen over op directe verkoop via boerderijwinkels, abonnementsmodellen of lokale afzetkanalen. Die route kan hogere marges opleveren, maar vraagt ook inzet op marketing, logistiek en klantenservice — en is niet zonder meer voor elke boer haalbaar of schaalbaar.
Contracten, indexering en samenwerking als antwoord
Producenten en verwerkers scherpen inkoopvoorwaarden aan en overwegen indexering op grondstof- en transportkosten om inkomens stabieler te maken. Dat helpt, maar brengt extra administratie met zich mee. Voor boeren zonder sterke afnemer ligt samenwerking voor de hand: gezamenlijke inkoop, gedeelde logistiek of coöperatieve verkoop vergroten de onderhandelingspositie en verlagen kosten. Zulke samenwerkingen vergen echter vertrouwen en organisatorische inzet voordat ze echt vruchten afwerpen.
Wie er op korte termijn profijt van heeft — en wie niet — hangt af van contractuele spelregels, opslag en de mate van samenwerking binnen de keten.