Nieuw onderzoek van het RIVM toont aan dat veel van de schadelijke PFAS-stoffen die worden aangetroffen in eieren van huis- en hobbykippen afkomstig zijn van bodemleven, met name wormen. PFAS zijn een verzamelnaam voor duizenden kunstmatige verbindingen met water- en vetafstotende eigenschappen die moeilijk afbreken en zich ophopen in het milieu.
In tuinen waar kippen vrij rondlopen blijken die bodemdieren hogere concentraties PFAS te bevatten dan de omliggende grond, en de samenstelling van de aangetroffen stoffen in de wormen komt overeen met wat er in de eieren wordt gemeten.
Wat vonden de onderzoekers
Het onderzoek bracht in kaart dat kippen die veel tijd buitenshuis doorbrengen gemiddeld hogere PFAS-waarden in hun eieren hebben. Door bodemmonsters en dieren uit tuinen te analyseren, ontdekten wetenschappers dat vooral regenwormen en vergelijkbare bodemorganismen stoffen opnemen en concentreren uit de aarde.
Die geaccumuleerde PFAS gaan vervolgens via het voedsel naar de kip en belanden uiteindelijk in het ei. Uit de analyses blijkt bovendien dat niet alleen één type PFAS verantwoordelijk is, maar een mix die ook terug te zien is in zowel de wormen als de eieren.
Waarom wormen zoveel PFAS bevatten
Wormen leven continu in de bodem en nemen de aanwezige verontreiniging op; bioaccumulatie betekent dat een stof zich ophoopt in een organisme en in hogere concentraties voorkomt dan in de omgeving. Doordat veel PFAS-verbindingen zeer persistent zijn en sterk binden aan organisch materiaal, bereiken wormen vaak hogere concentraties dan de omliggende grond.
Dit mechanisme verklaart waarom tuinen met veel bodemleven een verhoogd risico kunnen vormen voor eigen eieren, zelfs wanneer de bodem zelf relatief laag lijkt te zijn in de gemeten waarden.
Gezondheidsadvies en praktische consequenties
Het RIVM adviseert terughoudendheid bij het consumeren van eieren van hobbykippen wanneer er aanwijzingen zijn voor hoge PFAS-waarden. Die stoffen kunnen schadelijk zijn bij langdurige en hoge blootstelling, vooral voor kinderen en mensen met een kwetsbaarder immuunsysteem. In sommige gevallen kan de inname van slechts een paar eieren een aanzienlijk deel van iemands jaarinname van PFAS vertegenwoordigen. Commerciële eieren uit de supermarkt bevatten doorgaans minder PFAS, omdat productiekippen vaak minder toegang tot natuurgrond en dus minder wormen hebben.
Een lastige keuze voor eigenaren
Voor hobbyhouders is het een dilemma: voedselverspilling vermijden en dieren een goed leven geven, versus het beperken van gezondheidsrisico’s. Het instituut benadrukt dat mensen zelf de keuze hebben, maar dat zij ook alternatieven hebben, zoals het kopen van gecontroleerde eieren uit de winkel. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voert steekproeven uit op commerciële eieren om te controleren of ze binnen wettelijke grenzen blijven.
Hoe het risico verkleinen
Dierenarts Sible Westendorp en andere specialisten geven praktische tips om de blootstelling van scharrelende kippen aan verontreinigde wormen te verminderen. Een minder ‘natuurlijke’ of sterk met beplanting ingerichte tuin betekent vaak minder zichtbare wormactiviteit. Een eenvoudige maatregel is de toegang tot de tuin te beperken tot de late namiddag of avond, wanneer wormen minder actief boven de grond zijn. Ook kan een droog, overdekt uitloopgedeelte of het bedekken van de bodem met worteldoek, zand of houtzagerijspaanders helpen om een wormonvriendelijke ren te creëren.
Andere opties zijn het afdekken van delen van de bodem, het plaatsen van een afdakje dat de bodem droog houdt en het periodiek verplaatsen van de uitloop om ophoping van organisch materiaal te voorkomen. Deze aanpassingen verlagen de kans dat kippen veel wormen eten en verminderen daarmee de kans dat PFAS via dat pad in eieren terechtkomen. Zo kunnen houders een bewuste afweging maken tussen welzijn van de dieren en voedselveiligheid.
Samenvattend biedt het onderzoek van het RIVM een duidelijker beeld van hoe PFAS via de bodemketen in eieren van hobbykippen belandt. Met eenvoudige preventieve maatregelen en geïnformeerde keuzes kunnen eigenaren het risico verkleinen. Het benadrukt ook het belang van blijvende monitoring door instanties zoals de NVWA en van publiek toegankelijke informatie, zodat consumenten en kippenhouders weloverwogen beslissingen kunnen nemen over hun voedsel en dierhouderijpraktijken.