Sinds het uitbreken van de oorlog in oktober 2023 is er een groeiende kloof ontstaan tussen de officiële verklaringen van het Israëlische leger en de feitelijke beschikbaarheid van onderzoeksresultaten. Terwijl de militaire bevelhebbers herhaaldelijk beweren dat elk incident wordt bekeken, beoordeeld, nagegaan of onderzocht blijven concrete bevindingen grotendeels onder de paraplu van geheimhouding. Deze discrepantie wordt onderstreept door een recente analyse waarin 254 incidenten met mogelijke dodelijke gevolgen in Gaza, Libanon, de bezette Westelijke Jordaanoever en Israël in kaart zijn gebracht.
Stilgevallen militaire onderzoeken
De periode tussen 7 oktober 2023 en 19 augustus 2026 omvat meer dan 200 gevallen waarin een menselijk leven verzekerd is verloren. Het leger heeft voor elk van deze gebeurtenissen publiekelijk bevestigd een onderzoek te starten, maar tot op heden is er geen enkel eindrapport gepubliceerd. Zelfs incidenten die meer dan drie jaar teruggaan, blijven in een juridisch en administratief vacuüm hangen. Een schrijnend voorbeeld is de dood van Samar en haar dochter Nahida Anton op het terrein van de Heilige Familiekerk in Gaza, twee maanden na de eerste vuurgevechten.
Volgens de militaire verklaring vonden er “dreigingen van Hamasstrijders in de omgeving van de kerk” plaats, waardoor een sluipschutter werd ingezet. De woordvoerder beloofde een “grondig onderzoek naar het incident“. Een verzoek om een statusupdate in vorig jaar september leverde slechts de reactie op dat het onderzoek nog gaande zou zijn – bijna drie jaar later is er nog steeds geen eindconclusie bekend.
De mensenrechtenorganisatie Yesh Din waarschuwt dat dit patroon bewust wordt aangewend om publieke aandacht te laten afnemen. Zoals een woordvoerder verwoordde: “Ze proberen deze processen zo lang mogelijk te rekken, totdat mensen ze vergeten en er niet meer om geven.” Zonder transparantie ontstaat er een juridisch gat waarin vermeende oorlogsmisdaden feitelijk onbestraft blijven, en de families van de slachtoffers in onzekerheid verkeren.
Vermiste lichamen en de duurzame verwoesting van Gaza
Parallel aan de administratieve stilstand groeit een humanitaire crisis onder de Palestijnen. Volgens schattingen zijn meer dan tienduizend mensen sinds het begin van de oorlog vermist, vaak onder instortende gebouwen begraven. Mohammed een zestigjarige overlevende, heeft zelfs zijn gehele uitgebreide familie verloren onder het puin; een deel kon hij begraven, de rest blijft onvindbaar. Het ontbreken van toegang tot bijna 65 procent van de Gazastrook, waar Israëlische militairen de controle houden, belemmert reddingsacties en forensisch onderzoek.
De Britse onderzoeksgroep Forensic Architecture heeft via satellietbeelden en terreinrapporten een gedetailleerde “cartografie van genocide” opgesteld, waarin systematische vernietiging van huizen, ziekenhuizen, markten en landbouwgrond wordt in kaart gebracht. Deze ruimtelijke analyse onderstreept dat het opruimen van puin – vaak onder militaire bewaking – niet alleen de overlevenden belemmert, maar ook potentiële bewijsmateriaal voor oorlogsmisdaden uitwist.
De Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof hebben herhaaldelijk opgeroepen tot onbelemmerde toegang voor onafhankelijke onderzoekers. Tot nu toe blijft de grens gesloten, waardoor families niet alleen hun dierbaren niet kunnen rouwen, maar ook belangrijke fysiek bewijs verloren gaat. Jessica Dorsey van de Universiteit Utrecht benadrukt dat het verdwijnen van inslagsporen en munitiefragmenten de juridische reconstructie bemoeilijkt: “Een zaak wordt daarmee niet onmogelijk, maar ander bewijs moet veel meer reconstrueren.“



