In de Rotterdamse haven speelt zich een omvangrijke zaak van oliefraude af die de handelswereld wakker schudt. Het Openbaar Ministerie meldt dat de afgelopen jaren zo’n 300 meldingen binnenkwamen over valse aanbodslijsten van olie door schijnbedrijven. Eén dossier is nu concreet genoeg om voor de rechter te komen — en dat laat zien hoe geraffineerd deze vorm van oplichting inmiddels is.
Wat is er precies gebeurd?
De kern van de zaak draait om wat handelaren kennen als “storage spoofing”: het voorschotelen van ruwe olie die volgens papieren en foto’s in een specifieke tank ligt opgeslagen, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.
In het dossier noemt het OM zeven vermeende monsters met een totale handelswaarde die kan oplopen tot bijna één miljard dollar.
De methode was systematisch. Er verschenen valse certificaten en testrapporten, er werden documenten en foto’s gefabriceerd en soms zelfs video-opnames getoond van het aftappen.
In enkele gevallen ging het om echte terminals met lege tanks; in andere gevallen bestonden de entiteiten alleen op papier. Tussenpersonen en handelsmakelaars vervulden een belangrijke schakel. Betalingen werden bewust via meerdere landen geleid om de herkomst te verhullen.
Waarom struikelt men hier zo snel?
Handel in olie steunt grotendeels op vertrouwen in certificaten, inspectierapporten en de keten van bewaring.
Als één schakel niet klopt — een monster dat niet representatief is, een inspectierapport zonder keurmerk — loopt de hele transactie gevaar. In dit dossier viel op dat de bemonstering vaak afweek van gangbare protocollen: er werden te weinig monsters genomen, soms alleen op één diepte, en de manier van vastleggen riep vragen op.
Filmbeelden met een krant als datumstempel of een eenmalige tapprocedure zijn geen vervanging voor onafhankelijke, reproduceerbare tests.
Forensisch onderzoek en bewijsvoering
Onderzoekers werkten samen met buitenlandse toezichthouders en particuliere laboratoria. Forensische analyses van monsters en het traceren van financiële stromen brachten de misstanden aan het licht. Deze technische onderzoeken vormen nu de ruggengraat van het OM’s bewijs. Het is ook precies die forensische koppeling — monster tegen betaling, monster tegen administratie — die moet aantonen of er sprake was van opzet of van fouten bij uitvoering.
Een concreet voorbeeld
Het dossier beschrijft een transactie voor ongeveer 2 miljoen vaten olie ter waarde van circa 150 miljoen dollar. Verkopers beweerden dat die partij in één tank bij Shell Pernis lag opgeslagen. Volgens experts en volgens Shell zelf is dat technisch en logistiek onmogelijk in één installatie. Shell benadrukt bovendien dat het bedrijf geen ruwe olie aan particulieren verkoopt en dat het genoemde beheer van Nigeriaanse olie geen gebruikelijke activiteit is.
Wie staan er terecht en welke straffen eist het OM?
Vijf personen verschenen in de zaak. Een tussenpersoon, aangeduid als N.C. (62), wordt gezien als schakel naar kopers; zijn zaak wordt later behandeld. Verder gaat het om medewerkers en inspecteurs die bij bemonstering betrokken waren. Het OM eist uiteenlopende straffen:
- – Tegen J.B. (38), een Shell-medewerker, eist het OM 240 uur werkstraf en één maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Het OM verwijt hem het uitvoeren van de opname van het aftappen en het regelen van toegang tot het terrein. – Tegen A.W. (51) vraagt het OM 180 uur werkstraf en één maand voorwaardelijke celstraf; volgens het OM nam hij monsters zonder de vereiste certificering. – Tegen F.B. (62) en R.T. (54) worden de zwaarste straffen gevraagd: in totaal veertien maanden celstraf (waarvan acht maanden voorwaardelijk), een beroepsverbod van vijf jaar en teruggave van respectievelijk ongeveer 113.000 en 45.000 euro.
De verdachten ontkennen dat er sprake is van een georganiseerde oplichterij. Hun advocaten stellen dat rollen en procedures binnen het bedrijf onduidelijk waren en dat enkele betrokkenen mogelijk in goed vertrouwen uitvoerende taken hebben verricht. De verdediging wijst verder op persoonlijke en materiële gevolgen sinds arrestatie: beslaglegging op woning en auto en een ingrijpende impact op levens en inkomens.
Reputatieschade en gevolgen voor de haven
De zaak raakt meer dan alleen de betrokkenen op de bank. Lokale bestuurders en ondernemers vrezen reputatieschade voor de Rotterdamse haven: minder vertrouwen bij handelspartners, terughoudendheid van investeerders en strengere compliance-eisen. Vooral buitenlandse partijen, die minder vertrouwd zijn met lokale controles, kunnen kwetsbaar blijken.
Wat gebeurt er nu?
De procedure loopt door: vervolgonderzoeken, aanvullende technische analyses, getuigenverhoren en het traceren van geldstromen. De rechtbank behandelt de bewijslast en de strafeisen in komende zittingen; de uitspraak staat gepland op 13 maart. Tot die tijd blijven veel vragen open: wie droeg welke verantwoordelijkheid, is er opzet aantoonbaar en welke civiele claims volgen uit de strafrechtelijke uitspraken?
Wat is er precies gebeurd?
De kern van de zaak draait om wat handelaren kennen als “storage spoofing”: het voorschotelen van ruwe olie die volgens papieren en foto’s in een specifieke tank ligt opgeslagen, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. In het dossier noemt het OM zeven vermeende monsters met een totale handelswaarde die kan oplopen tot bijna één miljard dollar.0
Wat is er precies gebeurd?
De kern van de zaak draait om wat handelaren kennen als “storage spoofing”: het voorschotelen van ruwe olie die volgens papieren en foto’s in een specifieke tank ligt opgeslagen, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. In het dossier noemt het OM zeven vermeende monsters met een totale handelswaarde die kan oplopen tot bijna één miljard dollar.1