Ontdek wat het coalitieakkoord echt betekent voor koopkracht, klimaat en de begroting

Coalitieakkoord levert veel minder koopkracht op dan beloofd: CPB en PBL zien slechts 0,2% groei

De recente doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) valt tegen: waar eerder ongeveer 0,6% koopkrachtstijging per jaar werd verwacht, blijft de gemiddelde groei nu steken op ongeveer 0,2% per jaar — een gat van 0,4 procentpunt.

Dat klinkt klein, maar in praktijk betekent het voor veel huishoudens nauwelijks ruimte om meer te besteden.

Waarom valt de rekening anders uit?
De belangrijkste oorzaken zijn nieuwe fiscale ingrepen en sterk oplopende defensie-uitgaven. Die drukken de beschikbare ruimte voor directe maatregelen die huishoudens ontlasten.

Bovendien zijn de effecten ongelijk verdeeld: lagere inkomens profiteren nauwelijks, terwijl hogere inkomens relatief meer overhouden. De kloof in koopkracht blijft daardoor zichtbaar.

Wie draagt de lasten?
Het CPB rekent uit dat huishoudens gezamenlijk zo’n 4 miljard euro per jaar bijdragen; bedrijven zo’n 1,8 miljard.

Veranderingen in belastingschijven en het uitblijven van volledige inflatiecorrectie zorgen ervoor dat mensen met lagere inkomsten eerder in hogere tariefzones terechtkomen. Voor mensen rond het minimumloon betekent dit praktisch nul procent koopkrachtgroei; hogere inkomens zien een bescheiden plus.

Maatregelen met onzeker rendement
Het akkoord investeert fors in thema’s als landbouw, natuur, energietransitie en grootschalige stroomprojecten.

Die investeringen kunnen op termijn baten opleveren, maar veel hangt af van de uitvoering. Cruciale regels — denk aan stikstofmaatregelen — zijn nog niet uitgewerkt. Vertragingen of teleurstellingen bij de uitvoering kunnen de verwachte voordelen flink verminderen.

Verdeling en gerichte compensatie
Er zijn manieren om de pijn eerlijker te verdelen, maar die vragen precisie.

Gerichte heffingskortingen of tijdelijke toeslagen pakken de meest kwetsbaren directer aan dan brede, algemene compensatie. Zonder zulke doelgerichte instrumenten blijft de druk vooral bij laaginkomens liggen.

Zorgkosten als knelpunt
Een andere grote rem op koopkracht is de stijgende zorgfranchise: die gaat volgend jaar naar €460 en loopt op tot ongeveer €520 op termijn. Omdat lagere inkomens gemiddeld meer zorgkosten hebben, versterken deze veranderingen de ongelijkheid in koopkracht.

Begroting en staatsschuld: de rol van defensie
De extra uitgaven aan defensie zetten de rijksfinanciën onder druk: over de kabinetsperiode neemt de defensiebegroting met ongeveer 8,1 miljard euro toe. Tegelijk vallen bezuinigingsvoorstellen terug op zorg en sociale zekerheid — met effecten van circa 7,9 miljard (zorgfranchise) en 2,5 miljard (strakkere voorwaarden in sociale zekerheid). Dat raakt vooral huishoudens met lagere inkomens en beperkt hun consumptiemogelijkheden verder.

De CPB-schatting voor het begrotingstekort komt op ongeveer 2,2% van het bbp — iets boven het streefdoel van 2%, maar lager dan eerdere ramingen. De planbureaus waarschuwen echter: zonder aanvullende maatregelen kan de staatsschuld op lange termijn fors oplopen. In een ongunstig scenario groeit die richting circa 137% van het bbp in 2060 — tegen ongeveer 50% nu — tenzij er extra bezuinigingen of structurele inkomstenbijdragen komen.

Klimaat, energie en marktgevolgen
Het akkoord zet hoog in op klimaat- en energie-investeringen, bijvoorbeeld wind op zee met een doel van 40 GW in 2040 en compensatieregelingen voor stroomkosten tot circa 8,1 miljard euro tot 2035. Publieke steun kan investeringen in schone technologie aantrekkelijker maken en financieringsrisico’s verlagen. Tegelijk bestaat het risico dat die steun gevestigde, energie-intensieve spelers bevoordeelt en zo de ruimte voor nieuwkomers en concurrentie beperkt.

De recente doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) valt tegen: waar eerder ongeveer 0,6% koopkrachtstijging per jaar werd verwacht, blijft de gemiddelde groei nu steken op ongeveer 0,2% per jaar — een gat van 0,4 procentpunt. Dat klinkt klein, maar in praktijk betekent het voor veel huishoudens nauwelijks ruimte om meer te besteden.0

Plaats een reactie