Dick Schoof kijkt terug op zijn anderhalf jaar als minister-president met een gemengd gevoel: ergens tussen een zes en een zeven. Het premierschap bleek zwaarder dan hij had verwacht. Hij leidde een kabinet waarin PVV, VVD, NSC en BBB voortdurend op gespannen voet stonden, en die verdeeldheid keert steeds terug in het gesprek dat vandaag verschijnt: hoe beïnvloedde die interne strijd het dagelijks besturen en het realiseren van beleid?
Schoof zegt dat er veel is voorbereid, maar weinig echt afgerond.
Dat wringt met het beeld van daadkrachtig regeren. Als illustratie haalt hij de ingrijpende asielwetgeving aan: aangenomen in de Tweede Kamer, maar nog onbeslist in de Eerste Kamer en omstreden bij uitvoeringsinstanties. Hun zorgen zijn concreet: te weinig capaciteit, onduidelijke financiering en juridische knelpunten.
Papier slikt alles, uitvoering niet — daarvoor zijn tijd, middelen en rechtszekerheid nodig, benadrukt hij.
De interne politieke spanningen maakten indruk op hem en lieten persoonlijke sporen achter. Schoof vertelt over momenten waarop hij zich niet gesteund voelde en over offers die hij moest brengen.
Zonder een eigen Kamerfractie kon hij niet terugvallen op automatische steun; dat vergrootte zijn kwetsbaarheid en beïnvloedde bestuurlijke verhoudingen. Dat gebrek aan houvast, zo legt hij uit, ondermijnt vaak het vertrouwen dat nodig is om besluiten door te voeren.
Hij somt wél een aantal concrete stappen op die zijn kabinet in gang zette: beleidsvoorstellen die klaarstaan, stukken die in consultatie gingen en dossiers waar zichtbare voortgang is.
Toch ontbreken op cruciale punten uitvoeringsplannen: wie betaalt wat, wie neemt de regie en wat zijn de termijnafspraken voor uitvoerende instanties? Zonder die antwoorden blijft veel beleid theorie en dreigt implementatie te stranden.
Zijn aanpak is helder: beleid moet meetbare doelen hebben en strakke tijdschema’s.
Vanuit een evidence-based blik pleit hij voor gefaseerde invoering met realtime-monitoring, zodat knelpunten vroegtijdig zichtbaar worden. Hij verwacht dat binnen enkele maanden duidelijker wordt welke voorstellen doorgaan en welke verder moeten worden uitgewerkt — mits ambtelijke diensten het politieke tempo kunnen bijbenen, iets wat in de praktijk vaak hapert.
Schoof verwijst meermaals naar felle kritiek vanuit uitvoeringsorganisaties. Vooral de onlangs aangenomen asielwetten wekken zorgen: haalbaarheid, capaciteit en procedurele duidelijkheid blijven onzekerheden die de effectiviteit ondergraven. Die terughoudendheid van uitvoerders laat zien dat wetswijzigingen op papier niet automatisch leiden tot verbetering in de praktijk.
Politieke spelletjes in het parlementaire proces verscherpten die onzekerheid. Taktische manoeuvres om stukken te versnellen of te vertragen zorgen voor wisselende kaders en maken het lastiger om heldere, stabiele uitvoeringsplannen te maken. Deskundigen pleiten daarom voor betere effecttoetsen: welke uitkomsten verwachten we, welke risico’s blijven ongewis — en wat moet er gebeuren vóór grootschalige invoering?
Persoonlijke anekdotes geven kleur aan zijn verhaal. Het begin van zijn premierschap noemt hij bijna lachend: een onverwacht telefoontje van Geert Wilders dat hij eerst als grap opvatte, later gevolgd door een overredingspoging van Mark Rutte. Minder luchtig was het moment tijdens begrotingsonderhandelingen dat hij buiten in een gang moest wachten terwijl partijleiders binnen afspraken sloten — dat ervoer hij als gebrek aan respect. Eén of twee keer speelde hij met het idee zijn functie te gebruiken als drukmiddel; volgens hem geen bluf, maar een laatste redmiddel.
De komende maanden moeten uitwijzen welke voorstellen blijven, welke bijgesteld worden en hoe uitvoeringsorganisaties praktisch, organisatorisch en financieel worden ondersteund. Extra uitwerking en aanvullende financiering staan onvermijdelijk op de agenda. Schoof’s boodschap is duidelijk: beleidsambities slagen alleen met heldere prioriteiten, scherpe verantwoordelijkheidstoedeling en voldoende middelen om plannen daadwerkelijk te laten werken.