Uit recent onderzoek blijkt dat tussen 2020 en 2023 naar schatting 9.500 Nederlanders het westnijlvirus hebben opgelopen zonder dat een diagnose is gesteld. Het onderzoek, uitgevoerd met bloedmonsters van deelnemers aan een langdurig coronaproject, toonde dat slechts een klein deel van de besmette personen symptomen ontwikkelt die duidelijk aan het virus kunnen worden gekoppeld.
Van de circa 100 mensen die vermoedelijk ernstige klachten hadden, werd de onderliggende oorzaak niet herkend als westnijlvirus. Het RIVM geeft aan dat ongeveer 80 % van de geïnfecteerden asymptomatisch blijft, en de overige symptomen vaak lijken op een gewone griep. Deze resultaten duiden op een aanzienlijk onderrapportagecijfer van het virus in de nationale statistieken.
Verborgen mensinfecties en recente meldingen
De serologische analyse van 4.290 deelnemers leverde bij zes individuen bewijs van een eerdere westnijlvirusinfectie. Deze aantallen ondersteunen de veronderstelling dat de werkelijke besmettingsgraad hoger is dan de officiële meldingen. Sinds 8 oktober heeft het RIVM vijf nieuwe gevallen geregistreerd, waardoor het totaal voor dit jaar stijgt naar 64. Begin september telde men nog 18 meldingen. In 2026 werden tien ouderen of chronisch zieken gemeld als overleden aan complicaties van de infectie.
In Vlaanderen bevestigde het Departement Zorg 14 besmettingen, waarvan twee met een dodelijk verloop. De meeste patiënten ervaren milde of geen symptomen, maar in zeldzame gevallen kan het virus de hersenen aantasten, met als gevolg meningitis, stuipen of zelfs een hersenontsteking.
Toename van geïnfecteerde paarden in Zuid-Holland
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) rapporteert dit jaar 168 paarden met een positief testresultaat voor het westnijlvirus vijf meer dan een week geleden. Met name de regio Hollands Midden ziet tussen de 26 en 50 bevestigde gevallen, terwijl Rotterdam-Rijnmond 16 tot 20 besmette dieren telt. De werkelijke cijfers kunnen hoger liggen, omdat veel paarden geen klinische verschijnselen vertonen en daarom onopgemerkt blijven.
Bij besmette paarden varieert de klinische presentatie sterk: de meeste blijven asymptomatisch, maar sommige ontwikkelen koorts, verminderde eetlust en neurologische stoornissen zoals trillen, coördinatieproblemen en onvermogen om op te staan. In ernstige situaties leidt dit tot euthanasie. De overdracht blijft beperkt tot muggenbeten; paarden geven het virus niet door aan mensen of aan andere paarden.
Muggen, klimaat en preventieve maatregelen
De vectoren van het virus zijn vooral muggen van het geslacht Culex die zich voeden op besmette vogels en het virus vervolgens overdragen op mens en paard. Door de nasleep van de warme zomers en een hoger gemiddeld jaartemperatuur, zoals benadrukt wordt door onderzoeker Mariken de Wit van Wageningen University, wordt verwacht dat zowel het westnijlvirus als het verwante usutuvirus vaker en langduriger voorkomen in Europa.
Hoewel er nog geen specifieke behandeling voor het virus bestaat, kunnen paarden worden beschermd met een tweedelige vaccinatieserie. Voor menselijk risico wordt aangeraden om gedurende het muggenseizoen – dat in Nederland eind oktober afloopt – vensterhorren te gebruiken, stilstaand water te verwijderen en ’s nachts blootgestelde huid te bedekken. Het vermijden van muggenbeten blijft de meest effectieve strategie totdat er een vaccin beschikbaar komt.



